Suriname Folk-Lore.  Melville J. Herskovits and Frances S. Herskovits. With transcriptions of Suriname Songs and musicological analysis by Dr. M. Kolinski. New York, Columbia University Press, 1936.

Dit boek is het verslag van antropologisch veldwerk dat het echtpaar Herskovits gedurende de zomers van 1928 en 1929 in Suriname verrichtte. Het is één van de belangrijkste antropologische studies naar het culturele leven van met name de Creolen in en rond Paramaribo. Daarnaast bevat het boek een schat aan informatie over de muziek en odo’s van de Marrons aan de bovenloop van de Surinamerivier, de Saramaccaners. Melville Jean Herskovits (1895-1963),  professor in de antropologie aan Northwest University,  was de grondlegger van Afro-Amerikanistiek. Eén van de centrale thema’s in zijn werk de strijd tegen de mythe dat de ‘zwarte bevolking’ op het Amerikaanse continent geen geschiedenis heeft. Herskovits was één van de eerste wetenschappers die ras als een sociologisch gegeven zag en niet als biologisch. Zijn onderzoek naar de cultuur van de Afro-Surinamers was sterk gericht op het aantonen van de Afrikaanse elementen daarin.

Het bestaat uit drie delen: I) Notes on the Culture of the Paramaribo Negroes; II) Stories, Riddles, Proverbs and Dreams; III) Music. In het eerste deel komen o.a. de volgende onderwerpen aan bod: Koto-missi, Lobi-singi, Fiofio, Winti, Obia (Tapu & Opo), Wisi en Bakru. Behalve een uitgebreide beschrijving van deze onderwerpen, die de auteurs ontleenden aan informanten ter plekke, wordt ook direct een link gelegd met de Afrikaanse herkomst. Zo wordt het concept van fiofio direct herleidt tot Apo ceremony van de Ashanti. Als het gaat om het verzamelen van data aangaande verhalen, raadsels, gezegden en spreekwoorden maakten de auteurs gebruik van lokale vertellers, informanten. Zo behoorden Frederik en Johan Bekker in die tijd tot de beste vertellers van Paramaribo. Edwin en Emilius Bundel, David Bottse, Lupi Horner, M.H. Nahar en Mathilde de Vries droegen ook in belangrijke mate bij aan het onderzoek. Maar liefste 148 verhalen worden gerangschikt onder het kopje Tales from Paramaribo, meer dan honderd Riddles worden in het Sranan Tongo met hun Engelse vertaling opgevoerd en zo’n 174 spreekwoorden worden omschreven als Taki-taki proverbs. En daar boven op komen nog de odo’s van de Saramaccaners en een hoofdstuk over dromen. Als u droomt dat u slangen ziet, dan heeft u vijanden. Als u droomt dat u een paar nieuwe schoenen krijgt, dan betekent dat dat u een nieuwe geliefde krijgt. Het is maar dat u het weet.

Het laatste hoofdstuk is in zijn geheel gewijd aan muziek en bevat een uitgebreide analyse van M. Kolinski. Veel van de technische begrippen zal niet-musicologen, zoals ik, boven de pet gaan. Maar de delen met Bush Negro-songs en Town Negro-songs, mét partituur, maken veel goed.

Surinam Folk-Lore is een ongeëvenaard antropologisch standaardwerk. Dankzij Herskovits zijn veel verhalen, odo’s en liederen bewaard gebleven. Cultureel erfgoed uit een tijd waarin slechts enkelen belang hechtten aan de Surinamistiek.

Carl Haarnack