Tags

, ,

A Voyage to the West Indies: Containing various observations made during a residence in Barbadoes, and Several of the Leeward Islands, with some notices and illustrations relative to the city of Paramabo, in Surinam.

John Augustine Waller, Surgeon, R.N. London: Printed for Sir Richard Phillips and Co,  1820.

Hoe mooi sommige romans die in de koloniale tijd in Suriname gesitueerd zijn ook moge zijn, niets is boeiender en indrukwekkender dan het relaas van iemand die zelf in die tijd leefde. John Waller was een Engelse chirurg die van 1807 tot 1810 inhet Caraïbisch gebied dienst deed bij het Engelse marine-hospitaal op Barbados. Later werkte hij op een oorlogsschip dat van eiland naar eiland voer. Door Wallers boek krijgen we niet alleen een beeld van de slavenhandel op Barbados maar ook van de andere Engelse koloniën in de West-Indies. Het boek bevat zes prachtige etsen van R. Stennett. Voor ons is natuurlijk vooral interessant wat hij over Suriname te melden heeft. Suriname is, wanneer Waller arriveert, in handen van de Engelsen (Engels Tussenbestuur 1804-1816). Paramaribo is, zo schrijft Waller, als geen enkele andere stad in het Caraïbisch gebied. Het is er ruim en er staan prachtige huizen en  gebouwen. Aan weerskanten van de straten staan dubbele rijen citroen- en sinaasappelbomen. Hij is bovenal verrast door de indrukwekkende inrichting van de woonhuizen en het meubilair. Zo mooi heeft hij het niet eerder gezien aan deze kant van de Atlantische Oceaan. De officieren met wie hij Paramaribo bezoekt kopen allerlei dieren en producten van de indianen die bijna dagelijks de stad bezoeken. Zij verkopen er aapjes, papegaaien maar ook houtsnijwerk en pijlen en bogen. Vuurwapens en munitie zijn de meeste gewenste ruil objecten voor de indianen. Hogelijk verbaasd is Waller door de aanblik van de vele mannen en vrouwen die bijna naakt door de stad lopen. Niet alleen betreft dit de indianen maar ook de honderden slaven die eigendom zijn van de blanke bevolking van de stad. Zij droegen alleen een stuk stof om hun middel dat tussen de benen door weer omhoog liep. Waller is geshockeert dit aan te treffen in een dichtbevolkte en beleefde stad als Paramaribo: …. “and the men constantly shock the eye by the indecent and filthy spectacle that they present.”

A chief of the Bosjesmans or Bushnegroes on a visit to the Governor of Paramaribo. Arwakas and Charaibes or Caribee Indians at Surinam.

Een groot aantal van de slaven zijn mulatten en mestiezen met een huid bijna zo blank als die van Europeanen. Hier relativeert Waller het gangbare zwart-wit beeld van de slaven maatschappij dat we zo vaak voorgeschoteld krijgen. De slaven zijn in Paramaribo veel gedisciplineerder dan op Barbados. In de straten is er nooit lawaai of oproer te horen dat door slaven wordt veroorzaakt. Ze groeten iedere blanke die zij tegenkomen. Dat kan alleen maar komen door de strenge manieren om de slaven te tuchtigen. Naast al het moois dat de stad te bieden heeft is er ook iets afschuwelijks dat een bezoeker van de stad moet aanschouwen: de veelvuldige littekens op de lichamen van de slaven die door zweepslagen zijn veroorzaakt.

Waller schrijft dat zijn relaas niet bedoeld was voor publicatie. Maar vrienden drongen aan om dit toch voor een groter publiek toegankelijk te maken. Dat geeft het verhaal ook een heel realistische toon. Het is niet geconstrueerd om een vals beeld van de geschiedenis te schetsen of om de slavernij te rechtvaardigen. Waller schrijft wat hij ziet, zonder opsmuk en zonder verborgen agenda.

Carl Haarnack

 

Zicht op Paramaribo vanaf de Surinamerivier. Rechts Fort Zeelandia met een wapperende Engelse vlag. De ronde koepel van de door de Engelsen gebouwde kerk is goed zichtbaar. Deze brandde af in 1821, een jaar na de publicatie van dit boek. Raadsel blijft het vreemde perspectief van deze prent.