door Bert Steinmetz

In een appartement in een Amsterdamse nieuwbouwwijk is de ziel van Suriname verstopt. Carl Haarnack koestert daar een prachtverzameling antiquarische boeken over de Surinaamse geschiedenis.

Eén kamer in de Amsterdamse woning van Carl Haarnack (44) is gereserveerd voor zijn bijzondere verzameling boeken: de Bibliotheca Surinamica oftewel Antiquariaat Buku. Buku uiteraard omdat dat ‘boek’ betekent in Sranan Tongo, maar ook als verwijzing naar het legendarische fort van de gevluchte slaven.

In Haarnacks boekenkasten staan de planken vol merendeels antieke banden, de meeste opmerkelijk klein, maar daarom niet minder bijzonder. Toch gaat hij niet overdreven zorgzaam met zijn schat om. Dat gedoe van Boudewijn Büch met zijn handschoentjes vond hij maar aanstellerij. Over de waarde van zijn verzameling laat hij zich niet uit, dat lokt maar ongewenste gasten aan. Maar voor wie serieus is geïnteresseerd in de Surinaamse geschiedenis of bepaalde aspecten daarvan, staat de deur van zijn boekenvertrek open. Zijn verzameling is intussen behoorlijk uniek. Ook antiquaren in het buitenland weten hem te vinden, als zij een speciaal boek met een Surinaams kenmerk in huis hebben. Vooral in Duitsland is dat nog wel eens het geval. Of hij krijgt een tip dat er iets bijzonders geveild wordt, en dan is Haarnack al onderweg. De liefde voor boeken over de Surinaamse historie is al vroeg bij de kleine Carl gewekt. En nog wel op niet de meest voor de hand liggende plaats: in Amsterdam-West, ondanks de grote afstand van Suriname. Of juist vanwege die grote afstand.

Carl Haarnack is wel geboren in Paramaribo, in de Gravenstraat, maar toen hij drie jaar was namen zijn ouders hem al mee naar Nederland. Hij staat er eigenlijk zelf versteld van, maar pas dertig jaar later, in 1996, keerde hij voor het eerst in zijn geboorteland terug. “Mijn moeder en haar generatie deden er alles aan om zo snel mogelijk in de samenleving in Nederland op te gaan”, is Haarnacks verklaring. “Wij werden ook niet opgevoed met de Surinaamse taal of cultuur.”

Afstand

“Pas toen mijn zuster me een keer zei: ‘Weet je dat je al dertig jaar in Nederland woont?’, realiseerde ik me dat ik eigenlijk bar weinig van Suriname wist. Ik heb meteen een ticket gekocht en ben erheen gevlogen.” Zodoende zijn belangrijke fases in Surinames ontwikkeling, zoals eerst de onafhankelijkheid in 1975 en vervolgens de staatsgreep van 1980 en de Decembermoorden van 1982 op grote afstand gebleven.

“Die onafhankelijkheid is altijd veel meer een Nederlands idee geweest dan een Surinaams idee. Suriname was al in zeker mate autonoom, er was helemaal geen meerderheid voor onafhankelijkheid. De ellende is voor Suriname pas begonnen ná 1975. In 1980 is nog wel even door me heen gegaan dat ik nu naar Suriname zou moeten. Maar je kon met die staatsgeep maar beter in Nederland blijven. Surinaamse vrienden vertelden mij wel hoe het eruit zag toen.”

“We spraken er hier wel over, want na 1975 waren grote groepen Surinamers naar Nederland gekomen. Dat was heel anders dan toen ik hier kwam in 1966. Je kunt je het nauwelijks meer voorstellen, maar ik was toen in West de enige zwarte in de klas. Ik ben gewoon als een Nederlandse jongen opgevoed.”

“Je moet ook niet vergeten: voor veel generatiegenoten en vrienden die in de jaren zestig uit Suriname naar Nederland zijn gekomen, bestond dat wij-gevoel helemaal niet dat nu zo wordt gepropageerd.” Toch bleven voor de kleine Haarnack de Surinaamse roots opspelen, maar hij kon er weinig mee. “Toen ik bij de Openbare Bibliotheek in de Comeniusstraat in West vroeg naar boeken over Suriname, keken ze me heel meewarig aan.”

Een belangrijke aanzet gaf zijn oma. Zij deed hem, toen hij pas veertien was, de Encyclopedie van Suriname cadeau, een uitgave van Elsevier. “Het moet voor haar een enorme uitgaaf zijn geweest, want die kostte toen, in 1977, toch gauw honderd gulden. Maar dat boek heeft bij mij de aandrift tot verzamelen losgemaakt. Ik vind het nog steeds een ongekende luxe om ook in deze tijd een boek uit de kast te kunnen trekken. Daar kan toch geen beeldscherm tegenop!”

Dat Carl Haarnack zich vooral op de Surinaamse geschiedenis zou werpen, was niet vreemd. “Al op school was ik in dat vak de beste. Ik wilde ook aanvankelijk geschiedenis gaan studeren. Dat heeft me altijd beziggehouden. De geschiedenis van Suriname is bovendien zo bijzonder, dat is een werkelijkheid die je niet zou kunnen verzinnen.”

Virus

En dan merk je dat je met dat virus bent besmet. “Je begint eens een rondje langs de antiquariaten te gaan”, beschrijft Haarnack. “Soms krijg je dan wat. Ik heb zo in elk geval veel geleerd van antiquaren en handelaren. Op het moment dat je je eerste boek hebt gekocht, voor meer dan honderd gulden, ben je verloren. Het leuke is dat je zo handelaren leert kennen die weten waarnaar je op zoek bent. Die gaan dingen voor je apart houden.”

Nee, hij is niet de enige. Instituten als de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag hebben de grootste verzamelingen. “Maar er zijn ook stille verzamelaars, die lopen niet met hun collectie te koop. Al met al zijn er misschien tien met een serieuze verzameling.”

In Paramaribo bestaat grote belangstelling voor de geschiedenis van Suriname, merkt Carl Haarnack. Ook daar leggen liefhebbers verzamelingen aan. “Maar dat is heel lastig, vanwege de klimatologische omstandigheden. En de meeste boeken over Suriname zijn in Europa uitgegeven.”

Het is duidelijk, Carl Haarnack is geen verzamelaar die in stilte zijn schatten koestert. Hij wil maar wat graag delen wat hij allemaal op het spoor is gekomen. “Het gaat mij niet zozeer om die oude boeken, maar vooral om de kennis die daarin besloten ligt. Die kennis wil ik doorgeven. Er zijn veel mensen die grote belangstelling hebben voor het verleden van Suriname, maar niet zo goed de weg weten. De drempel van de Universiteitsbibliotheek is voor hen gauw te hoog. Ook in Suriname zelf dringt meer en meer door wat ik te bieden heb. Door mijn website kan ik ook daar aanwezig zijn.

“Ik stel mijn boekenkast ter beschikking van mensen die onderzoek doen. Journalisten en wetenschappers mogen er gebruik van maken. Zo heeft Annejet van der Zijl hier onderzoek gedaan voor het schrijven van haar boek Sonny Boy. We moeten niet vergeten: Suriname blijft onlosmakelijk verbonden met Nederland”, besluit Carl Haarnack. “De Surinaamse geschiedenis is ook de Nederlandse geschiedenis.”

_______________________________________

Carl Haarnack loopt langs zijn boekenkasten en pikt er hier en daar een exemplaar uit. De vraag was wat de hoogtepunten in zijn verzameling zijn. “Ik heb weinig uit de zeventiende eeuw. Maar de achttiende eeuw is de meest interessante periode. Dat was de tijd van de opkomst én de neergang van de plantagesamenleving.”

“Het belangrijkste werk uit die tijd is het dagboek van John Gabriel Stedman, die van 1772 tot 1777 in Suriname verbleef als militair in de strijd tegen opstandige slaven. Hij was de zoon van een Schotse vader en een Nederlandse moeder. In die jaren hield hij nauwkeurig een dagboek bij, dat hij in 1796 publiceerde onder de titel Narrative of a five years’ expedition against the revolted Negroes of Surinam.”

“Stedman was een van de belangrijkste chroniqueurs van Suriname in de achttiende eeuw. Zijn boek was heel belangrijk; het heeft in grote mate bijgedragen aan de manier waarop men in Europa ging denken over de slavernij en de slavensamenleving.”

“De oorspronkelijke Engelse uitgave van zijn boek werd overigens gecensureerd. Stedman was daarover zo boos, dat hij de eerste exemplaren heeft verbrand. Pas in 1988 is, op basis van de later teruggevonden manuscripten, een authentieke versie van Stedmans standaardwerk uitgegeven.”

“Een heel interessant én zeldzaam boek is Neueste Nachrichten von Surinam. Als Handbuch für Reisende und Beytrag zur Länderkund van de Duitse chirurgijn J.F. Ludwig uit 1789. Het is opmerkelijk dat Duitsers een belangrijke en tamelijk onbekende rol hebben gespeeld in de slavernijgeschiedenis van Suriname. Ik vind het leuke van Ludwigs boek dat hij vooral het leven van alledag beschrijft.”

“Een ander belangrijk boek is eveneens van een Duitser: Friedrich Martin Duttenhofer, een paardenarts uit Stuttgart. Hij schreef na een bezoek aan Suriname in 1854 het curieuze boek Ueber der Emancipation der Neger: ein Versuch zur Aufstellung humaner Prinzipien in dieser Frage.”

“De mensen hadden aanvankelijk geen beeld van de slavernij. Pas in de negentiende eeuw ga je ineens allerlei duidelijk racistische pamfletten vinden. Duttenhofer schrijft neerbuigend over zwarte mensen, volgens hem zijn ze niet in staat tot het maken van kunst. Toch neemt hij een hele verzameling houtsnijwerk mee uit Suriname, die nu in Stuttgart in een museum te zien is.”

(dit stuk verscheen eerder in de Parbode van januari 2008)