Tags

,

Jeugdigen en doodstraf in Suriname. Twee arresten van het Gerechtshof in Suriname die in 1864 en 1875 ten uitvoer zijn gelegd. William L. Man A Hing. Orchid Press, 1999.

Op deze plek bespreken we normaal gesproken boeken uit de 18e of 19e eeuw. Maar ook boeken van recenter datum kunnen vaak interessante verhalen vertellen uit de oude tijd. William Man A Hing is jurist en Surinamist en heeft vele publicaties op zijn naam staan. Hij is een groot kenner van Surinaamse jurisprudentie met betrekking tot doodvonnissen die door het Hof van Justitie zijn uitgesproken in de periode 1837 tot 1975. Het interessante aan de publicatie van vonnissen in dat we een nauwkeurig beeld krijgen van het leven in die periode. Levens van slachtoffers, daders en getuigen worden uitgeplozen en in duidelijke taal beschreven. Het gaat dan niet om fictieve figuren die ontsproten zijn aan het creatieve brein van een auteur. Juist het feit dat het hier om echte levens van ‘normale’ mensen gaat maakt dat de geschiedenis zo tot leven komt.

Poelepantje, attributed to Hendrik DooyerPoelepantjebrug, Paramaribo. Collectie Rijksmuseum (Hendrik Dooyer)

In Jeugdigen en doodstraf in Suriname (1999) vertelt Man A Hing ons o.a. over de zaak van Joseph Nelson. Nelson is dertig jaar oud en wordt er van beschuldigd dat hij op 29 augustus 1874 op de weg over de Poelepantjebrug naar het Pad van Wanica met voorbedachten rade Heintje Els heeft aangevallen. Heintje Els was een ‘broodjongen’ van bakker Petzoldt die dagelijks de brug passeerde om zijn brood te venten. Hij was ongeveer twintig jaar oud. Nelson heeft hem verwondingen toegebracht met een stok en een houwer ten gevolge waarvan deze onmiddellijk overleed. Vervolgens heeft Nelson uit de zak van Heintje Els een portemonnee gestolen waar geld in zat.

Het lijk van Heintje Els werd in de modder van het Saramaccakanaal nabij de Poelepantjebrug gevonden door brigadier Gerrit Landsheer. De sectie wordt verricht door de districtsheelmeester Eduard Cabell. In de rechtszaak worden verschillende getuigen gehoord. De belangrijkste getuige is de twaalfjarige Willem Bosvelt die op het Pad van Wanica bij zijn moeder woont waar ook de verdachte inwoont. Hij werkte op die bewuste dag op de plantage Dijkveld en heeft ’s avonds gezien hoe Nelson de broodjongen met een dikke guavestok waaraan een knop zat een harde klap in de nek heeft gegeven. Heintje Els stortte ‘zonder enige ander geluid te geven dan “woi” voorover ter aarde’. Eerder had Bosvelt Galop en Foride Consant ontmoet bij de sluis van Livorno. En ook toen hij met Nelson bij Beekhuizen ging rusten moet Charles Ommen, die uit de stad kwam, hen gezien hebben. Getuige Johannis Gordon, bevriend met Heintje Els, verklaart dat deze die zaterdagmiddag op Dijkveld heeft gerust en dat de verdachte hem om een brood gevraagd had. Maar dat de broodventer dat weigerde om Nelson hem nog geld verschuldigd was van de vorige keer dat hij hem een brood gaf. Martha Bosvelt, haar moeder en de getuigen Paraat en Mentor Primo verklaarden dat Nelson een ‘zeer heftig karakter’ heeft. En zich te buiten gaat aan sterke drank. Martha en haar moeder zijn eerder door hem bedreigd en zelfs mishandeld.

WanicastraatPad van Wanica, Suriname

De verdachte Joseph Nelson ontkende alle beschuldigen. Hij heeft geen woorden gehad over een broodschuld met Heintje Els. Hij verklaarde dat hij na het ontvangen van zijn loon op plantage Dijkveld (vier gulden en tachtig centen) een ‘stoop’ dram gekocht heeft voor zestig centen, een fles liqueur voor vijftig centen en vijf en twintig centen aan rijst. Hij is naar eigen zeggen pas om half zes van Dijkveld vertrokken en beschuldigt alle andere getuigen van liegen. Maar het Hof acht het bewijs overduidelijk. Joseph Nelson, geboren te Berbice, wordt schuldig bevonden aan moord en wordt veroordeeld tot ‘de straffe des doods’. Het verzoek tot gratie wordt afgewezen omdat er geen enkele verzachtende omstandigheden te vinden zijn. Blijkens het proces-verbaal  van Procureur-Generaal, mr J.H. Gilquin, mr. A.C. Wesenhagen en Griffier J.M. Schuster, wordt Joseph Nelson op 1 maart 1875 op een daartoe opgericht schavot met een strop om de hals opgehangen op het erf aan de Wagenwegstraat.

Carl Haarnack

zie ook: https://bukubooks.wordpress.com/brand/