Tags

,

Vanaf de 17e eeuw maakte Europese vorsten graag goede sier met buitenlands personeel in hun hofhouding. Het toppunt van dergelijke statussymbolen vormden de zg. ‚Kammermohren‘; zwarte bedienden van Afrikaanse komaf. Deze ‚exotische‘ bedienden aan het Hof vormden in het tijdperk van de Barock eerder regel dan uitzondering. De grote hoeveelheid 17e en 18e eeuwse schilderijen waarop zwarte bedienden zijn afgebeeld vormen de het kunsthistorisch bewijs van deze modetrend. Vaak bekleden deze ‚ Kammermohren‘ hoge en vooraanstaande posities aan het hof.[i]

Angelo Soliman um 1750

Angelo Soliman. Ets van Gottfried Haid naar werk van Johann Nepomuk Steiner   (ca. 1750)

Een groot deel van deze ‚Kammermohren‘ was niet direct uit Afrika afkomstig maar kwam via de Europese koloniën in de Nieuwe Wereld aan de vorstenhoven terecht. Uit recent onderzoek blijkt dat een flink aantal daarvan afkomstig waren uit Suriname. De meest bekende daarvan is  Ignatius Fortuna (ca 1725? -1789).[ii] Over zijn leven weten we gelukkig het één en ander. Fortuna leefde aan het hof van Abdijvorstin Franziska Christine von Pfalz-Sulzbach (1696-1776). Hij genoot daar groot aanzien en werd in het testament van de vorstin goed bedacht. In 1735 werd hij door een Duitse koopman uit Suriname meegenomen. Maar van een groot deel van de zwarte bedienden weten we vaak bijzonder weinig. Dank zijn de tentoonstelling Exotik im Archiv – Reiz und Schrecken des Fremden in het Staatsarchief in Darmstadt kunnen we weer een stukje van de puzzel oplossen.

1750 Caroline von Hessen-Darmstadt mit ihrem Mohren by Antoine Pesne

Caroline von Hessen-Darmstadt, Landgräfin met haar Mohr (Antoine Pesne). Er bestaat geen zekerheid of de afgebeelde jongen Ludwig Carl Prenzlau is. Qua datering zou het kunnen. (Schloßmuseum Darmstadt – Darmstadt Germany)

Ludwig Carl Prenzlau werd in 1738 of 1739 geboren in Suriname. In 1754 werd hij door ene kapitein Uhlenfeld geschonken aan de prins Ludwig, de ‚Erbprinz‘ van Hessen-Darmstadt en zijn echtgenote Caroline. In de jaren 1750-1757 woonde dit vorstenpaar in Prenzlau.  In deze periode begon Ludwig Karl als lakei aan het hof te werken. In 1754 werd hij in de Marienkirche gedoopt en kreeg hij de naam van de stad. In Suriname ging hij door het leven als ‚Primo‘, een typische slavennaam. De vader van Primo moet een Nederlandse officier zijn geweest in Suriname. Toen het prinselijk paar Prenzlau verliet en terugging naar Pirmasens diende Ludwig Carl Prenzlau hen ook daar als lakei en behoorde hij tot hun inner-circle.

Marienkirche Prenzlau

Marienkirche Prenzlau. Hier werd Ludwig Carl Prenzlau gedoopt.

In 1763 huwde Prenzlau Maria Susanna Aubimon, een dochter van de uit Amerika afkomstige ‚mohr‘ Pierre Antoine Aubimon die ook in dienst was van de vorst Ludwig IX. Tussen 1766 en 1778 werden er vier kinderen uit dit huwelijk geboren en gedoopt. De Landgraaf en gravin waren de peten van hun zoon, Ludwig Carl. De peten van de overige kinderen kwamen uit de andere kringen aan het hof of uit de burgerij van de stad. Schijnbaar waren Ludwig Carl Prenzlau en zijn familie zonder al te veel problemen goed geïntegreerd in de hoge kringen van het vorstendom. In 1768, het jaar waarin prins Ludwig ook Landgraaf werd,  beëindigde hij zijn rol aan het Hof en kocht hij de helft van het huis van zijn schoonvader. Prenzlau overleed op 10 januari 1785 in Pirmasens. Hij werd 46 of 47 jaar oud.

Over de dood van Ludwig Carl Prenzlau schrijft de Landgraaf Ludwig IX op 10 januari 1785:

„Starbe der Laquay Prenzlow, er wurde alt ohngefehr
47 Jahr, habe Ich denselbigen von dem Capit[än] Uhlenfeld
Den 28.ten August 1754 bekommen, diente mir derselbe
Also 30 Jahr 4 Monat und 13 Täg. Ich habe Ihn in
Prenzlow htaufen lassen, und bekam er den nahmen
Ludwig Carl Prenzlow. Den letsteren Freytag
Morgens mußte er von der Aufwartung ab- und nach
Hauß gehen, ware also in allem 4 Täg Bettlägerich.
Er ist zu Surinam gebohren, allwo der Graf Neal,
der in Berlin gestorben, und welchem seine Tochter an den
Obrist Perch von Royal Deuyponts verheurathet, her
Ist, gedachter Graf Neal hatte eine Plantage in
Surinam. Er war ein Mohr.“

Carl Haarnack

(voor dit artikel maakte ik dankbaar gebruik van de tekst van Dr. Rainer Maaß, verbonden aan het Hessisches Staatsarchiv Darmstadt. Dr. Monika Firla uit Stuttgart was zo vriendelijk mij op de interessante geschiedenis van Ludwig Carl Prenzlau en de tentoonstelling te attenderen).

De tentoonstelling “Exotik im Archiv – Reiz und Schrecken des Fremden” is wegens succes verlengd en te bezichtigen in het Staatsarchief in Darmstadt (net ten zuiden van Frankfurt):

http://www.staatsarchiv-darmstadt.hessen.de/irj/HStAD_Internet?uid=124406f2-31c4-4311-1010-4348d91954e0
Hessisches Staatsarchiv Darmstadt
Karolinenplatz 3
64289 Darmstadt
Tel.: 06151-16 59 00

http://www.staatsarchiv-darmstadt.hessen.de

_____________________________________________

[i] Zie bijvoorbeeld: Angelo Soliman: Ein Wiener Arikaner in 18. Jahrhundert. Door dr. Monika Firla: http://www.baden.at/cms/upload/pdf/stadtarchiv/katalogblaetter/Katalogblatt_Nr._48_Angelo_Soliman.pdf

[ii] Zie voor meer info over het leven van Ignatius Fortuna: https://bukubooks.wordpress.com/duitsers/

 Zie ook: https://bukubooks.wordpress.com/swart/Ludwig IX

 Ludwig IX. von Hessen-Darmstadt (1719-1790) was Landgraaf van Hessen-Darmstadt. (Historischen Museum in Straßburg)