Tags

Beschouwing van den Toestand der Surinaamsche Plantagie Slaven.  F.A. Kuhn.  Amsterdam, 1828.

On the frontispiece we see with hut covered with pina leaves. Kuhn was a city doctor and a surgeaon.  He has more eye for the prosperity of  colony Surinam than for the well being of slaves.

kuhn

With regard to the nutrition of the slaves  he writes negroes:
“Het voedsel, door deszelfs invloed op het ligchaam en de gezondheid zoo belangrijk, bestaat voor de Negers in taaije en zwaar te verteren meelachtige vruchten of wortels, als daar zijn: 1- de bananen, 2- tayers, 3-jams, 4- naps, 5- cassave, 6-batates en rijst, voorts in verschen, gerookten en gezouten visch, veel zout en piment; hun gewone drank is water. ” En verder:

“Zout en peper behoren tot de gewichtigste behoeften van de Negers, en hoe zouden ook de soms ongeloofelijke menigte van taaije spijzen, die met eene zekere gulzigheid genomen worden, verteren, indien daartoe niet het zout en veel peper dienden. De Neger is, overigens, niet kiesch; hij verteert, met graagte, niet zelden visch, vleesch of spek, waaraan reeds een merkelijke graad van bederf aanwezig is; de gewone drank is water; wanneer zij het hebben kunnen, drinken zij gaarne ‘s morgens switie watra, dat is, heet water, met likka of melassie zoet gemaakt; velen beminnen den sterke drank, en hun liefde is dram, een drank, welke van het schuim en andere uitwerpsels van het suikersap gedistilleerd wordt, soms zoo sterk, maar slechter dan versche rum.”

(English translation to follow)