Tags

, , ,

The conduct of the Dutch, relating to their breach of treaties with England: particularly their breach of the Articles of Capitulation for the surrender of Surinam in 1667, and their oppressions committed upon the English subjects in that colony. With a full account of the case of Jeronimy Clifford, etc.  Jeronimy CLIFFORD. London: C. Say for W. Bristow, 1760.

Hoe kon het gebeuren dat één van de rijkste 17e eeuwse planters van Suriname in armoede stierf op een kamertje die hij huurde bij een bakker in Londen? Met de Vrede van Breda in 1667 kwam een einde aan de Tweede Engels-Nederlandse oorlog. Afgesproken werd afgesproken dat de Engelsen Nieuw-Amsterdam (het huidige New York) kregen en dat Nederland Suriname mocht behouden. Kort daarvoor hadden de Zeeuwen onder leiding van Abraham Crijnssen Suriname op de Engelsen veroverd. De vrede had grote gevolgen voor de nog jonge kolonie Suriname.

Crijnssen

De vermeestering van Suriname door Abraham Crijnssen (1667)

Zo’n 80 Engelse families (volgens Hartsinck ging het om ‘twaalf honderd Zielen, zo Blanken als Negers’) besloten de kolonie te verlaten. Een andere bron spreekt van 250 blanken, 950 slaven en 31 indiaanse ‘bedienden’(!). Zij kregen de gelegenheid de spullen die zij niet konden meenemen te verkopen aan achterblijvers. Dat waren bijvoorbeeld Nederlanders, Joden (die aanvankelijk geen toestemming kregen te vertrekken) en Engelsen die meer schulden hadden dan bezittingen en daardoor in Suriname moesten blijven. Degenen die Suriname verlieten zochten hun heil in één van de Engelse koloniën Barbados, Antigua of Jamaica.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Oud kaart van Jamaica

Onder deze migranten bevonden zich ook Andrew Clifford en zijn familie. In 1675 verkocht hij zijn plantage aan een Engelsman, Rowland Simpson en vertrok naar Jamaica. Maar een jaar later keerden Andrew en zijn zoon Jeronimy (Jeronimo) terug naar Suriname omdat de betaling uitbleef. Hij trouwde in 1683 met een rijke weduwe, Dorothea Matson, die eigenaar was van de plantage Courcabo. Jeronimy Clifford deed verwoedde pogingen om zijn bezittingen mee te krijgen naar Jamaica. Maar in plaats van zijn recht te krijgen werd hij zeven jaar opgesloten op Fort Sommelsdijck. Na zijn vrijlating ging Clifford naar Amsterdam waar hij bij de Sociëteit van Suriname, tevergeefs, een schadevergoeding eiste. Hij stierf verarmd op een kamer in Londen vlakbij Charing Cross.

Fort Zeelandia  detail (G.W. Voorduin)

Fort Zeelandia (detail G.W. Voorduin)

In 1711 werd een 32 pagina’s tellend pamphlet gepubliceerd: The case of Jeronimy Clifford, merchant and planter of Surinam. Maar wij zouden het nu waarschijnlijk niet over de kwestie hebben gehad als de erfgenamen van Clifford in 1760 niet een boek over deze slepende zaak gepubliceerd hadden. Dit 220 pagina’s tellende boek geeft ons en passant ook meteen een beeld van Suriname in de vroege periode, aan het eind van de 17e eeuw. Zo leren we bijvoorbeeld over het dispuut tussen Clifford en Henry Mackintosh over de verkoop van een ‘negro slave’.

slave

Als gevolg van deze zaak oordeelde de gouverneur dat de bezittingen van Clifford geconfisqueerd dienen te worden en hij 68.000 kilo aan suiker als boete moet betalen. De slaaf wordt toegekend aan Mackintosh en Clifford wordt veroordeeld tot zweepslagen, tot de dood er op volgt. Deze laatste straf werd later omgezet in zeven jaar gevangenisstraf. De kwestie draaide om de verkoop van de slaaf Caesar aan Mackintosh in ruil voor 2000 kilo suiker. Maar toen de ruil moest plaatsvinden kon Clifford een hogere prijs voor Caesar krijgen en probeerde hij onder de deal uit te komen. Clifford ontkende dat en claimde dat hij toen hij de slaaf bij het huis van Mackintosh wilde afgeven deze hem niet wilde ontvangen omdat hij een ándere slaaf had gekocht die Caesar heette.

Uit publicaties van bijvoorbeeld George Warren weten we dat de behandeling van slaven in Suriname barbaars was. Onder de Europese kolonisten onderling waren list en bedrog eerder regel dan uitzondering.

Clifford

Titelblad The Conduct of the Dutch (1760)

 

De kwestie Clifford behoort tot de canon van de Surinaamse geschiedenis. Allereerst speelt de kwestie in die schimmige tijd waarin Suriname overging van Engelse- in Nederlandse handen. Wij weten eigenlijk maar bitter weinig over het leven in Suriname aan het eind van de 17e eeuw. Maar minstens zo belangrijk is het feit dat de kwestie Clifford de conflicten tussen Engeland en Nederland feilloos blootlegt. Dit iconisch boek uit 1760 behoort tot de belangrijkste uit de Surinaamse bibliotheek.

Carl Haarnack

 

zie ook:

Hollands rijkdom

Outalissi