Reizen en lotgevallen van Gustaaf Westerman, in de Nederlandsch West-Indische bezittingen.  A.E. van Noothoorn. Amsterdam: Sijbrandi, 1843.  

Dit zeldzame boekje is bij het grote publiek vrijwel onbekend. De schrijver A. van Noothoorn  (1811-1851) was onderwijzer in Nijmegen en probeert bij de Nederlandse jeugd ‘de kennis van onze West-Indische bezittingen te vermeerderen.’

De jonge Gustaaf mag met zijn oom Jan mee naar Suriname. Oom Jan is ter ore gekomen dat de  directeur van zijn plantage aan de drank is, de slaven mishandelt en zijn zakelijke belangen verwaarloosd. Gustaaf is onder de indruk van de plantages, de schilderachtige witte huizen en de oranje-, citroen- en limoenbomen.  Plantage Vreugdenrijk ligt aan een kreek die uitkomt in de Boven-Commewijne, vlakbij de post Imatappi (Imotapi). De slaven die ze aantreffen hebben ‘een vermagerd voorkomen en slopen met sombere blikken rond’. De directeur wordt van de plantage verjaagd. Oom Jan verteld de slaven dat hij voortaan de plantage zal besturen. Ter ere van zijn komst mogen zij de volgende avond een Dou organiseren: “Zoodra de negers dit hoorden, onstond er een algemeen gejuich en geklap in de handen. Een Dou is voor hen een feest; dan mogen zij dansen, zoo veel zij willen; dan ontvangen zij rum, versnaperingen, tabak, en, zoo als bij deze gelegenheid, ook kleedingstukken.”

Dit is een typische vroeg 19e eeuwse roman;  niet de slavernij wordt ter discussie gesteld maar de slechts excessen daarvan. Men zou met het vrijlaten van slaven hun geen dienst bewijzen. Oom Jan zegt tegen Gustaaf over de slaven: “Zij zijn  zoo onbeschaafd en onverbeterlijk lui, dat voor hen de vrijheid is, wat vuur is voor een kind.”  In 1834 wordt in Engeland de slavernij afgeschaft. Vanaf dat moment wordt er in Nederland ook een debat gevoerd. Dit boekje moet in het anti-abolitionistische kamp geplaatst worden. Net als zoveel 19e eeuwse boeken leert het ons niet zozeer iets over Suriname of haar inwoners. De schrijver heeft vrijwel zeker nooit voet op Surinaamse bodem gezet. Veel meer geeft het ons inzicht in hoe in het ‘moederland’ krampachtig werd geprobeerd de onvermijdelijke afschaffing van de slavernij uit te stellen.

 

Carl Haarnack

surinamica@gmail.com