Tags

De voeding van den Neger in Suriname. Door G.J. Mulder. Rotterdam: H.A. Kramers, 1847.

Vaak ligt er een schat aan informatie verborgen in kleine onooglijke werkjes uit de Surinaamse Bibliotheek waarvan de meeste exemplaren de tand des tijd niet hebben overleefd. Dit boekje van G.J. Mulder (1802-1880) is daar een uitstekend voorbeeld van. Het telt slechts 36 bladzijden en bevat geen illustraties.

Mulder was arts in en werd later benoemd tot hoogleraar farmacie en chemie in Utrecht. Dit boekje schreef hij naar aanleiding van een vraag van de minister van Koloniën:  “Heeft de ‘Neger’ in Suriname voedsel genoeg aan de bananen en den visch, die hem wekelijks wordt toegediend?” Mulder bestrijdt de gedachte dat het niet uitmaakt wat men eet als het maar aan de smaak voldoet en de maag vult. De meeste mensen in de wereld hebben geen enkele keuze in wat zij eten. Er is voedsel dat de maag vult maar dat door gebrek aan eiwitten te arm is om als kracht voedsel te dienen: “Het hoofdvoedsel, aan den Neger toegediend, zijn bananen……”

Er volgt een chemische analyse van het voedende bestanddeel van de bananen; het bananenmeel. Dit bananenmeel bevat zoveel amylum (zetmeel) dat het te vergelijken is met rijst en aardappelen. Maar Mulder kent geen enkele voedingsstof die zo weinig eiwitten bevat als bananenmeel. Aan een Nederlandse soldaat wordt door de staat per etmaal minstens 100 ‘wigtjes’ (gram) eiwit voorgeschreven. Zou men iemand dezelfde hoeveelheid eiwit in bananenmeel willen voorschotelen dan zou deze 10 kilo per etmaal moeten eten. Die hoeveelheid kan de maag niet verdragen. Zou men ‘de arme Neger’ slechts 1 kg geven (in de praktijk was dat veel minder) dan zou deze 1/10e binnenkrijgen wat nodig geacht werd voor een man van middelbare leeftijd. Zelfs dat dit wordt aangevuld met gedroogde vis dan krijgt hij nog steeds slechts 2/5e van wat een soldaat in vestingsdienst voorgeschoteld krijgt. Nog erger is de situatie voor de kinderen die uitsluitend van bananenmeel leven. Er is in Suriname een hoog sterftecijfer onder kinderen, merkt hij op. Vele ‘Negerkinderen’, schrijft Mulder, komen om van gebrek terwijl er ‘geen enkele van de honger schreeuwt’.

Het woord slavernij komt in het hele boek niet voor. Mulder mengt zich niet in het debat over afschaffing van de slavernij dat in Europa plaatsvindt. Hij moet dan ook zeker niet als abolitionist worden gezien. Maar met zijn pleidooi voor beter voedsel voor de arme bevolking (lees: slaven) liet toch een afwijkend geluid horen. Mulder concludeert dat men in Suriname niet krijgt wat nodig is om met ‘lust en ijver’ te werken, voor kinderen om te groeien en vrouwen om gezonde en krachtige kinderen ter wereld te brengen. Het dieet moet gevarieerder en bananen dienen deels te worden vervangen door vlees, vis, tarwe, rogge en peulvruchten. Daaraan toevoegend: “Of de kleur der huid bruin of wit zij, doet hier evenmin iets af”.

Carl Haarnack