Tags

De Negerslaven in de Kolonie Suriname en de uitbreiding van het Christendom onder de Heidensche Bevolking. Teenstra, Marten Douwes.  Dordrecht : H. Lagerweij, 1842.

Marten Teenstra (1795-1864) kwam uit een verlicht en intellectueel landbouwersgeslacht. Hij was boer in de Noordoostpolder maar koos uiteindelijk voor een bestaan in de Nederlandse kolonieen. Hij werd in 1826 opzichter op Java en was van 1828 to 1834 landbouw adviseur in Suriname. Pas na 1840 ontsond in Nederland een krachtige beweging die pleitte voor afschaffing van de slavernij. De ‚Maatschappij ter Bevrodering van de afschaffing van de slavernij’ werd opgericht. De gelovige voortstanders van afschaffing van de slavernij baseerden zich o.m. op het werk van Teenstra. Toch had Teenstra zelf geen hoge pet op van ‘de neger’. Hij meende dat de slaaf ‘een hart van steen’ had en dat hij ‘zeer ongevoelig was, onvatbaar voor de indrukken van het schone en het goede.’

teenstra99

teenstra3

“……In de nacht van 3 op 4 september 1832 breekt er brand uit in het huis van Mozes Nunes Monsanto aan de Heiligeweg in Paramaribo. Het duurt lang voordat men de brand meester is en pas ‘s ochtends blijkt hoeveel schade de vlammen veroorzaakt hebben: 46 woon- en pakhuizen werden verbrand en om de brand te kunnen stoppen werden 13 gebouwen afgebroken en beschadigd. Het Hof van Civiele en Criminele Justitie start een onderzoek en in eerste instantie wijt men het ontstaan van de brand aan onvoorzichtigheid van de huisslaven van Monsanto. Doordat er echter nog meer brandjes worden gesticht en de inspecteur van bruggen, straten, wegen en waterwerken, Marten Douwes Teenstra, sporen van een wegloperskamp in het Picornobos, nabij Paramaribo, ontdekt, zoekt men verder. Op 4 oktober 1832 wordt de weggelopen slaaf Frederik opgepakt. In de dagen die volgen worden steeds meer weggelopen slaven gevangen die samen allerlei diefstallen gepleegd blijken te hebben. Op 2 november 1832 slaat Frederik door: hij bekent dat hij samen met Cojo, Mentor, Present en Christiaan, allen weggelopen slaven die inmiddels in Fort Zeelandia gevangen gehouden worden, de brand bij Monsanto aangestoken heeft. Meer verhoren volgen, meer bekentenissen worden afgelegd. Op 28 december 1832 denkt men het verhaal rond te hebben en procureur-generaal Ph. de Kanter besluit tot de volgende straffen: Cojo zal als hoofdschuldige opgehangen worden, omdat hij de leider van de brandstichters was. De rest zal afgestraft worden met tamarinderoeden en een bepaalde tijd in boeien geklonken voor het gouvernement moeten werken. Het Hof van Civiele en Criminele Justitie denkt er anders over: men vindt de straffen te laag en besluit dat de vijf hoofdschuldigen gedood zullen worden. Op 26 januari 1833 worden Cojo, Mentor en Present voor de ruïnes van het huis van Monsanto aan de Heiligeweg levend verbrand. Tom en Winst worden opgehangen en hun afgehakte hoofden worden op een stok gestoken…….”

(uit: scriptie Universiteit van Amsterdam, Jessica Melker)

teenstra5