Tags

Dick Boldhero ; or a tale of adventures in South America. By the author of Peter Parley’s tales (=Samuel G. Goodrich). New York : Sheldon & Company, 1859.

Van Dick Boldhero zullen weinig mensen in Suriname maar evenmin in Nederland gehoord hebben. Toch groeiden er hele generaties Amerikanen in de 19e eeuw op met de avonturen van Dick Boldhero. De schrijver Samuel G. Goodrich (1793-1860) was boekverkoper en uitgever. Daarnaast was hij ook lid van de Senaat in Massachusetts en tussen 1851 en 1853 Amerikaans consul in Parijs. Hij was zeer succesvol met de boeken die hij voor de jeugd schreef en vergaarde zo een enorm fortuin. Vaak gebruikte hij daarbij het pseudoniem Peter Parley. Zijn boeken omvatten spannende reisverhalen, waarin geschiedenis, natuurwetenschappen en geografie een belangrijke, educatieve, rol speelden.

Dick Boldhero beschrijft hoe hij in in Suriname terecht kwam:

“Being  now about seventeen years old, and having the reputation of being a pretty good sailor, I was offered a berth on board a vessel that was going to Surinam, a Dutch settlement in South America. This I accepted, not only because the pay was liberal, but I had a vague notion that I might there hear something of my uncle Ben; for we had always understood that when he left St. Domingo he sailed for that place. My mother seemed always to have a kind of faith that he was alive, and she hoped I might hear of him at Surinam.”

Dick Boldhero neemt als 17 jarige een baantje aan op een schip dat vanuit Amerika naar Suriname vertrekt. Daar hoopt hij een teken van leven te krijgen van zijn oom Ben. Deze oom in na oproer in Port-au-Prince (Haïti) spoorloos verdwenen. Dick is onder de indruk van Paramaribo. De brede straten met aan weerszijden verschillende bomen die sinasappels dragen of citroenen of tamarinden. De bevolking is buitengewoon divers; hij ziet er planters, soldaten, zeemannen uit alle hoeken van de aarde, joden, indianen en ´negroes´. Hij gaat te voet op zoek naar een Engelsman die ergens aan de Surinamerivier moet wonen. Op zijn tocht komt hij natuurlijk in aanraking met kaaimannen, miereneters, reuzenvleermuizen en apen dieren. Net als een anaconda op het punt staat hem aan te vallen wordt hij gered door een marron op een paard (!). Deze neemt hem mee naar ´Marrontown´ waar hij liefdevol wordt opgevangen. Boldhero ontdekt dat zijn oom die valselijk is beschuldigd van fraude onschuldig is. Hij weet dat aan te tonen en ondekt zijn oom uiteindelijk in het stadje Barra, midden in het Amazone-gebied. Hij trouwt met de dochter van oom Ben; ´a very handsome black-eyed girl.´ Haar huidskleur was ´extremely dark´. Wellicht was zij verwekt bij een slavin.

Hoewel dit boek fictie is geeft Goodrich een zeer geloofwaardig beeld van het 19e eeuwse leven in Suriname. Duidelijk is dat hij grondig onderzoek heeft gedaan. Hij neemt weliswaar geen afstand van de slavernij maar hier en daar klinkt toch een zekere empathie door. Belangrijkste reden waarom dit aardige boekje een ereplaats verdient in de Surinaamse bibliotheek is omdat het één van de weinige vroege Amerikaanse romans is waarin Suriname centraal staat. Naar de invloed op de Amerikaanse beeldvorming van Suriname kunnen we slechts gissen. Zou Harriet Beecher Stowe (1811-1896), de schrijfster van de Hut van oom Tom, het gelezen hebben? Zij overleed in Hartford, vlakbij de plek waar Dick Boldhero opgroeide.

Carl Haarnack