Dagverhaal der lotgevallen van Pichegru, Barthélemy, Villot, Aubry, Dossonville, Le Tellier, La Rue en Ramel, uitgebannenen uit Frankrijk naar Guijane, na den 18 fructidor (4 sept. 1797). Behelzende de wreede en barbaarsche wijze, op welke zij behandelt zijn geworden op op weg van Parijs naar Rochefort en vandaar naar Caijenne, de mishandelingen, ziektens en ongemakken, welke zij aldaar en in het fort Sinamarij hebben uitgestaan. Voorders, hoe zij in kleene prauw ontvlugt te Suriname, vervolgens in Berbices en vier hunner van daar, op een Engelsch fregat, in Engeland behouden zijn aangekomen.  J.-P. Ramel. Utrecht: G.T. van Paddenburg en Zoon, 1799.

 

Dat Suriname een belangrijke plaats inneemt in de Europese geschiedenis hebben we al vaak betoogd. Dat relatie tussen het gezag in de Kolonie Suriname en Frankrijk aan het eind van de 18e eeuw op zijn zachtst gezegd moeizaam  was blijkt in dit bijzonder zeldzame boek. Jean-Pierre Ramel (1768- 1815) was een Franse Generaal gedurende Franse revolutie (1789-1799). Maar in 1797 wordt hij, verdacht van royalistische sympathieën, tezamen met o.a. Pichegru, Barthélémy, Laffon de Ladebat, Barbé-Marbois, Villot en Aubry gevangen gezet en gedeporteerd naar de strafkolonie in Frans-Guyana. Ze werden uiteindelijk opgesloten in een fort in Sinnamary. Ontsnapping via het oerwoud richting de Portugese kolonie in Brazilië leek onmogelijk. Generaal Pichegru (1761-1804), die een grote rol had gespeeld bij de verovering van de Nederlanden door de Franse legers in 1794, beschikte over contacten in Suriname. Op 3 juni 1798 ontsnapten in totaal acht man in een korjaal met een soort van zeiltuig, zonder proviand en zonder water. Ze hoopten in twee dagen de Motkreek te bereiken maar de wind ging liggen. Honger, dorst, de brandende zon en de haaien die rondom het krakkemikkige vaartuig zwommen maakten de vlucht tot een hel. Pas op 8 juni bereikten zij de post Oranje bij de Motkreek. Omdat zij geen vlag voerden werden zij door de Nederlandse troepen beschoten. Uiteindelijk sloeg door hevige storm hun bootje om en wisten zij tenauwernood, zwemmend de kust te bereiken. Na twee dagen werden de schipbreukelingen ontdekt door twee Duitse soldaten van de Brandwagt aan de Motkreek. Zij werden door gouverneur Friderici uitgenodigd naar Paramaribo te komen. In twee tentboten werden zij over de Commewijne naar Paramaribo gebracht. Bij Fort Amsterdam klonken ter verwelkoming 50 kanonschoten. De stad was feestelijk verlicht en een grote menigte was uitgelopen om hen te ontvangen. Zij werden van het ene feest naar het andere gesleept. De authoriteiten in Cayenne waren inmiddels op de hoogte van het feit dat de vluchtelingen zich in Suriname moesten bevinden. Via Berbice en Demerara konden Ramel, Pichegru en twee anderen met een fregat naar Engeland varen.

Carl Haarnack

Memoirs of Adj. Gen. Ramel. Containing certain facts relative to the eightheenth Fructidor […] Translated from the French edition, Hamburgh, 1799, by C. L. Pelichet.

Het relaas van Ramel en zijn medegevangenen was een regelrechte bestseller toen zijn boek in 1799 verscheen. Er verschenen in datzelfde jaar verschillende Franse edities; gedrukt in in Londen, maar ook in bijvoorbeeld Leipzig. Maar er verschenen direct ook vertalingen in het Nederlands, Engels, Italiaans, Zweeds en Duits. Dit boek markeert niet alleen de bijzonder turbulente Franse revolutie maar ook de oorlogen tussen de Fransen en Engelsen en de wisselende loyaliteit in de Nederlanden. De Europese kolonieën speelden daarin vaak een belangrijke rol.