Tags

, ,

Onze West in Beeld en Woord. Door Fred. Oudschans Dentz en Herm. J. Jacobs. Amsterdam: J.H. de Bussy, 1917.

Het is precies honderd jaar geleden dat Onze West in Beeld en Woord verscheen. Daardoor komt het dus in aanmerking voor een plekje in deze rubriek. In het voorwoord spreken de auteurs de hoop uit dat het boek tot een vermeerdering van kennis zal leiden over ‘Onze West’ in gezinnen, leeszalen, bibliotheken en onderwijsinstellingen. Het zal u niet verbazen dat het boek vooral is bedoeld voor het Nederlandse publiek dat tot dan toe eigenlijk nauwelijks bekend was met Suriname. De term ‘Onze West’ benadrukt natuurlijk de koloniale verhoudingen tussen Nederland aan de ene kant, Suriname, Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba aan de andere kant. Wij zullen ons hier beperken tot Suriname.

koto missi

Koto Misie: Zoo worden de vrouwen genoemd die de inlandsche kleeding dragen.

 

De makers van dit fotoboek hebben lange tijd in Suriname doorgebracht. Fred. Oudschans Dentz arriveerde in 1902 in Suriname. Eerst werkte hij opzichter op de suikerplantage Zoelen en daarna op de koffieplantage Jagtlust. Kortstondig onderbrak hij zijn werkzaamheden in Suriname voor een verblijf in het buitenland maar keerde in 1906 weer terug. In 1910 werd hij benoemd tot administrateur van het Militaire Hospitaal in Paramaribo. Hij schreef een flink aantal artikelen en boeken over Suriname: o.a. Geschiedkundige aantekeningen over Suriname en Paramaribo (1911); De kolonisatie van de Portugeesch Joodsche natie in Suriname en de geschiedenis van de Joden Savanne (1927); Cornelis Van Aerssen Van Sommelsdijck (1938) en talloze artikelen die o.a. in  de West-Indische Gids werden gepubliceerd.

Hal van de Surinaamsche Bank buku

“Hal van de Surinaamsche Bank: De Surinaamsche Bank is de eenige instelling van dien aard te Paramaribo. Zij is in hoofdzaak een circulatiebank, doch tevens discontobank en heeft sedert 1923 een bijkantoor te Nickerie, hetwelk voor het steeds in beteekenis toenemende district van groot belang is”.

Hermen J. Jacobs arriveerde in 1911 in Suriname en werd benoemd tot hoofd van de Emmaschool. Omdat het lesmateriaal volledig Nederlands georiënteerd was (‘Bij Lobith stroomt de Rijn ons land binnen) besloot Jacobs zelf les- en leesboekjes voor de Surinaamse schoolkinderen te schrijven. Dat was aan het begin van de 20e eeuw revolutionair. Samen met de Surinaamse onderwijzer Julius W. Lobato schreef hij o.a. het vierdelig leesboek voor Surinaamse scholen Uit onze omgeving (1917-1920), Taaloefeningen voor Surinaamse scholen (1920-1923) en Suriname, Aardrijkskundig Leesboek (1916). Ook stelde Jacobs misstanden aan de kaak. Hij schreef over een moderne vorm van kinderslavernij in Suriname: de z.g. ‘kweekjes’. Het was gebruikelijk dat kinderen (meestal meisjes van een plantage) in de stad in huis werden genomen om allerlei werkzaamheden te verrichten.

mooi groepje meisjes

“Een aardig groepje: Drie rijk met sieraden (hoofdstel, oor- en armringen en halsketting) uitgedoste Brits-Indische meisjes. Een inlandsche vrouw in het midden en links een Javaansche vrouw in sarong en kabaai.”

In het boek vinden zo’n 120 afbeeldingen van stadsgezichten (Paramaribo), de bevolking, plantages, de districten, nijverheid, ‘indianen’ en ‘boschnegers’ plus een verklarende tekst. We zien o.a. mooie zwart-wit foto’s van marktvrouwen die zich op Koninginnedag feestelijk hebben uitgedost, een begrafenisstoet, de Combé-weg toen dit nog een zandpad was, boerderijen van boeroes, Hindoestaanse- en Javaanse arbeiders, veel plantages (o.a. Kroonenburg, Leonsberg, Vredenburg, Wederzorg en Waterland), prachtige kerkjes, scholen en heel veel foto’s die in het binnenland genomen zijn. De meeste van deze foto’s zullen bij het grote publiek onbekend zijn (wie heeft ooit een foto gezien van de hal van de Surinaamse bank in 1917?). Dit is geen wetenschappelijke verhandeling over de geschiedenis van Suriname. Oudschans Dentz en Jacobs hebben een prachtig fotoboek toegevoegd aan de Surinaamse bibliotheek. Fotoboeken zijn in zekere zin natuurlijk ook ‘literaire’ bronnen. De samenstellers zijn natuurlijk vertellers die vooral aan de hand van beelden hún verhaal vertellen over hoe Suriname er precies honderd jaar geleden uitzag.

Carl Haarnack

 

cover