Tags

, , ,

Maria Sibylla Merian (Frankfurt 1647 – Amsterdam 1717) vertrok in 1699 van Amsterdam naar Paramaribo. Merian wordt gezien als de belangrijkste en meest invloedrijke 17e eeuwse natuurhistorische tekenaar. Zonder twijfel is Merian ook de eerste kunstenaar die Suriname in cultureel opzicht op de wereldkaart heeft gezet. Vooraanstaande musea als het Rijksmuseum in Amsterdam, het Teylers in Haarlem maar ook het  British Museum in Londen bezitten kostbare werken van haar hand.

Daarnaast heeft bijvoorbeeld de Engelse koningin Elizabeth II  in haar Royal Library op Windsor Castle een grote collectie Merian. Maar ook de Russische tsaar Peter de Grote kocht in 1717 een verzameling aquarellen op perkament en kopergravures ter waarde van drieduizend gulden.

Merian werd geboren in een Duitse kunstenaarsfamilie van schilders, etsers en drukkers. Toen Merians vader overleed hertrouwde haar moeder met de Nederlandse schilder Jacob Marrel. Van hem leerde zij tekenen en schilderen. Tussen 1675 en 1680 verschenen van haar hand drie bloemenboeken. In 1684 vertrok zij met haar moeder en twee dochters naar Wieuwerd (Friesland) en sloot zich aan bij de Labadisten. Deze Labadisten vormden een sekte opgericht door Jean de Labadie. In 1699 vertrok Merian vanuit Amsterdam, 52 jaar oud, met haar dochter naar Paramaribo. Zij verbleef daar twee jaar, die zij grotendeels besteedde aan het bestuderen van planten en dieren (vooral rupsen en vlinders). Zij was van plan langer te blijven maar het klimaat speelde haar parten. Vóór Merian was in 1684 al een groep Labadisten naar Suriname vertrokken om daar hun geloof te verkondigen. Gouverneur Van Aerssen van Sommelsdijk sympathiseerde met hen omdat zijn zusters tot de sekte behoorden. Door aanvallen van ‘indianen’, het uitbreken van ziekten en vooral het zware werk is deze kolonisatiepoging geen lang leven beschoren geweest. Veel labadisten stierven in Suriname, anderen verlieten spoedig de kolonie.

In 1705 verscheen haar majestueuze boek Metamorphosis Insectorum Surinamensium in het Latijn (en later ook in het Nederlands: Verandering der Surinaamse Insecten). In dit prachtige boek (het mooiste en kostbaarste uit de Bibliotheca Surinamica ) liet zij afbeeldingen zien van planten en dieren die men in Europa nog nooit onder ogen had gekregen; bananen, cashew, pepers, markusa, vlinders en reptielen. Merian woonde in de Kerkstraat in Amsterdam, tussen de Spiegelstraat en de Leidsestraat. Zij overleed in 1717 in Amsterdam waar zij in totaal zo’n 25 jaar had gewoond.

 Histoire générale des insectes de Surinam et de toute l’Europe. Troisieme édition, revue, corrigée, & considerablement augmentée par M. Buchoz. Tome troisieme: Des plantes bulbeueses, liliacées, caryophyllées. Mit 69 kolorierten Kupfertafeln. Paris, Desnos, 1771. Titel, 69 Seiten, Tafeln. Groß-Folio (50 x 33 cm). Halbleinwandband des 19. Jahrhunderts Die dekorativen Blumentafeln meist mit mehreren Darstellungen, darunter Tulpen, Nelken, Narzissen, Krokus, Alpenveilchen, Iris etc. und nur teilweise mit Abbildungen von Insekten und Schmetterlingen.

verder lezen:

  • Chrysalis: Maria Sibylla Merian and the Secrets of Metamorphosis. Kim Todd. Hardcover. Annotated. Houghton Mifflin Harcourt, 2007. ISBN-13: 9780151011087 / ISBN: 0151011087
  • Maria Sibylla Merian & dochters. Vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap.
    Ella Reitsma. Zwolle: Waanders, 2008