Tags

, ,

Amerikaansche voyagien, behelzende een reis na Rio de Berbice, gelegen op het vaste land van Guiana, mitsgaders een andere na de colonie van Suriname, gelegen in het Noorder deel van het gemelde landschap Guiana. Ondermengd met alle de byzonderheden noopende de zeden, gewoonten, en levenswijs der inboorlingen, boom en aard gewassen, waaren en koopmanschappen, en andere aanmerkelijke zaaken. Adriaan van Berkel. Amsterdam : Johan ten Hoorn, 1695.

Het boekenplankje met 17e eeuwse boeken over Suriname is zeer  bescheiden. Amerikaansche Voyagien is zo’n zeldzame parel uit de vroege geschiedenis van Suriname. Adriaan van Berkel was een Nederlandse ontdekkingsreiziger. Hij reisde in de tweede helft van de Gouden Eeuw naar de Nieuwe Wereld. Zo leefde hij een aantal jaren onder de Arrowak indianen aan de rivier de Berbice. Van Berkel schrijft dat hij, terug in Europa, een verlangen had om meer buitenlandse reizen te maken. Maar in Berbice vond hij het te saai en te eenzaam. Een welvarende plantage-bezitter doet hem een voorstel om voor een periode van vier jaar het toezicht op zijn plantage in Suriname te houden. Op 17 april 1680 vertrekt hij met een zeilschip van kapitein Cornelis Blom naar Suriname. Na negen a tien weken varen bereikt het schip op 23 juni 1680 de monding van de Suriname rivier. Van Berkel bleef bijna tien jaar in Suriname. Het eerste deel van zijn boek is gewijd aan het verblijf in Berbice, Demerara en Essequibo. Hij beschrijft de zeden en gewoonten van de indianen, zoals de Arrowakken, Warau en Caraïben. Hij toont empathie wanneer hij beschrijft hoe twee slaven van de plantage Mierenberg, in de suikerpan zijn gevallen waarin zij juist aan het roeren waren. Ze zijn er slecht aan toe en Van Berkel zegt dat hij niet naar ze kon kijken zonder tranen te laten. Op de plantage was men druk met feesten, eten en drinken en keek men niet naar hen om. De blanken bekommeren zich volgens Van Berkel veel te weinig om de slaven en zouden meer medeleven moeten hebben.

Het tweede deel van zijn boek is gewijd aan Suriname. Opmerkelijk is dat zijn beschrijving van de rivieren, de flora en de fauna maar ook de behandeling van de slaven onbeschaamd overgenomen is uit George Warrens An impartial description of Surinam (1667). Alleen het eerste stuk over zijn reis naar Suriname en het laatste stuk komt waarschijnlijk uit de pen van Van Berkel. Hij beschrijft daarin de moord op de gouverneur Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck in 1688. Kort daarop verlaat Van Berkel Suriname en zet hij in augustus 1689 voet aan wal in Middelburg (Zeeland). We zullen wel nooit weten waarom hij plagiaat pleegde en het werk van Warren klakkeloos overschreef. In elk geval zijn de beschrijvingen van zijn eigen hand zeer de moeite waard. Het boek behoort tot de zeldzaamste werken uit de Surinaamse bibliotheek.

Carl Haarnack