Tags

, ,

Von Mecklenburg nach Uebersee, Mitteilungen aus meinem Leben als Kaufmann und Reeder 1796 bis 1857. 

Theodor Cordua verliet zijn geboortestad Lübeck (Duitsland) in 1820 en zeilde via Amsterdam naar Paramaribo. Zijn doel was om een voorraad glaswerk die hij meebracht in Paramaribo te verkopen en om zich daar als koopman te vestigen. Omdat Cordua een dagboek bijhield kunnen we nu, bijna honderd jaar nadat hij voor het eerst voet op Surinaamse bodem zette, een beeld krijgen van het leven in Suriname in de eerste helft van de 19e eeuw.

cordua in denver

Theodor Cordua, 2e van rechts

Cordua beschrijft hoe slaven vanuit Afrika in kleine schepen naar de kolonie werden gebracht. Na aankomst werden de slaven in de rivier gewassen. Daarna werden ze gedroogd en ingesmeerd met olie of vet, zodat ze er goed en gezond uitzagen. Moeders werden gescheiden van hun kinderen en echtgenoten van hun vrouwen. Sterke mannen en vrouwen werden verkocht aan de plantages en de overigen kwamen in de stad terecht. Mannen en vrouwen werden over het algemeen verkocht voor fl. 600,- a 700,-. Cordua verbergt zijn empathie met de slaven niet en is kritisch over het gedrag van de Europeanen in Suriname.

cojo mentor present klein

Er spelen zich hartverscheurende taferelen af, zo vertelt Cordua. Dergelijke omstandigheden zorgen ervoor dat slaven elk menselijk gevoel verliezen en daden begaan die vervolgens leiden tot straffen die we alleen kennen uit de donkere middeleeuwen. Zo is hij ooggetuige van de executie van Codjo, Mentor en Present die op gruwelijke wijze aan hun einde kwamen. Zij hadden in 1832 brand gesticht die een groot deel van de stad in de as legde. Ook vertelt hij het verhaal van een mooi 17 jaar oude mestieze meisje dat gewurgd is terwijl ze was vastgebonden aan een paal. Zij had geprobeerd haar meester met loodwit te vergiftigen. Deze man, Van Ham genaamd, was bijzonder goed voor zijn slaven. Hij had in zijn testament vast laten leggen dat alle slaven die hem dierbaar waren, waaronder ook de jonge mestiezin, na zijn dood hun vrijheid zouden verkrijgen. Maar de jonge slavin wilde graag trouwen maar dat was voor slaven verboden. Daarom probeerde ze haar meester, die al behoorlijk op leeftijd was maar nog niet wilde sterven, een handje te helpen.

Cordua kreeg kinderen met de gekleurde Katharina Höft, een creoolse Surinaamse die hij omschreef als ‘mijn goede trouwe vrouw’. Als hij na een verblijf van meer dan 20 jaar Suriname weer verlaat blijven zijn drie jongste kinderen en vrouw achter. Zijn drie oudste kinderen had hij al eerder naar Europa gestuurd om daar te studeren.

Carl Haarnack

zie ook:

http://www.corduan.com/images/Ted_Cordua_Memoirs.pdf