Tags

, ,

Bericht uit Paramaribo in Suriname uit het jaar 1821

“Am 15ten Januar entschlief in einem hohen Alter der freygelassene Neger Cornelius Scipio nach manche merkwürdigen Schicksalen und Lebenserfahrungen“. Als kind werd hij als slaaf uit Afrika naar Suriname gebracht. Hij had echter het geluk bij de verkoop in Paramaribo bij een goede meester terecht te komen die hem, ook vanwege zijn trouw, goed behandelde. Toen zijn meester eens een reis naar Nederland moest maken nam hij hem als kok mee. Na terugkeer werd in zijn testament vastgelegd dat na zijn overlijden zijn trouwe dienaar Cornelius Scipio vrijgelaten moest worden. Maar toen hij overleed slaagde zijn weduwe er in deze laatste wens onvervuld te laten. Maar na twee jaar werd zij door het Hof bevolen Cornelius Scipio alsnog vrij te laten.

In 1784 ging Cornelius Scipio nog een keer naar Europa. Dit keer begeleidde hij Broeder Kersten, door wie hij gedoopt was. Kersten beëindigde zijn dienst in Suriname en vertrok naar Nederland. Zodoende hield Cornelius Scipio zich een maand in Zeist op. Zijn terugreis was door vele avonturen omgeven. Onder de schepelingen onstond ernstige buikloop. Zo erg dat de kapitein, om de zieken te laten verzorgen, besloot naar Lissabon uit te wijken. Daar werden ze aan land gebracht. Ook Scipio werd naar een Lazareth (ziekenhuis) gebracht. Daar werd hij op liefdevolle wijze door Barmhartige Zusters verpleegd. Toen hij weer helemaal genezen was nam een heer die naar New York wilde reizen hem als bediende mee. Daar zou het makkelijker zijn een schip naar Suriname te vinden dan in Lissabon. Maar voor dat het schip in New York aankwam overleed de goede man. De kapitein van het schip bracht Scipio naar een van zijn contacten in New York. Deze hielpen hem verder op weg naar St. Eustatius. Van daar reise hij naar Demerara, vervolgens naar Berbice en uiteindelijk naar de Corantijnrivier. Daar werd hij door missionarissen van de Evangelische Broedergemeente opgevangen. Zij zorgden er voor dat hij met de postboot huiswaarts, naar Paramaribo, verder kon reizen. Cornelius Scipio iemand die aanzien genoot onder de lokale zwarte bevolking van Suriname. Toen hij weduwenaar geworden was en zijn krachten zo verzwakt waren dat hij zichzelf niet meer kon onderhouden, leefde hij van giften. Een andere vrije neger, lid van de EBG, van de hielp hem aan een woning. Cornelius Scipio was zo dankbaar en met zeer weinig tevreden.

uit: Nachrichten aus de Brüder-Gemeine. Sechstes Heft. Gnadau. Verlegt und zu finden inde Buchhandlung der Evangelischen Brüder-Unität, bey Christoph Ernst Senst, so iwe in der Brüdergemeinen. 1822.