Tags

, , ,

Dagverhaal van eene reis naar Paramaribo en verdere omstreken in de kolonie Suriname. G.P.C. van Breugel. Amsterdam: C.G. Sulpke, 1842.

Gaspard Philippe Charles van Breugel (1798–1888) is een bijzondere chroniqueur van het leven in Suriname in de eerste helft van de 19e eeuw. Allereerst was zijn familie, voornaam en aristocratisch, eigenaar van ondermeer de plantage Clifford Kokshoven, gelegen aan de Warrappakreek. De plantage Clifford Kokshoven was volgens de Surinaamse Almanak van 1827 500 akkers groot en produceerde koffie en katoen. Ene A.J. Comvalius jr. was directeur.

‘Twijfelt er nooit aan, mijne waarde vrienden, er zijn belooningen in den hemel, zoowel voor den slaaf als voor den vrijen man, die aanhoudend den weg der waarheid en der deugd hebben bewandeld.’

Veel 19e eeuwse plantage-eigenaren hadden nooit een voet op Surinaamse bodem gezet en lieten het besturen van hun plantages over aan hun directeuren. Breugel vertrok in 1823 naar Suriname om zelf de familie-bezittingen te inspecteren en de administrateurs te controleren. Gelukkig voor ons heeft hij zijn bevindingen en ervaringen in Suriname opgeschreven en gepubliceerd. Van Breugel stelt dat hij de slavenhandel beslist niet wil verdedigen of goedpraten. Hij wil de lezer op objectieve wijze een eerlijk beeld geven van Suriname. Uiteraard is ook Van Breugel gewoon een kind van zijn  tijd en zijn rol als plantage-eigenaar bemoeilijkt de objectieve blik behoorlijk. Maar zijn beschrijvingen geven ons een aardig inkijkje in het alledaagse leven. Zo leeft het grootste deel der mannen ‘op zijn Surinaamsch’. Dat wil zeggen dat zij met ‘hunne huishoudster’ leven als man en vrouw. Uiteraard verdient een wettig huwelijk volgens hem de voorkeur. Maar die vrouwen (lees: blanke vrouwen, ch) zijn niet makkelijk te vinden. De kinderen die uit zo’n Surinaams huwelijk zijn voortgekomen worden vaak naar Europa gestuurd om een goede opvoeding en opleiding te krijgen. Die mulattenkinderen hebben het vaak moeilijk. Ze worden door de blanken als minderwaardig gezien maar ook door de zwarte bevolking op de korrel genomen. Van Breugel haalt een liedje aan: “ De blanken hebben een Vaderland; de Zwarten hebben ook een vaderland; maar de Mulatten niet.” Dat Van Breugel tot een welgestelde rijke familie behoorde mag duidelijk zijn. Aan weinig luxe ontbrak het hem in Suriname. Voor een reisje buiten de stad nam hij o.a. mee: “Een vaatje saucijsjes, een halve ton bier, twaalf stoopen jenever, drie stoopen brandewijn, cognac, gerookte tongen, Leidsche kaas, stokvis, aardappelen,  appelen, soja, rode wijn en enige flessen fijne wijnen.”

Van Breugel was in de jaren 1823-1824 in totaal acht maanden in Suriname. Van Breugel was beslist niet een traditionele plantage-eigenaar. In 1824 woonde hij een winti-pre bij op zijn plantage; drie dagen en nachten werd er muziek gemaakt en gedanst. Ook nam hij voorwerpen mee naar Nederland zoals versierde kalebassen en andere religieuze voorwerpen. Na terugkeer in Nederland adviseerde hij zijn familie om hun plantageaandelen zo snel mogelijk te verkopen. Misschien dat zijn ervaring met de slavernij in Suriname daar in grote rol heeft gespeeld.  In 1840 werd Clifford Kocqs(Kocks)hoven door de familie Van Breugel verkocht aan de Amsterdamse koopman G. A. Kramer. In het emancipatie-register werd deze plantage al niet meer genoemd *). Van de buurplantage Kerkshoven aan de Warappakreek is in ieder geval een diorama van Gerrit Schouten bewaart gebleven (Valkhof Museum in Nijmegen).

Carl Haarnack

*) met dank aan Bernd Katt

Dit exemplaar werd verworven op de veiling van Amsterdam Bookauctions (2011)

Gaspard Philippe Charles van Breugel, C.G. Sulpke, 1842. IV, 122, (4)
p. Met 2 handgeschreven meegebonden pagina’s; de een met de uitleg van
een Surinaamsch Negerspel, de ander met verantwoording “In het jaar
1874 is door mij aan het Koloniaal Museum op het Pavillioen te Haarlem
ten geschenke gegeven (..) de publieke verkoopingen, die ik daar wel
bijwoonde van Inboedels: meubels, Vee, en Slaven en Slavinnen, daar
zulks na de afschaffing der Slavenstand thans steeds nog al curieus
blijft eens na te lezen”. Gebonden. Met stempel Boekenverzameling Willem Cornelis van Vollenhoven en ex-libris van  F.M. Wesenhagen met het motto “Recht door Zee”.

handgeschreven brief door Van Breugel

Literatuur:

  • Kijkkasten uit Suriname. De diorama’s van Gerrit Schouten. Clazien Medendorp en Eveline Sint Nicolaas. Tentoonstellingscatalogus Rijksmuseum, Amsterdam, 2008.
  • De bagage van Blomhoff en Van Breugel. Susan Legêne, Amsterdam 1998.