Tags

,

door Ph. A. Samson

Aantekeningen over kunst en vermaak in Suriname vóór 1900

(uit: Benoit, Voyage a Surinam, 1839)

De Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië noemt onder, “Tooneel” (p.683, 1916) de volgende namen van toneel-genootschappen die in Suriname hebben bestaan: Kunstliefde spaart geen Vlijt. Door IJver bloeit de Kunst. De verrezene Phoenix. Kunst wordt door Arbeid verkregen. Oefening kweekt Kunst. De Eendracht. Thalia. Polyhymnia. Melpomene. Oefening baart kennis. L’Union fait la Force. Dillettantenclub. Sociable Dramatic Club. – Hieraan kunnen wij toevoegen het genootschap ,,Honny soit qui mal y pense”, dat omstreeks 1820 toneeluitvoeringen in Paramaribo gaf. In de Encyclopaedie lezen wij verder: ,,Wat deze liefhebberij tooneelen hebben vertoond en hoe het met hen afliep, kon niet worden nagespoord”. Het doel van deze bijdrage is om de leemte in de Encyclopaedie vermeld, aan te vullen. Vooraf zij gezegd, dat van een volledig onderzoek geen sprake kon zijn, daar de krantenboeken die in Suriname te vinden zijn, vele hiaten vertonen. Uit hetgeen wij optekenden kan evenwel enig antwoord verkregen worden op de vraag welke kunstuitingen en vermaken vroeger enige afleiding brachten in het eentonige leven van het ver van alle levensgewoel liggende Suriname.

TONEEL

WOLBERS (1861, p.317) deelt ons mede dat uit het Journaal van Gouverneur JAN NEPVEU van 1773 blijkt dat op 19 Juli 1773 voor de eerste maal in Suriname een treurspel werd opgevoerd ,,Sabine en Eponia” genaamd. Het voornemen bestaat – aldus het journaal – ,,om alle maanden een vertooning te geeven, ‘t welk dienen kan om de ingezeetenen bij deeze fataale omstandigheeden van haaren miserabele staat eenigszints te distraheren”.

NEPVEU is zeer tevreden over het vertoonde en schrijft: ,,De Tragedie is zeer wel uitgevoerd, principalijk de moeijelijke rol van Eponia, die door een jongeman, genaamd Halloy admirabel uytgevoert is, synde nog ‘t wonderlijkste, dat niemandt, des onbewust, zou hebben kunnen merken, dat het geen vrouw was”.

De opmerking van de Gouverneur toont dat een vrouwenrol door een man gespeeld werd, in latere jaren kwam dit herhaaldelijk voor; het duurde lang voordat dames zich beschikbaar stelden om als actrices aan het liefhebberijtoneel mee te doen.

Het voorbeeld in 1773 gegeven vond spoedig navolging; in 1775 werd er een ,,Hollandsche schouwburg” opgericht.

Door het bestuur van deze schouwburg werd bepaald dat Joden geen toegang tot het theater mochten hebben. Als gevolg van deze maatregel richtten de Joden het daaropvolgend jaar een eigen toneelgebouw op, hunnerzijds verboden zij de toegang aan bestuur en acteurs van de Hollandse schouwburg. Gouverneur en Raden van Policie hadden er een eigen loge. In 1874 werd de Joodse schouwburg aanzienlijk verbeterd; de auteurs van de Historische Proeve vertellen ons dat er twaalf maal per jaar werd gespeeld.

In het begin van de negentiende eeuw bloeit het amateurtoneel in Suriname, vooral gedurende het Engels tussenbestuur werd veel aan toneel gedaan (1). Teneinde een idee te geven van de aard van de stukken die tussen 1800 en 1840 werden opgevoerd, doen wij een greep uit de aantekeningen die wij daarvan hielden.

De Verrezene Phoenix vertoonde op 13 Maart 1811 ,,De Geredde grenadier” voorafgegaan door een blijspel “Tafelvrienden”. Op 18 October 1811 lezen wij van de opvoering van ,,De deserteur uit Ouderliefde en Huwelijksrevolutie”, terwijl op 14 Juli 1813″De Corsikanen” van A. F. F. Kotzebue werd opgevoerd. Blijkens een advertentie in de plaatselijke bladen werden de “representaties” van de vereniging in October 1812 geschorst vanwege de dood van de oud-Gouverneur DE FREDERICI (2). Op 30 Juni 1814 werd “De Spanjaarden in Peru of de dood van Rolla”, treurspel naar het Hoogduits door Kotzebue opgevoerd. In latere jaren nemen verschillende toneelverenigingen dit stuk op het programma. In de pers wordt in April 1827 de zevende “representatie” van dit stuk aangekondigd. Een ander kasstuk was “De Zonnemaagd” van Kotzebue. In 1827 werd dit drama voor de tiende maal opgevoerd. De prijzen die De Verrezene Phoenix voor de voorstellingen vroeg waren niet laag, wij vinden toegangsprijzen van f15 en f10 geadverteerd. Van het Genootschap De Eendracht lezen wij dat het op 17 Januari 1820 opvoerde “Gesner of het Zwitsers huisgezin” toneelspel in drie bedrijven en na hetzelfde “Calasrade in het paleis van Amurath begunstigd door de tovergodin Adirah, Turks ballet in drie bedrijven.”

(1) Zie “De Surinaamse Pers gedurende het Engelse tussenbestuur” in de W.I. Gids 31, 1950, pag. 80-93.

(2) JURIAAN FRANÇOIS DE FREDERICO (1792-1802) stierf op 11 October 1812 te Paramaribo. Een fraai monument, voor hem in de Hervormde Kerk te Paramaribo opgericht, ging door de brand van 1821 verloren.

Ditzelfde toneelgezelschap kwam in Mei 1820 met een drama “Celina of het kind des geheims”, gevolgd in Juli van dit jaar door “Don Louis de Vargas”. In 1821 bracht het gezelschap ten tonele “De Oost-Indien Vaarder”, toneelspel naar het Hoogduits van C. Arresto, een stuk dat later meerdere malen gegeven werd.

Honny soit qui mal y pense gaf zoals in die tijd gebruikelijk op 4 Januari 1823 een drama en een blijspel; het drama heette “De slaapwandelaar of de Kapel van Glenthorn”; het blijspel had tot titel “De weduwe en het rijpaard”.

Oefening kweekt Kunst opende op 28 November 1808 de rij van voorstellingen met “Deugdzame armoede” gevolgd door een als ‘zedig’ aangekondigd blijspel “De schoorsteenveger prins”.

In een theater in de Gravenstraat werd in Juli 1819 “Hamlet” ‘beroernd’ treurspel in 5 bedrijven opgevoerd. Op 13 September 1820 wordt in een theater aan de Jodenbreestraat door ,,jonge liefhebbers” opgevoerd ,,De onechte dochter”, toneelspel en daarna een blijspel van Kotzebue, ,,De Vrijmetselaar”.

In 1825 komt er een stagnatie in het geven van voorstellingen door de toneelverenigingen.

Blijkbaar verlangde het publiek toneelspel, wij lezen dan ook in de Gepreviligeerde Surinaamsche Courant van Maandag 8 Augustus 1825 (gedrukt bij erven Brink) een advertentie van Weduwe KROON, geboren HILVERDINK, waarin wordt aangekondigd dat zij ,,met assistentie van eenige Heeren Liefhebberen” op 16 Augustus ,,ten tooneele zal voeren” : ,,Montigny, beroemd treurspel in vijf bedrijven, nooit alhier vertoond” en na hetzelve ,,De Vader bij toeval”, blijspel in één bedrijf. Waarschijnlijk had de weduwe succes met haar stukken; in September en December 1825 verschijnen er weer aankondigingen van opvoeringen, terwijl op 16 Maart 1826 het zo geliefde drama “Zuma, de ontdekking van de kinabast” wordt opgevoerd.

De Verrezene Phoenix begon in 1826 weer met voorstellingen, in September van dit jaar lezen wij van de opvoering van “Robert Maxwell” van Kotzebue en een blijspel in de kranten aangekondigd als “De bankroet van den schoenlapper”.

Intussen liet zich de behoefte aan een speciaal voor toneel bestemd gebouw gevoelen.

In April 1837 werd door de heren N.G. VLIER, JOH. HELB, H.F. WESENHAGEN en H.J. BLANCKE een toneelgezelschap opgericht, dat de naam van T h a l i a kreeg (1). De oprichters wendden zich met intekenlijsten tot de burgerij van Suriname om gelden te verkrijgen tot het bouwen van een theater. Een geldlening tot een bedrag van f20.000 werd binnen enkele dagen voltekend. Op 9 Juni 1838 werd door de Stadsarchitect J.A. Voigt de eertse steen van het gebouw gelegd. De eerste voorstelling in het gebouw, dat aan 700 personen plaats bood, had plaats op 20 Januari 1840.

(1) In de Surinaamsche Almanak voor 1841 staat een foto van het toneelgebouw en een uitgebreid artikel over de oprichting van Thalia. In 0ns rijk Suriname, door A.J. RIKO, 1880, vindt men enige gegevens over Thalia en een paar bijzonderheden uit de schouwburghistorie van Suriname.

Opgevoerd werd “De Oost-Indien vaarder van Arresto”, een toneelspel in vier bedrijven, gevolgd door “Het kamertje van een waschmeisje”, blijspel met zang in één bedrijf. In de jaren na de oprichting werden geregeld abonnementsvoorstellingen gegeven; men kon voor 10 achtereenvolgende “representaties” intekenen.

Het toneelgenootschap Thalia bestaat nog; het zou de moeite waard zijn een afzonderlijk artikel aan de historie van deze vereniging te wijden.

In de Surinaamse kranten vóór 1840 treft men geen recensies aan van toneelstukken.

De eerste uitzondering die ik aantrof was een bespreking van de eerste door het toneelgenootschap Thalia gegeven voorstelling in De Telegraaf van Vrijdag 24 January 1840. Onder het hoofd “Eerste Toneelvoorstelling” schrijft een Kunstminnaar een critiek. Van een der spelers schrijft hij dat deze in de trant van een redenaar sprak. Van het spel in het algemeen luidt het oordeel: “wanneer wij in aanmerking nemen, dat de meeste werkende leden voor het eerst het toneel betraden, dan moeten wij betuigen, over de uitvoering op zich zelve min of meer voldaan te zijn”.

Theater Thalia in Paramaribo; Surinaamsche Almanak, 1841

Deze critiek gaf het Bestuur van Thalia aanleiding in de Surinaamsche Courant van 26 Januari een stuk te doen opnemen waarin het dankbare publiek werd gevraagd zich niet te storen aan het ongepaste geschrijf van De Telegraaf en er op gewezen werd dat Zijne Excellentie de Gouverneur-Generaal (1) alvorens de zaal te verlaten aan de heren Comxnissarissen verzocht heeft de werkende leden zijn dank te betuigen voor het genoegen dat de voorstelling hem verschaft heeft en daarbij de verzekering voegde dat Z.E. ten uiterste voldaan was en de voordracht in het algemeen veel beter is geweest dan hij van een gezelschap van liefhebbers – waarvan zo weinigen de zo moeilijke toneelkunst practicaal beoefend hebben – had durven verwachten. Het is wel merkwaardig dat van de verdere uitvoeringen die de jaren na de eerste voorstelling werden gegeven geen critieken in de bladen wordt opgenomen.

Gelijk de gewoonte in die jaren was werd een drama en een blijspel opgevoerd. In 1840 gaf Thalia tien malen een toneelvoorstelling. Wederom doen wij een willekeurige greep uit de vele toneelstukken die in de jaren 1840-1900 aan het Surinaamse publiek werden aangeboden.

Vele van de stukken hebben een dubbele titel: ,,Don Louis de Vargas of de edele wreker” (1841); bij de laatste voorstelling die de Gouverneur- Generaal Vice-Admiraal J.C. RIJK bezocht, werd ,,Michel Adriaanz. de Ruyter”, een treurspel in vier bedrijven, gespeeld. Dit stuk werd gevolgd door ,,De verbeterde dwaas” (30 Maart 1842). ,,Lazaro, de veehoeder of Misdaad en Wraak” (1843), ,,Clemence of de dochter van den Advocaat” (1849), ,,Harridan Barbarossa Groot Admiraal van Soliman II” (1857), ,,John de klokkeluider van de Sint Pauluskerk” (1870), ,,De Bravo” (1875), ,, Janus Tulp” (1880), ,,De koopman van Antwerpen” (1883), ,,Schuld en Boete” (1888), ,,Vriend Fritz” (1891), ,,Het Goudvischje” (1897).

(1) JULIUS CONSTANTIJN RIJK (1838-1842).

Ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van Thalia werd ,,Catherina Howard of de twee schijndoden” opgevoerd (1897).

Het kort na Thalia (Maart 1841) opgericht toneel-gezelschap Polyhymnia gaf bij de eerste voorstelling op 22 Maart 1841 ,,De vondeling” gevolgd door ,,Het losse schot”, blijspel in één bedrijf. In 1841 en 1842 gaf dit gezelschap enige voorstellingen, daarna treffen wij geen advertenties meer van haar opvoeringen aan.

Oefening baart Kennis voert in 1888 op ,,De bloedvlek of de zegepraal op het vooroordeel”. Melmopene bracht “Deborah” in hetzelfde jaar, terwijl in dat jaar de militaire toneelvereniging L’Union fait la Force een toneelspel in 4 bedrijven ,,De vergelding” opvoerde, gevolgd door tableaux vivants, scenes uit de Atjeh-oorlog.

In de Volksbode van 10 Augustus 1890 verscheen een vrij grote recensie van een door Oefening baart Kennis opgevoerd toneelstuk “Onder valsche Vlag”.

In die dagen heerste er een scherpe partijstrijd tussen twee groepen die pro en contra Gouverneur DE SAVORNIN LOHMAN(1) waren.

In de bedoelde recensie wordt speciaal melding gemaakt van een scene in het stuk, waarin de hoofdrol een booswicht toeriep: ,,Werp thans Uw masker af, vaar niet langer onder valse vlag”. Deze woorden zijn met vette letters aangegeven.

Thalia heeft in de loop der jaren verschillende historische drama’s opgevoerd; het is typisch dat juist in 1891 toen de beschuldiging werd geuit dat een deel der Staten tegen het Nederlands gezag demonstreerde, twee historische spelen ten tonele werden gebracht; op 9 Juli 1891 “Joan Wouterz.”, groot historisch drama in 5 bedrijven; op 9 December 1891 “George Lalaing, Graaf van Rennenberg”.

BUITENLANDSE GEZELSCHAPPEN EN PERSONEN

In de loop van de jaren hebben verschillende gezelschappen of personen uit het buitenland Suriname bezocht, teneinde er op verschillend gebied voorstellingen te geven.

Zoals tevoren gezegd is het niet mogelijk een volledige opsomming te publiceren; uit het navolgende in chronologische volgorde bijeengebracht materiaal kan echter een denkbeeld worden gevormd van hetgeen het Surinaamse publiek te genieten kreeg.

In de Nieuwe Surinaamsche Courant en Letterkundig Dagblad van Vrijdag 10 Januari 1834 kondigt A. MULLER, Mechanicus, zijn eerste voorstelling aan; hij vermeldt in zijn advertentie dat hij in Nederland en Curaçao met groot succes is opgetreden.

De voorstellingen betroffen:

1. Tour d’adressen en behendigheden.

2. Mechanische kunststukken.

3. Geestverschijningen.

De “geesten” die werden vertoond waren Prins Willem I, Michiel Adriaanz. de Ruyter, van Speyk, de ouderdom, enz. Daarbij werd Chinees vuurwerk vertoond. De prijzen oorspronkelijk op f4 en f2.50 gesteld, werden later verminderd.

(1) Jhr. Mr MAURITS ADRIAAN DE SAVORNIN LOHMAN (1888-1891).

In Januari 1846 geniet Suriname het voorrecht door een Italiaans operagezelschap te worden bezocht. Opgevoerd werden o.m. Romeo en Julietta, Norma, De Barbier van Sevilla, Lucia di Lammermoor. De prijzen lagen tussen f 5 en f 2.50. Eerst in begin 1847 vertrok het gezelschap uit Suriname.

In hetzelfde jaar kwam een ,,Olympische” circus in Paramaribo; het gezelschap bestond uit 33 personen en 14 ,,fraaie en uitermate schoone paarden”; de eerste voorstelling werd op 24 Januari 1846 in een tent aan de Keizerstraat gegeven.

Een Frans toneelgezelschap ,,Les artistes réunis” bezocht in 1848 Suriname. Opgevoerd werden ,,La grace de Dieu”, ,,Le gamin de Paris” en “Caesar de Bazan”.

In Augustus 1853 komt er weer een gezelschap van “Italiaanse operisten” in Suriname; het is mogelijk dat dit hetzelfde gezelschap was dat enige jaren tevoren Suriname bezocht, doch zeker is dit niet. De bladen zijn vol lof over het gepresteerde; geschreven werd dat het Surinaams publiek het als een bijzonder voorrecht mocht waarderen wederom kunstenaars wier talenten bewondering wekken, in hun midden te hebben. Op het programma stonden: ,,Linda, ,,La grace de Dieu”, ,,De barbier van Sevilla”, ,,Lucia di Lammermoor”, ,,Lombardi. In de nieuwsbladen wordt ter voorlichting van het publiek een korte inhoud van de te vertonen opera opgenomen; de toegangsprijzen waren f3.50 – f1.50. Het gezelschap bleef tot October 1853 in Suriname en vertrok toen naar Brits-Guyana.

Reeds het volgend jaar kwamen de “Amerikaansche Ethiopische Minstreels” in Suriname; er waren zangers bij en een olifant, Hannibal genoemd, vertoonde “buitengewone” kunsten.

Het duurt tot 1862 voor wij weer een gezelschap uit het buitenland aangekondigd vonden.

Nu kwam een ster van Europeese vermaardheid, Madame INEZ FABBRRI, prima Donna van theaters in Weenen, Milaan, Berlijn, New York, Boston en Philadelphia. In het gezelschap bevonden zich verder een dame en een heer. Deze heer, R. MULLER, wordt in de programma’s aangeduid als Pianist-Componist van H.M. de Koningin Moeder der Nederlanden.

In Thalia werd op 14 Juni 1862 de eerste opvoering gegeven, de toegangsprijzen waren moderaat f3, f1.50 en f1. Het programma van de eerste voorstelling drukken wij hieronder geheel af.

Tooneel-Gebouw THALIA

Zaturdag, 14 Junij 1862

Eerste optreding van de beroemde Lyrische Tragédienne

Mdme. INEZ F A B B R I ,

Prima Donna van de Theatres van Weenen, Milaan, Berlijn, New York, Boston en Philadelphia,

GROOT LYRISCH INSTRUMENTAAL CONCERT,

in costuum.

Artistes.

Mad. INEZ FABBRI . . . . . . . Soprano.

Mr. ADAMS . . Tenor.

Madlle. ROSETTI . . . . . . Mezzo Soprano.

Mr. R. MULDER Pianist Componist van H.M. de Koninginne-Moeder der Nederlanden.

PROGRAMMA.

Eerste gedeelte

ERNANI. Grand air et récitative (Verdi), gezongen in Costuum door Mad. INEZF ABBRI.

MARTHA Grande Romance (Flotow), gezongen door den Heer ADAMS.

LA SOMNAMBULE. Fantasie de Concert, gecomponeerd en uitgevoerd door den Heer MULDER.

L I N D A   D I   C H A M O U N I X

(In Costuum)

Opera Seria del Maëstro – DONIZETTI.

Gedeelte van de 1e acte.

LINDA. (een landmeisje) . . . . . . . . . . . Mad. INEZF ABBRI.

PIEROTTO(een Savoijaard) . . . . . . . . . Madlle. ROSETTI.

CARLO DE SIRVAL (bekend bij Linda als schilder), Mr. ADAMS.

Tweede gedeelte.

N O R M A

(In Costuum)

Opera Seria del Maëstro – BELLINI.

Gedeelte van de 2e acte.

NORMA. Priesteres der Druïden . . . . . . . . Mad. INEZ FABBRI.

ADALGISA. Jonge Priesteres . . . . . . . . . Madlle. ROSETTI.

Twee kinderen van Norma.

Derde gedeelte.

LE CARNAVAL UNIVERSEL. Caprice burlesque voor de Piano, gecomponeerd en uitgevoerd door den Heer MULDER.

ICH WIRDE BLUME DICH NENNEN! – Duitsch lied van Richard Mulder, gezongen door . . . . Madlle ROSETTI.

Du BIST MIR NAH UND DOCH SO FERN, Duitsch lied van Reichard, gezongen door den Heer ADAMS.

LA TRAVIATA. ( V e r d i )

(In Costuum)

Groote Aria en Scène, gezongen door Mad. INEZ FABBRI.

Prijzen der plaatsen.

Loge f3. Familie-biljetten van 3 en meer personen f 2.50 per persoon.

Stalles d’Orchestre f3.

Balcon f2. Familie-billetten van 3 en meer personen f1.50 per persoon.

Parterre f 1.

Tot het bespreken van plaatsen vervoege men zich bij den Heer J. DE VRIES, bij wien van heden af Biljetten verkrijgbaar zijn, en op den Speeldag aan het Toneel gebouw en in het Hotel Lyons.

NB. Familie-billetten zijn alleen toegankelijk voor leden van hetzelfde huisgezin. Men wordt beleefdelijk verzocht om de billetten aan den hoofdingang te vertoonen.

Z. LIONARONS.

Agent Fabbri.

De Surinaamse Pers is unaniem in lof over het vertoonde. Gezongen werden delen uit: I Masnadieri (de rovers) van Verdi; Il Trovatore, Ave Maria van Kuchen, Lucia di Lammermoor, Der Freischutz, Lucretia Borgia. De beroemde opera van Verdi, La Traviata, werd op 12 Juli geheel ten gehore gebracht. Mad. FABBRI zong de rol van Violetta; de verslaggever van een der Surinaamse bladen schrijft dat een beschrijving van de uitvoering onmogelijk is.

De echtgenoot van madame FABBRRI, RICHARD MULDER, was een Nederlander die 20 jaar tevoren zijn geboorteland had verlaten. Ter gelegenheid van de tweede voorstelling van het gezelschap, die op 17 Juni, de verjaardag van H.M. de Koningin viel, werd door Mulder in een overvolle zaal het Oranjehuis gehuldigd. Een feestmars door hem gecomponeerd, werd op de piano uitgevoerd; Mad. FABBRI zong het Wien Neerlands bloed; MULDER speelde de Sophia Frederika Mathilda Polka, door hem gecomponeerd. Een door de Gouverneur afgestaan portret van de Koningin prijkte in de zaal. De afscheidsvoorstelling werd op 23 Augustus 1862 gegeven; La Traviata werd toen gezongen.

In November 1862 werd in het Gouvernements Advertentieblad een bericht uit het Handelsblad overgenomen over door Mad. FABBRI in Amsterdam met succes gegeven voorstellingen.

Van Februari tot April 1865 vertoefde een “paardenspel” onder directie van ALEXANDER LUANDE in Suriname; er werden evenwichtstoeren, manoevres te paard en gymnastische oefeningen vertoond; het muziekcorps van het garnizoen verleende medewerking.

1865 was een goed jaar voor de Surinaamse kunstminnaars; niet minder dan twee Franse sterren waren tegelijk in Paramaribo.

Op 11 November 1865 gaf de Prima Donna Mad. CHEVALLIER haar eerste concert in Thalia. In de aankondiging lezen wij : “Zij vleit zich, dat haar talent niets te wenschen zal overlaten en zij alhier evenveel succes zal maken als in Colmar, Straatsburg en andere plaatsen”. Op het programma stond een ouverture uit de opera ,,Der Teufel ist los” van Balfe, een aria uit de opera “La Favorit” van Donizetti, een aria uit ,,Le diable” van Meyerbeer, alsmede stukken uit ,,Lucia di Lammermoor” van Donizetti.

Van Madame CHEVALLIER heb ik slechts één concert aangekondigd gevonden. Waarschijnlijk werd haar ster verduisterd door Mad. PEPPITAS, die zich als volgt aankondigde: “Eerste Chanteuse van de voornaamste schouwburg van Frankrijk en België, bekroond met den eersten prijs van het Conservatoire, lid van de Kapel van Z.M. de Keizer der Franschen”. Haar eerste concert op 14 November 1865 in het toneelgebouw Thalia werd door een groot publiek bijgewoond; op het programma stond o.m. Ouverture uit de opera Le Barbier de Sevilla van Rossini, grote scene uit Il Travatore, in costuum gezongen, Ouverture uit de opera Romeo en Julietta van Bellini. Prijzen der plaatsen waren f3, f2 en f1.

In het Gouvernements Advertentieblad verschenen recensies van de voorstellingen; de verslaggever schrijft dat de romance uit Guillaume Tell door haar onbekendheid niet ten volle is begrepen. Het derde en laatste concert werd op 30 November gegeven; op het programma stonden o.m. ,,het lachlied” van Aubert en twee grote arias uit Semiramide en Attila.

In het G.A.B. van 22 Augustus 1885 verscheen een aankondiging van THEODOOR NEUMANN-CORDUA, Pianist en Componist, Erelid van het Academisch muziekgenootschap Richard Wagner te Weenen, laatstelijk Professor aan het Conservatoire te Bern, voor korten tijd alhier vertoevende, waarin hij het voornemen te kennen geeft drie concerten in Thalia te geven.

Het eerste concert werd op Zaterdag 22 Augustus gehouden. In het G.A.B. van Dinsdag 25 Augustus verscheen een ingezonden stuk over het eerste concert, waarin staat dat de heer NEUMANN een Surinamer van geboorte is, 23 jaar oud.

Het verslag is zeer enthousiast gesteld, er blijkt uit dat NEUMANN Citronen Blühen, de trio van Neurnann, en het groot concert voor piano van Scharmenka uitvoerde. Hij werd door enige personen bijgestaan, nl. W.L. LOTH, RODRIGUES, HELSTONE en VAN DIJK Jr.

Terwijl het programma van het eerste concert niet is opgegeven, vinden wij in het G.A.B. van 15 October het programma van het 2de concert, dat wij hier letterlijk laten volgen:

Eerste deel.

1 Trio voor piano, viool en violoncel van Th. Neumann Cordua.

2. a. Humoresken van Grieg.

b. Bourrbe van Tours.

c. Larghett van Henselt.

3. Erlkönig van Schubert.

4. Romance voor viool van Singer.

5. Allegro Scherzando van Moskowsky.

Tweede deel.

6. Sonate voor Piano van Th. Neumann Cordua.

7. a. Das verlassene Magdlein }

b. Ich traumte van Koningskind } van Neumann Cordua’

8. Polonaise van Liszt.

9. Legende van Wieniawsky.

10. Concert van Scharwenka.

De liederen onder 7 werden voorgedragen door de heer S. H. SAMSON. Na afloop werd de kunstenaar een ovatie gebracht, een vijftig tal flambouwen met het muziekcorps der troepen brachten hem naar de Buiten Societeit, alwaar ,,bengaals licht het vrolijk toneel alleraardigst bescheen”. Van het derde concert heb ik geen gegevens kunnen vinden.

In de Surinaamsche Courant en het G.A.B. van 1 Juni 1872 wordt een voorstelling van KARL STEELE, een pianist van het Groot Conservatorium van Leipzig, tezamen met W. NORTON, een New Yorkse zanger, aangekondigd.

Drie jaren later verschijnt er in de Surinaamsche Courant en het G.A.B. een grote advertentie om 2 artisten de heer en Mevrouw PHILION, die een kunstreis door de wereld maken, aan te kondigen. Het echtpaar werd bijgestaan door ROBERT DARTON, toneelkunstenaar, komiek, vocalist en pianist, laatstelijk directeur van de Shiel Barry Comedy Compagnie. De eerste voorstelling werd op 4 December 1875 in Thalia gegeven, het programma bevatte lucht- en goocheltoeren, vuureten, toeren van Hindostanse en Japanse behendigheid. Een kluchtspel “De echtgenoot onder de pantoffel” besloot de voorstelling.

In Januari 1888 kwamen de gebroeders JOHN en ALEXIS VILAIN in Suriname en gaven met welwillende medewerking van enige dilletanten concerten.

Tijdens de woelige Meidagen van 1891 was er een Braziliaans circus in Paramaribo, het circusgezelschap bestond uit 7 dames, 10 heren, 8 paarden, 2 steenezels en 31 honden. De nieuwsbladen die wij van die dagen raadpleegden staan vol berichten over de politieke toestand en de gespannen verhoudingen, slechts in een blad van 24 Mei verscheen het bericht dat de redactie een voorstelling van het circus op het Vaillantsplein had bijgewoond, dat de tent vrijwel bezet was en het paarden- en hondenspel het publiek veel genoegen verschafte.

Minder succes had de Dominion Concert Company, die in Augustus 1891 concerten en zangnummers bracht. O.a. werd “Gloria in excelsis” van Mozart gegeven.

In November 1891 bracht een ander gezelschap van paardenrijders en acrobaten onder directie van zekere GARDNER een bezoek aan Suriname, welk bezoek in Maart 1893 werd herhaald. In het laatstgenoemde jaar bezocht een pianist Prof. MOREIRA DE SA Suriname.

Ook in 1892 konden de inwoners van Paramaribo van een operagezelschap genieten; in Juni kwam hier het “Hamilton en Rial Grand Opera gezelschap” aan. Van de vertoonde opera’s noemen wij Maritana, Fra Diavolo, The Bohemian girl, Girofle-Girofla, Les Cloches, Faust en Il Trovatore en Mascotte. Hetzelfde jaar gaf een Spaans circus hier opvoeringen. WILLEM COENEN, die zich in 1892 in Suriname bevond, liet zich, naar een krantenbericht in die dagen, overhalen hier op 14 September een concert te geven. Het programma bevatte o.a. Prélude en Fuge E. Moll, Opus 35 No. 1 van Mendelssohn, een sonate van Beethoven en stukken van Chopin, alsmede Rhapsodie Hongroise van Liszt. Na afloop van het concert werd de pianist onder fakkellicht en muziek naar de Buiten Societeit , “Het Park” geleid, waar Mr D. JUDA, President van het Hof van Justitie hem namens de aanwezigen toesprak.

In Juni 1893, bezoekt de heer JOSEF HEINE met gezelschap Suriname om concerten te geven. De door hem geplaatste advertenties verschijnen in de Engelse taal met zijn foto; in die advertenties wordt vermeld dat Heine violist is van ,,Keizer Don Pedro” te Rio de Janeiro en zijn vlool f4.3000 waard is. Op het programma komen stukken van Chopin, Mendelssohn, Rossini en Heine voor.

De West-Indiër van 13 December 1893 vermeldt dat Prof. JESSURUN en gezelschap een vocaal en instrumentaal concert in Paramaribo gaf, gevolgd door de vertoning van magische en goocheltoeren. Als bijzonderheid wordt nog verteld dat de professor een door hem zelf vervaardigd instrument “the tobacco box” bespeelde. Dit instrument had slechts één snaar en gaf de zuiverste en meest welluidende tonen weer.

Ten slotte weten wij uit een bericht in de Surinaamsche Almanak 1894 dat op 26 November 1894 de Salambo’s New York Vaudeville Company, bestaande uit zangers, dansers, goochelaars en acrobaten, Suriname bezocht.

MUZIEK

Gegevens omtrent concerten gegeven door amateurs zijn schaars. A. VON SACK schrijft in Reise nach Suriname (1821): Verscheldene heren, die smaak voor muziek hebben geven bijna alle weken een concert, waartoe zij gezelschap vragen.

In 1835 kwamen de gebroeders Pos in Suriname aan, aanvankelijk voor een kort verblijf, doch zij bleven hier. Prins WILLEM FREDERIK HENDRIK die in dat jaar Suriname bezocht woonde een door de heren Pos gegeven soiré musicale bij. De heren voerden omstreeks 1840 in Thalia de eerste acte van “De barbier van Sevilla” op.

Hierna ontstond het muziekgezelschap “Cecilia” dat hier heren en dames concerten gaf; de entree was niet laag, niet minder dan f15 moest voor een plaats worden betaald.

In Pro Arte een door de heer en mevrouw FEINLAND gegeven tijdschrift aan de kunst gewijd, publiceerden wij in 1941 een programma van een op 17 Augustus 1843 gegeven concert, waarin de heer M. POS optrad in “Fantasie voor de viool” van Kalliwoda. Het concert werd gegeven door G. F. SOMMER, die een aria uit ,,le Chalet” van Adam en met ,,een liefhebber” een duet uit Belisario van Donizetti zong. FEINLAND schreef dat de werken in het programma vermeld, blijk geven dat de concertgevers volkomen op de hoogte van de muziek ult die tijd waren en de samenstelling van het programma gelijk staat met concertprogramma’s uit die dagen in de Europeese landen.

In 1876 werd Sempre Crescendo opgericht, deze vereniging telde haar

leden uit de beste klassen van de Surinaamse samenleving: een zangtrio bestaande uit de heren SCHIMMELPENNINCK, LOTH en BREMEN, respectievelijk Administrateur van Financien, Gouvernements Landmeter en Controleur der Belastingen werkte met de vereniging mede.

In November 1890 gaf de vereniging Philotechnic, met medewerking van de muziekmeester J.N. HELSTONE, een concert in Thalia. De heer HELSTONE vertrok in 1899 naar Leipzig waar hij o.a. bij prof. Weidenbach aan het Conservatorium studeerde. Na zijn terugkomst in Suriname heeft hij het muziekleven hier sterk beïnvloed. Een monument werd in 1948 ter ere van deze Surinaainse pianist en componist in Paramaribo opgericht.

VERMAAK

Behalve concerten, opera’s en toneelvoorstellingen lezen wij van andere vermakelijkheden, die in de loop der tijden aan het Surinaams publiek werden geboden. Op 12 Januari 1820 werd in een theater aan de Saramaccastraat door ,,jonge liefhebbers” een voorstelling gegeven waarin op het stijve en slappe koord werd gedanst. In de Surinaamse Courant van 13 September 1826 kondigt E. NAHAR aan dat in de Burenstraat een “Theatre Optique” is gevestigd, waarin voorstellingen worden gegeven. Het programma van de eerste voorstelling vermeldt de vertoning van een stad in Zuid-Holland, een Turks landschap, het bombardement van Algiers op 27 Augustus 1816, de intocht der Franse troepen in het Kremlin en de brand van Moscou. De toegangsprijzen waren zeer hoog van f 10 tot f 5, maar werden later matiger.

In April 1829 beveelt een zekere BOAS een ,,toneel van mechanique gogelkunst” aan. In 1835 lezen wij van een theater van variétés van G. VILALLAVE, waarin kunstsprongen op het gespannen koord worden uitgevoerd en gezichten van de stad Napels worden vertoond. Door een zekere BLANK werd in 1847 een caroussel voor het publiek opengesteld.

In 1892 werd voor het eerst een kinderballet opgevoerd in een voorstelling ten bate van de armen der Ned. Portugees Israelietische Gemeente. Onder leiding van de heren G. RUSTWIJK en J. W. BUENO DE MESQUITA stond een in Maart 1896 door 80 kinderen van 6-15 jaar tot vier malen toe opgevoerde operette ,,Prim van Sind”. Gouverneur VAN ASCH VAN WIJCK (1) onthaalde de kinderen die aan de operette hadden deelgenomen ten Gouvernementshuize.

In het jaar 1899 deed de cinematograaf zijn intrede in Suriname (2).

Ten slotte zij vermeld dat TEENSTRA in de Negerslaven in de kolonie Suriname (1842) mededeelt dat de meest gezochte uitspanning bij de beschaafde standen in zijn tijd het Ombre-spel was. Hij becritiseert de zucht tot spelen in Suriname en zegt dat er zelfs plantages bij het kaartspel verloren werden. Typisch is zijn mededeling: “Zonder de twee en vijftig kaarten zou men de twee en vijftig weken niet kunnen omkrijgen.”

(1) Jhr. Mr T. A. J. VAN ASCH VAN WIJCK (1891-1896)

(2) Zie de “Geschiedkundige sprokkelingen” in de W.I. Gids 30, 1949, p. 317.

Summary

The Encyclopedia for the Netherlands West Indies (1916) makes reference to various theatrical companies which gave performances in Surinam in former years; it further records the following: What was produced by these amateur actors and what results they achieved cannot be traced back.

The author trys to fill this gap by giving an account of plays and examples of the entertainments in Surinam prior to the year 1900. He deals successively with: 1) Drama. 2) Foreign companies of players. 3) Music. 4) Entertainments.

In the first part he summarizes plays given by various amateur clubs, and gives a short description regarding the establishment of the Dramatic Association “Thalia” that is still active and which gave its first performance in 1840.

Furthermore, he indicates the arrival of opera-producing companies from abroad and the works they rendered, foreign concert virtuosos, and circuses which visited here.

In the third part of the article attention is drawn to local musical associations and their propaganda.

In conclusion the writer has explained about various kinds of diversions with which our ancestors amused themselves.

Dit artikel is overgenomen uit :

De West-Indische Gids 35e Jaargang. No. 3. Den Haag: Martinus Nijhoff, 1954