Tags

, , ,

Zes jaren in Suriname. Schetsen en tafereelen uit het maatschappelijke en militaire leven in deze kolonie. August Kappler.  Utrecht: W.F. Dannenfelser, 1854.

 


 

 

 

 

 

 

August Kappler (Mannheim 1815 – Stuttgart 1887) was één van de vele Duitse gelukszoekers die inSuriname terecht kwamen. Kappler bracht in totaal 43 jaar van zijn leven door in Suriname. In 1836 arriveerde hij als huursoldaat in Suriname. Hij werd gestationeerd op verschillende wachtposten in de kolonie. Dat stelde hem in staat veel van het land te zien en te bestuderen. Zo bezocht hij regelmatig plantages en keek met belangstelling naar de gewoonten en rituelen van de slavenbevolking. Over zijn eerste zes jaar hield hij een dagboek bij dat resulteerde in deze publicatie. Een jaar na zijn terugkeer in Duitsland vertrok hij wederom naar Suriname. Hij woonde van 1842 tot en met1845 inParamaribo. Hij hield zich onder meer bezig met het verzamelen van vlinders en bijzondere plantensoorten die hij naar Europa exporteerde. In 1846 werd Kappler gouvernementsambtenaar  benoemd. Zijn taak bestond uit het toezicht houden op de marrons die langs de rivier de Marowijne leefden. Vooral toen de Fransen in 1848 de slavernij afschaften bestond de vrees dat slaven van de Surinaamse plantages zouden weglopen en de rivier zouden oversteken. Kappler noemde zijn nederzetting aan de Marowijne naar zijn vrouw Frau Albina Liezenmaier.

Het aardige van het boek van Kappler is dat we een zeer gedetailleerde beschrijving krijgen van het land, de flora en fauna. Kappler heeft werkelijk het hele land gezien en vele plantages. Zo bezocht hij de plantage Berg & Dal:

“De directeur, een oude mulat, insgelijks door het geraas der honden gewekt, vervoegde zich met gemaakte vriendelijkheid bij ons….. Het negerdorp bestaat uit nette, houten huizen; deze maken verscheidene straten uit en leveren, daar zij door kokosboomen beschaduwd worden, een vrolijk gezigt op. De werkzaamheden der drie honderd hier aanwezige slaven, zijn zeer gering, en zij besteden hunnen overigen vrijen tijd tot het verbouwen van aardvruchten; deze zenden zij met de ponten, die planken naar de stad brengen, derwaarts om ze te laten verkoopen. Zij fokken eene menigte varkens en pluimgedierte, en hierdoor verschaffen zij zich vele gemakken en genoegens, waarvan de slaven op andere plantagiën verstoken zijn.”

Kappler is bij uitstek dé chroniqueur van het 19e eeuwse Suriname. Hij schreef maar liefst vier boeken over zijn ‘geliefde Suriname’. Dat deed hij niet met de afstandelijke blik van een toevallige passant maar als een scherp waarnemer wiens ziel en zaligheid diep in de binnenlanden van Suriname lag. In 1879 vertrok Kappler naar Duitsland. Hij overleed aan de gevolgen van een hersenbloeding en werd op 10 oktober1887 in Stuttgart begraven.

***********

Holländisch Guiana; Erlebnisse und Erfahrungen während eines 43 Jährigen Aufenthalts in der Kolonie Surinam. August Kappler.

Onder deze titel verscheen in 1881 Kapplers derde boek. Zes jaar eerder publiceerde hij Over kolonisatie met Europeanen in Suriname (1875). In Holländisch Guiana beschrijft Kappler, na zijn terugkeer in Duitsland, over zijn ervaringen tijdens zijn verblijf in Suriname. Van dit boek verscheen in 1883 een Nederlandse vertaling onder de titel Nederlandsch-Guyana. Beide werken zijn moeilijk vindbaar. In 2008 kwam er gelukkig een nieuwe uitgave die de titel mee kreeg Leben und Reisen im Regenwald (Matrix Verlag).

 

(zie elders op deze site andere bijdagen over August Kappler)