Tags

, ,

De Manja. Familie-tafereel uit het Surinaamsche volksleven. C. van Schaick. Arnhem: D.A. Thieme, 1866.

Hoewel deze rubriek misschien anders doet vermoeden bestaat er eigenlijk relatief weinig Nederlandse literatuur waarin slavernij het thema is. Een bijzonder klein gedeelte daarvan is geschreven door auteurs die zelf in Suriname hebben geleefd en gewoond. Deze roman van Cornelis van Schaick, De Manja, verscheen precies 150 geleden, in 1866. Van Schaick heeft vanaf 1852 meer dan 10 jaar in Suriname geleefd. Hij werd geboren in 1808 in Amsterdam en werd in 1851 door de koning benoemd tot predikant in Suriname.

plantage commewijne

Plantage in de Commewijne (G. Voorduin ca. 1860)

Dat Van Schaick zich met opgave in het culturele leven van Paramaribo stortte mag blijken uit het feit dat hij voorzitter van de vrijmetselaarsloge Concordia werd, hij schreef gedichten en proza. Ook was hij betrokken bij de oprichting van het tijdschrift West-Indië. Mede vanwege zijn grote gezin had hij het niet breed en moest hij wel wat extra geld verdienen met het schrijven van stukken. In 1864 keerde hij met zijn vrouw en acht kinderen terug naar Nederland.

Gezelschap bij de Manjaboom op plantage Morgenstond, anoniem, ca. 1910  detail  collectie Rijksmuseum

Gezelschap bij de Manjaboom op plantage Morgenstond, Suriname. Anoniem, ca 1910 (collectie: Rijksmuseum)

Het verhaal in De Manja draait om de geschiedenis van de familie van de overste L. De slavin Rosalie speelt een belangrijke rol in deze familie. Zij genoot, als slavin van Missie Mathilda, een bevoorrechtte positie. Zij mocht in de ‘bottelarij’ eten wat van de tafel van de ‘Massera’ kwam. Zij hoefde niet te slapen in de ‘Negerhuizen’ maar sliep op de kamer van haar ‘pikien-Missie’ en ging als een halve dame gekleed. Ook hield Rosalie toezicht op de vrouwelijke bedienden in huis. Dit leidde natuurlijk tot afgunst en jaloezie bij andere slavinnen. De kokkin Maria heeft een plan bedacht om wraak te nemen op Rosalie. Zij heeft een plannetje om op ‘sokorati’ (chocola) die de familie iedere zondag na de kerk drinkt te vergiftigen. Rosalie moet dan, omdat zij als schuldige zal worden aangewezen, in ongenade vallen. Maar de oude slaaf James hoort toevallig van de snode plannen van Maria als zij zegt: “Kraboe-dagoe mi sa kiri joe! Joe Rosalie!” James vertelt van wat hij gehoord heeft aan zijn meester, de overste L. Hierop wordt Maria gestraft en James krijgt zijn vrijheid.

Als er tijdens een feest op de plantage ergens in de Commewijne geen champagne meer is, slaat de overste Rosalie in het gezicht. Ondanks het feit dat zij altijd heeft klaargestaan voor haar missie wordt zij door haar geminacht. Zij besluit om Mathilda uit wraak ziek te maken door haar manja’s voor te schotelen die besmet zijn. Rosalie had ze in doeken en verband van een met lepra besmette patiënt gewikkeld.  Mathilde raakte besmet met de ergste ‘boasie’ (lepra) die er was; de zogenaamde ‘natte melaatsheid’. Zij werd al snel naar de leprozenopvang Batavia gebracht waar zij snel overleed.

Lepra melaatsen kk

Verpleegden in leprozerie (ca. 1900)

De Manja is een zeer zeldzame 19e eeuwse roman. Het verscheen in Arhem bij D.A. Thieme als 64e deel van de Guldens-editie, een volksuitgave die voor 1 gulden werd verkocht. Maar weinig exemplaren hebben de tand des tijds overleefd. Slechts vier Nederlandse universiteitsbibliotheken hebben een exemplaar. In Suriname is er nooit een exemplaar opgedoken ( honderd jaar geleden was er zelfs niet in de Koloniale Bibliotheek een exemplaar te vinden). Het boek is bijzonder interessant omdat we er veel dialogen in tegenkomen die in het Sranan Tongo zijn weergegeven (met een Nederlandse vertaling in de voetnoot). Van Schaick heeft zich goed verdiept hebben in de taal en cultuur van de slavenbevolking. Hij geeft ons een inkijkje in het leven op de plantage, het leven van slaven, de feesten en de begrafenisrituelen. Misschien is deze roman nog wel het meest bijzonder vanwege haar kritische houding ten opzichte van slavernij. In de Nederlandse literatuur zijn dergelijk boeken maar dun gezaaid. Alleen al daarom verdiend het meer aandacht dan het de afgelopen 150 jaar heeft gekregen.

Carl Haarnack

 

de manja

Titelblad De Manja (collectie Buku BS)