Tags

, , ,

De Boschnegers in de Kolonie Suriname: Hun Leven, Zeden en Gewoonten. A.M. Coster. Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch Indië.  ‘s-Gravenhage : Martinus Nijhoff, 1866.

Dit werkje van A.M. Coster telt slechts 36 pagina’s. Toch vormt het een belangrijke publicatie uit de Surinaamse Bibliotheek. Dat komt vooral door het feit dat de schrijver, A.M. Coster, ons een beeld schets van de wereld die hij met eigen ogen waarnam. Coster was bovendien een ingezetene van Suriname, niet iemand die slechts op basis van een kortstondig verblijf over Suriname schrijft. Hij was getrouwd met P. Abrahams die in januari 1862, volgens een advertentie in de Surinaamsche Courant, ‘voorspoedig bevallen is van een welgeschapen zoon’. Hij schrijft dat hij na ‘het plantageleven in de kolonie Suriname verlaten te hebben’ besloot om hout naar Nederland en België te sturen. In 1857 kocht Coster een houtzaagmachine die werd aangedreven door stoom op Combe. In krantenadvertenties adverteert hij met zijn ruime aanbod van planken van kopie-, wane-, ceder, bruinhart-, purperhart-, groenhart- en bolletriehout, dat gratis in de stad wordt bezorgd.

Bosnegers in Kolonie Suriname A.M. Coster 1866

Coster maakt deel uit van de joodse gemeenschap in Paramaribo. Hij is voorzitter van het ‘kerkbestuur der Nederlandsche Israëlitische gemeente’ in Paramaribo. Coster heeft zich ook verkiesbaar gesteld voor de verkiezingen voor de Koloniale Staten in 1856 maar kreeg slechts drie stemmen. Coster is overleden voor 12 januari 1872 omdat dan bekend wordt gemaakt dat de 250 akkers aan de Coppenamerivier, weer door het domein worden teruggenomen

Advertentie Surinaamsche courant  6 april 1865Advertentie Surinaamsche Courant 6 april 1865

Coster probeerde, zo schrijft hij, het vertrouwen van de ‘boschnegers’ te winnen door geschenken uit te delen en hen te laten delen van zijn drankvoorraden zoals wijn, bier, brandewijn, jenever en dram (‘inlandsche rum, zg. suiker-spiritus’). Aan de vrouwen en kinderen gaf hij vaak beschuit, koek of ‘eenige geldstukken’. Zonder enige bescheidenheid schept Coster op dat er voor hem geen enkele blanke was die zozeer het vertrouwen van de ‘boschnegers’ genoot: “Is er iets geheimzinnigs onder hen, dat ik gaarne wensch te weten, zoo zullen zij het mij op mijn verzoek dadelijk zonder eenige beschroomdheid mededeelen.”

Maar als we even deze dikdoenerij door de vingers zien dan blijf er een bijzonder aardig verhaal over de marrons van Suriname. Coster schrijft over hoe deze groepen zijn voortgekomen uit de slaven die van de plantages wegvluchtten. Hij schrijft over de wetgeving, wapens, huisvesting, zeden en gebruiken, voedsel, drank, feesten, godenrijk, huwelijksleven, deugden en ondeugden, ziekten, odo’s en vertellingen, reizen, sieraden en tatoeages. Dit alles gebeurt zonder de afstandelijke neerbuigendheid die vaak zo kenmerkend is voor 19e eeuwse reisverslagen. De ‘boschneger’ heeft, zo schrijft Coster, veel eerbied voor de ouderdom, zij zijn eerlijk, ze zijn niet lui maar werken onvermoeid wanneer het moet en ze zijn gul. Coster ondernam vele reizen naar de binnenlanden en verbleef o.a. in de marrondorpen Sparri Passi en Manjaondro als gast van Kwassi Jenni. Zijn nauwe contacten met de marrons hebben natuurlijk een belangrijke rol gespeeld in zijn beschrijvingen. Die contacten beperkten zich niet tot het binnenland. Zo trok een Aucaanse vrouw, na het overlijden van haar man, in bij Coster en zijn vrouw in Paramaribo. Toen een granman in het binnenland kwam te overlijden bleef zijn echtgenote ook bij het gezin van  Coster wonen, zo schrijft hij. Zij verrichtte allerlei huishoudelijke diensten maar ‘weigert uit liefde voor ons elke geldelijke belooning’.

Advertentie De Kolonist 4 februari 1866

Advertentie uit De Kolonist, 4 februari 1866

Ook de litho (steendruk) die de tekst begeleidt draagt bij aan het bijzondere karakter van deze publicatie (zie illustratie). De litho werd gemaakt door Wed. E. Spanier & Zn. in Den Haag. Er bestaan tenslotte maar weinig 19e eeuwse afbeeldingen van marrons in Suriname. Deze prachtige ingekleurde litho behoort zeker tot de fraaiste.

Carl Haarnack