Tags

,

In 2017 is het exact 240 jaar geleden dat dit Extract uyt de Resolutiën van de Heeren Staaten van Holland en West-vriesland werd gepubliceerd. Het is een belangrijk document omdat het ons helpt de slavernij geschiedenis beter te begrijpen. Dat de slavensamenleving gelaagder en complexer was dan koloniale geschiedschrijvers ons doorgaans willen doen geloven, hebben we hier al vaker betoogd. De tot slaaf gemaakten pleegden vaak op uiteenlopende wijze verzet. Sommige kozen er voor de plantages of hun meesters in de stad te ontvluchten. Een enkele keer probeerden slaven ook langs gerechtelijke weg hun vrijheid te verkrijgen.

Onlangs verwierf de Buku Bibliotheca Surinamica-collectie een bijzonder interessant document: Extract uyt de Resolutien van de Heeren Staaten van Holland en West-vriesland, in haar Edele Groot Mog. Vergadering genomen op Woensdag den 12 Maart 1777. De Heeren Staaten van Holland en Westvriesland moesten zich, zo blijkt uit dit stuk, buigen over het ‘verzoek van de Vrye Neger Blondin, sijn Wyf Sabine en hunlieder jongen Cicero’ om niet als slaven beschouwd te worden maar als vrije lieden.

Vergadering-kamer van de Heeren Staten van Holland en Westvriesland (Geheugen van Nederland)

Reeds in 1776 werd bij Resolutie vastgesteld dat Blondin, zijn vrouw Sabine en hun zoon Cicero als slaven konden worden beschouwd. Maar Blondin verzoekt die Resolutie in te trekken en te verklaren dat hij, zijn vrouw en kind als vrijen te beschouwen. De reden die Blondin hiervoor aanvoert is dat hij met zijn vrouw in de jaren 1763, 1765 en 1766 in Nederland is geweest. Dit gebeurde met medeweten van zijn toenmalige ‘Heer en Eigenaar’ Thomas Wybrand van Rees. In de archieven vinden we een katoenplantage met de naam Rees en Crop. Deze plantage moet eigendom zijn geweest van deze Thomas van Rees. Deze plantage, door de slaven Van Resi genoemd, lag aan de Tapoeripa-kreek en grenste aan de katoenplantages Maria’s Lust en Meerzorg. Het eigendom van de bezittingen van Van Rees is, na zijn overlijden, overgegaan op het Amsterdamse koopmanshuis Valkenier en de Quesne want zij hadden een hypotheek verstrekt.

Blondin beroept zich op het feit dat hij en zijn vrouw wettelijk de vrijheid hebben verkregen en vrijwillig naar Suriname zijn vertrokken. Daar hebben zij acht jaar als vrijen geleefd en is hun zoon als ‘Vrygeborene’ ter wereld gekomen. Maar de juridische status van slaven die naar Europa kwamen was onduidelijk.

Verschillende slaven hadden met succes een beroep gedaan op artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek: “Al die zich op het grondgebied van den Staat bevinden zijn vrij en bevoegd tot het genot der burgelijke regten”. Maar helaas voor Blondin, zijn vrouw Sabine en Cicero is zijn de Heeren Staaten van Holland en West-vriesland van mening dat zij als slaven dienen te worden beschouwd. Er zijn immers geen ‘Brieven van Vrijheid’ en een verklaring van Thomas van Rees is door overlijden niet meer te verkrijgen. Het kon niet voldoende worden aangetoond dat Blondin en zijn gezin, na terugkeer in Suriname, daadwerkelijk als vrije lieden hebben geleefd. Tenslotte verklaart het fonds van Negociatie van Valckenier en du Quesne ‘heiliglyk nooit met deese beide Swarten over hunne vryheid’ gesproken te hebben.

Blondin en Sabine moeten een vertrouwensrol hebben gespeeld in het gevolg van Thomas van Rees. Tenslotte gingen zij tot driemaal toe in zijn opdracht naar Nederland. En dat Blondin tot twee maal toe via de Staten probeerde zijn recht te halen mag ook opmerkelijk genoemd worden. Mogelijk kon hij lezen en schrijven. In archieven is wellicht meer informatie te vinden zijn over het leven van Blondin, Sabine en Cicero. Over hoe hun leven verder verliep weten we helaas niets.

Carl Haarnack

Neger Blondin en Sabine klein