Tags

, , , ,

De Hooge Regeering, Minderen Collegien en Bediendens der Collonie van Suriname, nevens een Lyst der Gouverneurs Generaal en Commandeurs, Zedert den Jaare 1683. Te Amsterdam. By Petrus Schouten en Reinier Ottens, Boekverkoopers, 1771.

Van alle boeken uit de Bibliotheca Surinamica is slechts een klein deel in Suriname gedrukt. Het merendeel van de boeken, zeker als we het over de koloniale periode hebben, verscheen in Europa. Uiteraard speelde Amsterdam, ooit één van de eigenaren van de Sociëteit van Suriname én hoofdstad van het Nederlandse rijk, daar bij een belangrijke rol.

Naamboekje Suriname 2

Titelblad Naamboekje 1771

 

Deze titel werd ook in Amsterdam gedrukt, in 1771, en maakt onderdeel uit van een convoluut waarin ook lijsten te vinden zijn met namen van de ‘Regeerders der stad Amstelredam’ (Amsterdam, ch), predikanten, professoren van het Atheneum Illustre, leden van de Admiraliteit en nog veel meer.

Gildebrief van het Amsterdamse Boekverkopers, Boekdrukkers en Kunstverkopersgilde (detail). Collectie Rijksmuseum.

Gildebrief van het Amsterdamse Boekverkopers, Boekdrukkers en Kunstverkopersgilde 1764 (detail). Collectie Rijksmuseum.

Voor ons is het natuurlijk vooral interessant om te kijken wie er in Suriname de dienst uitmaakten en wie er toe deden. Allereerst is er een lijst opgenomen van alle Gouverneurs Generaals die ‘over de Provincie van Suriname hebben geregeert t’zedert den Jaare 1683’. Daar vinden we uiteraard bekende namen als Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk (de eerst gouverneur van Suriname), Jan Jacob Mauricius en Jan Nepveu. De laatste was op het moment van publicatie gouverneur. Bernard Texier, waarover we op deze site eerder schreven, was toen Raad-Fiscaal. Als Raad van Politie en Criminele Justitie wordt o.a. genoemd Willem Bedloo (1685-1738). Zowel Bedloo en Mauricius waren eens de eigenaar van de beroemde Quassie van Timotibo (ca. 1692-1787), die een dubbelrol speelde in de strijd tegen de marrons en het koloniale gezag. Aan de hand van alle namen van de koloniale elite kan zo een belangrijk deel van de geschiedenis verteld worden.

Quassie van Timotibo 1692 – Paramaribo, 12 maart 1787)

Quassie van Timotibo (ca. 1692 – 1787)

Hoewel dit boekje bijna 250 jaar geleden verscheen vinden we er tal van namen die we ook nu nog steeds in Suriname aantreffen. Zo vinden we als Raad van Civiele Justitie L. Oostendorp, bij het Subalterne College (voor kleine zaken) vinden we T.F. Wolff, Wolphert Jacob Beeldsnyder Matroos was er secretaris, Jan Emmanuel Vieyra was klerk bij het Hof van Politie, Isaac Nassy was jurator en J.C. Lobbrecht werkte op het Comptoir van Modique Lasten. Als artsen waren o.a. Jacob Levy, J. Emanuels en ene De Vries aangesteld. Als ‘Solliciteurs’ van het College van Commissarissen vinden we Balthazar Comvalius, Joseph Bueno de Mesquita en Jan Leysner. De lijst van namen is te lang om volledig weer te geven. Maar veel echte Surinaamse familienamen als Calicher, Marcus, Labadie, Westmaas, Abercrombie, Kuhn, Esser, Clemen, Robles de Medina, Davilar etc. zijn er allemaal in terug te vinden.

Boven aanzicht Naamboekje (1771)

Boven aanzicht Naamboekje (1771)

Dit is nu zo’n boekje waar niet alleen Surinamica-verzamelaars maar ook genealogen of mensen die overwegen hun familiegeschiedenis te gaan uitzoeken, van gaan watertanden. Tegelijkertijd leert het ons ook een wijze les: bijna alle Afro-Surinamers (marrons daargelaten) stammen af van slaven maar tegelijkertijd hebben we ook bijna allemaal voorouders die tot de koloniale elite behoorden.

Carl Haarnack

Zie ook:

Reglement van Orde Bernard Texier

Over Quassie en het Quassiehout

Omslag Naamboekje (1771)

Omslag Naamboekje (1771)