De toestand der Negerslaven in de kolonie Suriname. E.C. Noltemeyer. Hannoverisches Magazin, 1789.

Noltemeyer, auteur van dit artikel in het Hannoverisches Magazin, heeft meer dan zestien jaar in de kolonie Suriname gewerkt. Hij kan daarom, zo vindt hij zelf, prima als ooggetuige optreden. Noltemeyer wil aantonen dat de behandeling van ‘negers’ (slaven, ch) doorgaans veel beter is dan men in Europa gelooft. Men moet, zo schrijft hij, het eigenlijk zo zien dat de ‘neger’ als een soort van lijfeigene gezien moet worden die zijn meester zo lang dient tot dat de dood of zwakte door ouderdom hem daar van bevrijdt.

plantage Coronie

Plantage in Coronie

Het werk dat de slaven verrichten is niet zo zwaar en zij worden en rijkelijk voor vergoed. Daarnaast hebben ze ook behoorlijk wat vrijheid op de plantage. Ze hebben ruime, gezonde en aangename woningen en mogen op hun kostgrondjes werken die op kosten van hun meester in stand worden gehouden. Vier maal per jaar krijgen ze een behoorlijke portie tabak, korte pijpen, zoutvlees of gedroogde vis en zout. De mulatten- en negermeisjes dragen op zon- en feestdagen vaak mooie en kostbare kleding. Zij dragen dan dikke gouden kettingen als sieraad waarvan wel 6 zware goudstukken hangen. Anderen dragen gouden oorbellen en prachtige haarspelden. Die sieraden krijgen zij als geschenk van hun witte Europese minnaars. Deze liefdesaffaires duren slechts zo lang als deze minnaars in staat blijven de liefde steeds met nieuwe geschenken te voeden. Zo wordt menige witte Europeaan aan de bedelstaf gebracht.

Op elke plantage wordt ook, in een speciaal daarvoor ingericht hospitaal, voor de zieke slaven gezorgd. Alleen de echt recalcitrante slaven en zij die zich slecht gedragen krijgen straf. Zij krijgen het door de wetten van het land voorgeschreven aantal zweepslagen gestraft. Degenen die met kettingen worden vastgezet zijn de slaven die echt zware misdaden hebben begaan. Deze worden aan justitie overgedragen want geen enkele eigenaar van slaven mag beschikken over de dood van hun slaven. In de Nederlandse koloniën, zo besluit Noltemeyer, kunnen de slaven zich verheugen in een goede behandeling. Eigenlijk zijn het volgens zijn waarneming alleen de Engelsen die hun slaven hart en wreed behandelen. Toch treft men bij de meeste Engelse planters ook menselijkheid aan. Het systeem van straffen en belonen moet volgens de auteur wel op de plantages gehanteerd worden. Zo kunnen de ‘goede negers’ steeds trouw en vlijtig gehouden worden en de opstandige door angst voor de straffen het goede voorbeeld volgen.

Slaven straffen

Als iemand zich afvraagt hoe het komt dat er jaarlijks veel slaven overlijden dan moet, zo stelt Noltemeyer, de oorzaak daarvan niet gezocht worden in de wrede behandeling van slaven door Europeanen. Bij de bewerking van indigokomen soms giftige dampen vrij die gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Dat leidt tot de hoge sterfgevallen.

Noltemeyer vertelt over zijn ervaringen bij de behandeling van slaven uit eerste hand. Hij was er zelf bij, zegt hij. Maar is iedere ooggetuige ook direct een betrouwbare bron? Als het gaat om de beoordeling van de slavernij in Suriname is het belangrijk om te kijken naar de rol die zo’n ooggetuige in de geschiedenis heeft gespeeld. Noltemeyer heeft jarenlang als plantagedirecteur op verschillende plantages gewerkt. Daardoor was hij natuurlijk belanghebbende om het harde leven van slaven op de plantages wat positiever voor te stellen. Van hem kon moeilijk verwacht worden dat hij, na zijn terugkeer in Duitsland, in geur en kleur zou opschrijven aan welke gruwelijkheden hij zich (mede) schuldig had gemaakt.

Carl Haarnack