Tags

, , ,

Histoire d’une franco-indienne, écrite par elle-même.  Anoniem. Paris:  Buisson, 1787.

De Surinaamse Bibliotheek groeit nog steeds. Niet alleen vanwege nieuw uitgegeven werk. Regelmatig duiken er ook oude boeken op die tot nu toe volledig onbekend waren. Een aantal jaar geleden verwierf Buku Bibliotheca Surinamica: 

“Histoire d’une franco-indienne , écrite par elle-même.  Paris:  Buisson, 1787”.

In Nederlandse bibliotheken zult u tevergeefs naar dit boek zoeken. Alleen de Bibliothèque National in Parijs en een drietal Duitse universiteitsbibliotheken beschikken over een exemplaar. Behalve haar zeldzaamheid is het boek om een aantal redenen bijzonder. Allereerst is de vertelster, Cécile, een vrouw die haar licht laat schijnen over een interraciale liefdesrelatie.

Caraiben_meisje Mia

De vertelster noemt zichzelf een ‘franco-indienne’. De vraag is natuurlijk of het hier werkelijk om een ‘indiaanse’ handelt. In elk geval kiest zij ervoor zich vanuit een autochtone blik de wereld om haar heen te beschrijven. Het merendeel van de 18e eeuwse boeken waarin Surinaamse marrons of inheemsen worden beschreven staan bol van exotiserende retoriek. Dit boek vormt een verademende uitzondering op die regel.

Het verhaal begint met de vraag; “Is het een geluk om mooi te zijn?” Cécile vertelt over haar leven en de gevaren die uiterlijke schoonheid met zich meebrengen. Zo komt zij in aanraking met boeven en de zwarte kanten van het nachtleven in Amsterdam. Maar samen met haar geliefde vluchten zij op een schip naar de kolonie Suriname. Cécile komt op de plantage Alkmaar aan de Commewijne terecht. Daar wordt zij ontvoerd door twee gevluchte slaven. Eén van hen, Sipparipabo,  neemt haar tot zijn vrouw. Hij is de zoon van een Senegalese landheer die zelf in slaven handelde. Toen hij hoorde dat zijn geliefde als slavin naar Amerika getransporteerd te worden gaat hij vrijwillig mee. Maar zij moet achterblijven op St. Eustatius en hij wordt naar Suriname gebracht.

indianenmoeder met kinderen 1905

Cécile en Sipparipabo krijgen samen een zoon die ze Alexis noemen. Maar dan wordt Sipparipabo gevangen genomen door een Europeaan die aan het hoofd van een patrouille staat. Cécile wordt door hem het hof gemaakt. Maar zij weet met man en kind over de Commewijne te vluchten. Zij komen terecht bij een inheemse stam die onder leiding staat van Cacique. Deze wil dat zij zijn opvolgster wordt omdat hij van mening is dat Cécile zijn verloren dochter is. Daarvoor moet zij echter afstand doen van haar kinderen en haar man en krijgt zij de ‘indiaan’ Imolaka als haar man toegewezen. Zij beleeft de meest verschrikkelijke avonturen die eindigen met de opofferingen van haar dochter (die niet van Sipparipabo blijkt te zijn maar van de patrouilleleider). Later doodt Sipparipabo hun zoon Alexis en berooft hij ook zichzelf van het leven.

Stedman_arowak

Nergens is het verhaal saai of ongeloofwaardig. Deze roman is zeer realistisch geschreven en de auteur heeft zich zeer goed verdiept in de 18e eeuwse situatie in Suriname. De complexiteit van de 18e eeuwse slavenmaatschappij komt hier goed naar voren.

Carl Haarnack

Lees verder:

Oratie van prof. Michiel van Kempen gehouden op 8 juni  2007 aan de Universiteit van Amsterdam:  http://dare.uva.nl/document/362264

https://bukubooks.wordpress.com/2009/11/16/franco-indienne/

 

franco_indienne

franco_indienne2