Tags

,

In  de catalogus van de tentoonstelling  ‘Black is beautiful. Van Rubens tot Dumas (Nieuwe Kerk, Amsterdam, 2008) schreef ik samen met Dienke Hondius een stuk met de titel:  ‘Swart’  in Nederland – Afrikanen en Creolen in de noordelijke  Nederlanden vanaf de middeleeuwen tot de twintigste eeuw. In dit artikel probeerden we een beeld te schetsen van de mensen met een zwarte huidskleur die als ‘slaven’ of als ‘vrijen’ de Nederlanden bezochten. Eén van de conclusies was dat het onderzoek naar dit fenomeen nog in de kinderschoenen staat en dat in de archieven nog vele schatten verborgen liggen. Zo af en toe stuiten we door onderzoek en soms door toeval op nieuwe gevallen die tot op heden onbekend waren. Dankzij Jacques Moerman, voorzitter van Museum Het Tramstation in Schipluiden (http://www.tramstationschipluiden.nl) weten we nu iets over het leven van Hendrick de Kock (ca. 1740-1814)[i].

Willem Hendrick van Steenberch (????-1788) bezat een aantal plantages in de Commewijne en de Warappakreek (http://www.warappakreek.com). In Paramaribo woonde hij met zijn gezin in een groot huis. Daarnaast was hij Raad in de Edele Hove van Politie en Criminele  Justitie van Suriname. In die hoedanigheid had hij te maken met de handhaving van de openbare orde, de jacht op weggelopen slaven en de rechtspraak.

Toen Willem Hendrik van Steenberch in 1768  naar Holland terugkeerde bevond zich in zijn gevolg in ieder geval één  slaaf. Van Steenberch kocht in 1769 het kasteel Keenenburg in Schipluiden[ii]. Behalve kasteelheer was hij ook ambachtsheer van Schipluiden, Hodenpijl, St. Maartensrecht en Dorp.

Keenenburg op een aquarel van E. van der Burgh in 1728. Op de achtergrond links de kerk van Schipluiden (bron: wikipedia)

Op 11 juni 1775 vond in de Hervormde kerk in Schipluiden[iii] een bijzondere doopplechtigheid[iv]. Het ging hier om de doop van de kok van van Willem Hendrick van Steenberch, die in 1768 als slaaf uit Suriname was meegekomen. Bij deze gelegenheid ontving hij de naam Hendrick de Kock (een verwijzing naar zijn meester en zijn werk). Eerder had hij ten overstaan van twee ouderlingen “een zeer voldoende belijdenisse des geloofs” afgelegd. In het kerkenraadsregister kan men lezen dat de schoolmeester De Kock Nederlands leerde spreken en lezen. Ook werden hem de beginselen van de calvinistische leer bijgebracht.

Hervormde Kerk Schipluiden (bron: wikipedia)

Willem Hendrick van Steenberch overleed op 8 december 1788 in Schipluiden. Daar werd hij in de Hervormde kerk begraven. Het jaar daarvoor had hij nog een reis naar Suriname gemaakt. Of Hendrick de Kock hem daarbij vergezeld heeft is onbekend. Na de dood van Van Steenberch werd het Het kasteel Keenenburg eigendom van zijn moeder Maria Elisabeth Bachman. Bachman overleed op 8 juni 1791.

Hendrick de Kock heeft nog lang in Schipluiden heeft gewoond. In de naamlijst van september 1786 vinden we zijn naam tussen een zekere P. den Braven en diens dochters Sophia en Elisabeth den Braven. We nemen aan dat zij ook behoorden tot het van de Keenenburg. Vast staat dat Hendrick de Kock en Sophia den Braven een kind kregen dat de naam Hendrika kreeg. Op 24 augustus werd zij gedoopt in de Oude Kerk te Delft. Op 23 october 1791 traden Hendrick en Sophia in het huwelijk in de Hervormde kerk van Schipluiden. Daarna verhuisden zij naar ‘s-Gravenhage. Daar werd hun tweede kind, Leendert Albertus, op 15 november 1792 geboren. Hendrick de Kock stierf op 21 april 1814, oud 75 jaar. Sophia, die zo’n 23 jaar jonger was, overleed op 20 februari 1842.

Alleen dankzij de vermelding van een bijzondere doop in het kerkenraadsregister van de Hervormde gemeente van Schipluiden is de geschiedenis van Hendrick de Kock boven water gekomen. Ook voor de nakomelingen was het een verrassing af te stammen van een zwarte man.

Van Hendrick de Kock zijn geen afbeeldingen bekend. Er bestaat wel een beroemd schilderij van een slaaf die, net als De Kock, kok van beroep was. Dit schilderij bevindt in het museum Thyssen-Bornemisza in Madrid. Het schilderij, ongedateerd, wordt toegeschreven aan door Gilbert Charles Stuart (1755-1828) en wordt geacht het portret te zijn van de kok van niemand minder dan George Washington  (1732-–1799), de eerste presdent van de Verenigde Staten van Amerika.

Gilbert Stuart: Portrait of George Washington’s Cook (ca. 1795) -Oil on canvas, 76 x 63.5 cm (Museum Thyssen-Bornemisza, Madrid)

Zijn naam was Hercules[v]. Hercules werkte op Mount Vernon, de plantage van George Washington, gelegen aan de rivier Potomac in Virginia. Hij was getrouwd met Lame Alice, die naaister op Mount Vernon was. Ze hadden drie kinderen Richmond (1777), Evey  (1782), and Delia (1785).

Mount Vernon, Virginia

Omdat Washington ontevreden was over zijn kok in  Philadelphia werd Hercules overgeplaatst. Zijn zoon Richmond mocht hij meenemen. Hercules werd omschreven als een “a celebrated artiste … as highly accomplished a proficient in the culinary art as could be found in the United States.”  Ook wordt van hem gezegd dat hij een gevierde dandy was die zijn geld spendeerde aan dure kleding en luxe goederen[vi]. Uit waardering genoot Hercules speciale privileges. Zo wordt geschat dat hij honderd tot tweehonderd dollar per jaar bijverdiende door eten dat uit de presidentiële keuken over was, te verkopen. In Pennsylvania waar Hercules nu verbleef schreef de wet voor dat iedere slaaf die zich langer dan zes maanden in de staat bevond, vrij was. Toch bleef hij orders opvolgen en ging hij ook vrijwillig weer mee naar Mount Vernon. In 1796 werd Hercules’ zoon Richmond betrapt op het stelen van geld. Washington vermoedde dat dit geld bestemd was voor de vlucht van vader en zoon. Hercules was vanaf dat moment niet langer werkzaam in de keuken en mocht niet meer mee naar Philadelphia.  Beide werden gedwongen tot zware veldarbeid. Op 22 februari 1797, de 65e verjaardag van George Washington, ontvluchtte Hercules Mount Vernon. Sindsdien is er nooit meer iets meer van hem vernomen.

Carl Haarnack

(Met dank aan Jacques W. Moerman)

____________________________

Noten

[i] Een bijzondere doop (kerkhistorie Schipluiden). Jacques W. Moerman, 1990. Informatiebulletin van de Stichting Westlands Centrum voor Streekhistorie : met streekhistorisch nieuws voor anderhalve maand, ISSN 0929-3558 (1990), pag. 5-6. Repertorium Geschiedenis Nederland (ING)

[ii] Nadat veel andere geslachten eigenaar waren geweest van Keenenburg werd in 1769 Willem Hendrik van Steenberch eigenaar die het kasteel restaureerde en uitbreidde met een koetshuis en nieuwe stallen. Na hem werd de Haagse burgemeester Paulus Beelaerts van Blokland de laatste eigennaar. Hierna in 1798 werd het kasteel vernietigd. Keenenburg was een waterburcht in Schipluiden, dat in de Zuid-Hollandse gemeente Midden-Delfland ligt. Momenteel is een deel van het kasteel gereconstrueerd op de resten van Keenenburg. Aan de Gaag werd in de zeventiende eeuw een nieuwe voorburcht gebouwd met een stenen poort. Deze poort werd later vervangen door een smeedijzeren hek welke nog in Wassenaar staat (bron: Wikipedia)

[iii] De kerk bezit een fraai zilveren Avondmaalsservies, dat in 1783 werd geschonken door Willem Hendrik van Steenberch en zijn echtgenote Susanna Henriëtte de Vries.  Op het zilveren serviesgoed staat het alliantiewapen van het echtpaar. Het linker schild is het wapen van Van Steenberch, bestaande uit drie leeuwen, het rechter is van De Vries, waarop twee rozen te zien zijn met daaronder een dubbele keper met een schelp ertussen. In het midden staat het wapen van de Keenenburg, met als voorstelling drie lelies. Beide schilden worden met een kroon gedekt en als schilddrager bevindt zich aan iedere zijde een leeuw. In de koorafsluiting hangt nog altijd een indrukwekkend gedenkteken te zijner gedachtenis. Hierop staan zijn functies en zijn acht kwartieren, waaronder één wapen met de voorstelling van een zwarte man (Pittenius) [Moerman, zie onder noot i]

[iv] Eén van de bijbellezingen tijdens de doopdienst betrof een fragment uit Handelingen 8, het bekende verhaal over de kamerling uit Morenland. De tekst voor de prediking was afkomstig uit Jesaja 60, vers 3: “Ende de Heydenen sullen tot uwen lichte gaen” (Statenvertaling) [Moerman, zie onder noot i]

[v] Portraits of a People: Picturing African Americans in the Nineteenth Century. Gwendolyn DuBois Shaw. (Jacob Lawrence Series on American Artists). Andover, MA: Addison Gallery of American Art in association with University of Washington Press, 2006 (pagina 72).