Tags

,

In de Buku- Bibliotheca Surinamica collectie (www.buku.nl ) bevindt zich sinds jaar en dag een proefschrift van Carolus M. Blom dat in 1763 in Uppsalla (Zweden)  gepubliceerd werd. Dit proefschriftje verscheen in het Latijn en kreeg als titel mee: “Dissertatio Botanico-Medica Sistens Lignum Quassiae”. Dat het hier om een 18e eeuws proefschrift over het Quassie-hout ging was al snel duidelijk maar om de rest van de publicatie te kunnen lezen schoot mijn kennis van het Latijn tekort. Recentelijk maakte een geval van ‘serendipiteit’ een einde aan de ‘blinde vlek’ in de boekenkast.

Quassia By Carolus Blom klein

Tijdens een toevallig bezoek aan een antiquarische boekenbeurs stuitte ik op een kloeke in kalfsleer gevat boek met de titel: ‘Uitgezogte Verhandelingen uit de Nieuwste Werken van de Societeiten der Wetenschappen in Europa en van andere Geleerde Mannen’. Het ging hier om deel negen van een serie van artikelen over verschillende wetenschappelijke disciplines dat in 1764 in Amsterdam bij F. Houttuyn verscheen. Al bladerend vond ik op pagina 394: “Het Quassie-Hout uit Suriname als een voornaam Koortsmiddel voorgesteld in een Verhandeling, welke, onder de Voorzitting van de wydberoemden Carolus Linnaeus, op den 27 Mey 1763 opentlyk te Upsal is verdedigd door den Heer Carolus M. Blom.” Zonder dat ik hier direct naar gezocht had vond ik, geheel bij toeval, de vertaling van het proefschrift dat in 1763 in het Latijn verscheen.

De ontdekking van Amerika betekende dat er, behalve nieuwe gewassen en voedingsmiddelen, ook nieuwe geneesmiddelen naar Europa werden gebracht. Carolus Blom noemt in zijn proefschrift als voorbeeld de Kina Kina, het Pokhout en Sassaphras. De Kina Kina werd gebruikt als koortswerend middel en werd uit Chili en Peru ingevoerd. Maar er bestaat volgens Blom een middel dat de Kina Kina ver overtreft: het Quassie-hout uit Suriname. Hij beschrijft Suriname alsvolgt: “Suriname, een Wingewest van Amerika, dat omtrent op den zesden Graad Noorder Evenaars Breedte legt, en onder de Bezittingen der Nederlanderen behoort, is een zeer vermaakelyke Landstreek, wegens de menigvuldige teeling van Koffyboomen en andere Plantgewassen taamelyk bekend; doch zeer vogtig van Grond.” Daar voegde hij direct aan toe dat dergelijke gebieden slecht zijn voor de gezondheid. Slechts een derde van de vreemdelingen die er terechtkomt keert behouden terug vanwege de ‘Remitteerde Koortsen’.

quassiaQuassie wijst het gewas aan dat naar hem genoemd is (gravure ca. 1800)

 

Blom schrijft dat een ‘zekere ongeagte Neger-Slaaf, genaamd Quassi’ een middel uitvond dat hij gebruikte om de koorts van zijn medeslaven te bestrijden. Hij was dermate succesvol dat ook hooggeplaatste heren in de kolonie Suriname gedwongen waren de hulp van Quassie in te roepen. De slaaf Quassie bood het middel ook aan ene Karel (Carl!) Dahlberg aan en deelde het geheim van de koortswerende boom met hem. Quassie was rond 1695 geboren en was slaaf op de suikerplantage Nieuw-Timotibo, gelegen aan de Pericakreek. Deze plantage was eigendom van Willem Bedloo (1685-1738). Maar in 1744 werd de gouverneur van Suriname Mauricius eigenaar die Quassie in 1756 manimutteerde. Het was Dahlberg die het geheim van het Quassie-hout doorspeelde aan de Zweedse geleerde Linnaeus. De laatste gaf het middel de naam van haar ontdekker, de slaaf Quassie.

Blom geeft vervolgens een nauwkeurige beschrijving van het gewas, de kelk, de bloem, de bladeren enz. Het hout is ‘witagtig’ en wordt als het aan de ligt wordt blootgesteld een beetje gelig. Er is geen reuk aan te ontdekken maar de smaak is uitermate bitter. Het is, zo schrijft Carolus Blom, “dat, onder alle bittere dingen, dit het sterkste tevens en het aangenaamste zy.” De manier om Quassia voor te schrijven kan verschillen. Het kan in poeiervorm, in pillen of in ‘konserf’ voorkomen. Maar de slaaf Quassie zelf raspte de wortel en liet het twee dagen trekken met ‘Franschen Wyn’. Het werd vervolgens af gegoten en dan gefilterd. Carolus Blom besluit zijn lofzang op het ‘voortreffelyk Geneesmiddel’ dat het Surinaamse Quassie-hout is met de opdracht aan de apothekers om moeite te doen dit middel zelf uit Amerika te verkrijgen. Zowel de oorspronkelijke tekst in het Latijn als de Nederlandse vertaling worden opgesierd door een afbeelding (gravure) van de Quassia-amara oftewel de Quassie-bita.

Het proefschrift laat zien dat Suriname niet alleen vanwege de koffie, suiker of katoen in de 18e eeuw belangrijk was. Ook in de zich snel ontwikkelende medische wetenschap speelden planten uit Suriname, zoals het Quassie-hout, een belangrijke rol.

Carl Haarnack

 

bekers van quassiehout

19 eeuwse bekers gemaakt van Quassiehout

(Late 19th century tulip-shaped quassia cups. Cups of quassia wood were widely used during the 19th century for their medicinal properties. Water left in the cup for even a few minutes leaches a bitter tonic from the fibrous wood. First cup measures 5.8″ tall and 2.75″ in diameter. Includes torn label with portrait of a man, most likely the druggist or manufacturer. Second cup measures 4.5″ tall and 2″ in diameter. Label reads Quassia or Tonic Cup and includes directions, a list of its curing powers, and well as a disclaimer from the U.S. Dispensatory. Includes a back label which reads W.H. Graham & Co. Wholesale Druggists. 144 Main Street, Zanesville, Ohio)