Tags

, ,

De laatste jaren verschenen er veel boeken over de Trans-Atlantische slavernij. Ook vorig jaar toen de 150 jarige afschaffing van de slavernij in Nederland herdacht werd was er ruim aandacht voor de Nederlandse betrokkenheid bij dat verleden. De meeste ooggetuigenverslagen van het slavernijverleden geschreven zijn door witte Europeanen. De meeste van hen hadden er belang bij het systeem van slavernij te vergoeilijken omdat ze zelf slaven bezaten of verdienden aan de handel. Om een beter en betrouwbaarder beeld van deze geschiedenis te krijgen is het belangrijk om ook naar bronnen te kijken waarin het ‘zwarte perspectief’ naar voren komt. Zo hebben we dankzij het project Sailing Letters inzicht gekregen in het leven van de voormalige Surinaamse slavin Wilhelmina van Kelderman, die aan het eind van de 18e eeuw een brief aan haar (voormalige) eigenaar schrijft. Maar er  bestaat nog een bijzondere categorie literatuur waarin het perspectief van de slaaf wordt gekozen terwijl de schrijver zelf geen deel uit maakt van de slaven.

Slavenhandel (ca. 1805)

Slavenhandel (ca. 1805)

In het tijdschrift De Denker werd in 1774 een bijzondere brief gepubliceerd. Het was een brief van ene Kakera Akotie die op de kust van Guinee gevangen werd genomen door een Nederlandse slavenhandelaar en als slaaf naar Suriname gebracht. Maar de gevangenneming van deze vrije Kakera Akotie was onrechtmatig en op gezag van de autoriteiten werd hij uit de slavernij bevrijd en naar de Republiek der Nederlanden gestuurd. Vandaar uit mocht hij weer naar zijn geboorteland in Afrika reizen om zich bij zijn familie te voegen. In De Denker wordt melding gemaakt van de vondst van ‘eenige stukken papier met vreemde tekenen beschreeven’. Het blijkt dat het om een brief gaat die in de Fantijnsche taal is geschreven. Na vertaling wordt duidelijk dat Akotie deze brief aan zijn broer Atta in Nederland geschreven heeft die in Afrika was achtergebleven. In de haast is deze brief bij het vertrek naar zijn geboorteland achtergebleven.

Deze brief bevat een felle aanklacht tegen de slavernij. Kakera Akotie schrijft:

“Maar misschien denkt gy Broeder Atta, dat wanneer onze Zwarten de landen der Blanken bouwen, en hun in alles ten dienste staan, dat dezelven daar tegen met genegenheid door hen behandeld, en van al het noodige voorzien worden. Gy bedriegt u. Zagtmoedigheid en Menschlievendheid zyn by hen niet bekend. Wy verrigten het zwaarste werk voor hen van den vroegen ogtend tot den laaten avond, en doen hen dus schatten verkrygen, die zy in overdaad verspillen; en wy worden ondertusschen zeer slegt gevoed. Het minste misdryf of verzuim dat wy begaan, wordt op de allerwreedste wyze gestraft…”

Female slave with a weight chained to her ankle (Stedman 1796)

Female slave with a weight chained to her ankle (Stedman 1796)

Akotie schrijft verder over de verkoop tegen het hoogste bod van de slaven in Suriname waarna zij gebrandmerkt werden. Hij wordt zelf op een suikerplantage te werk gesteld terwijl andere op koffie- of cacaoplantages terecht komen. Soms bevredigen de slavenmeesters hun sexuele driften op een jonge slavin die zonder enig probleem van hun minnaar of echtgenoot worden gescheiden. Maar ook de vrouwen van de planters, zo schrijft Kakera Akotie, vergrijpen zich soms aan de slaven.

Slaven die naar de markt worden vervoerd (Raynal)

Slaven die naar de markt worden vervoerd (Raynal)

De aanklacht van Akotie is geloofwaardig en geeft ons een beeld van de gruwelijkheden waaraan de slaven onderworpen werden. Toch betreft het hier een fictief verhaal[i]. In De Denker wordt de suggestie gewekt dat er een echt bestaand manuscript gevonden is. Deze literaire vorm, ook wel manuscriptfictie of uitgeversfictie genoemd, was een in de 18e eeuw vaak gehanteerde methode om de geloofwaardigheid van een verhaal kracht bij te zetten. De Denker was een tijdschrift dat tot doel had de zeden van de lezers te verbeteren. Bij de redactie betrokken waren verschillende doopsgezinde dominees betrokken. De brief van Akotie was een opmerkelijk vroege Nederlandse kritiek op de slavernij. De abolitionistische beweging in Engeland zou pas rond 1783 van de grond komen.

Carl Haarnack

[i] In de Nederlandse archieven bevind zich een plakkaat gedateerd 6 juni 1749. Plakkaten verordeningen die door de autoriteiten werden uitgevaardigd. In dit plakkaat wordt melding gemaakt van het feit dat de schipper Christian Hagerop onder valse voorwendselen slaven van Guinea naar Suriname heeft meegenomen. Onder hen bevindt zich een slaaf met de naam Kakasa Acostrie. Ook ene Alta wordt genoemd. Waarschijnlijk heeft de schrijver van het stuk in De Denker zich op dit verhaal gebaseerd.

lees ook:

Paula Keijser, Suikerriet, suikerverdriet. Slavernij in enkele 18e-eeuwse teksten. Culemborg: Educaboek, 1985.