Tags

,

De Troepenmacht in Suriname. Met platen en Teekeningen door F.G.J. Bosschart, Kapitein 6e Regt. Infie. Breda: Firma P.C.G. Peereboom, 1900.

Natuurlijk weet iedereen dat de geschiedenis van Suriname voor een belangrijk deel wordt gekenmerkt door de plantagesamenleving en de daarmee onlosmakelijk verbonden slavernij van Afrikanen. Maar al vóór de gedwongen komst van Afrikaanse slaven waren er militaire troepen. Begin 17e eeuw waren er natuurlijk de oorlogsschermutselingen tussen de Nederlanders, Engelsen, Fransen en Portugezen die allen zochten naar goud en andere bodemschatten maar ook naar geschikte gebieden om nederzettingen te bouwen.

troepen Suriname buku

Surinaamse krijgsmacht (1826)

Toen de Nederlanders zich vanaf 1667 heer en meester konden noemen over Suriname werden er gaandeweg steeds meer militairen ingevoerd om de kolonie te beschermen tegen aanvallen van marrons, de van de plantages weggelopen slaven. Het ging hierbij vaak om ongeregelde groepen huursoldaten die voor langere of kortere perioden werden ingezet. Het is eigenlijk vreemd dat er pas in 1900 een boek gewijd werd aan de troepenmacht in Suriname.

bosschart-francois-guill_1852

F.G.J. Bosschart

François Guilleaume Jacques Bosschart (1852-1926) werd geboren in Gorinchem. Hij begon zijn militaire carriére in Nederlands-Indië, eerst op Java (Magelang) en daarna in Atjeh. Maar in 1893 werd hij als kapitein naar Suriname uitgezonden. Daar verbleef hij tien jaar. Daar werkte hij aan dit boek. Het doel dat Bosschart er mee voor ogen had was vooral om Nederlandse officieren bekend te maken met Suriname. Voor zijn beschrijving van de geschiedenis van Suriname gebruikte de auteur een aantal belangrijke boeken zoals bijvoorbeeld Hartsinck (1770), Stedman (1796), Kappler (1887). Maar ook uit de journalen van de gouverneurs Nepveu, Texier, Wichers en Friderici, belangrijke historische bronnen, werd geput. Om de binnenlandse orde en veiligheid te handhaven waren de ingezetenen verdeeld in elf burger-Compagniën, bestaande uit planters en andere burgers, die er voor moesten zorgen dat in de verschillende districten de wetten werden nageleefd. Zo zorgden deze ervoor dat het aantal blanken en slaven boven de 12 jaar geteld werden, dat de slaven gebrandmerkt waren en dat de opbrengsten van de plantages gecontroleerd werden. Omdat in de 18e eeuw de ‘Marrons zoo geweldig te keer gingen’, zo schrijft Bosschart, werden de plantages door de compagnies-commandanten gesommeerd een aantal blanken en ‘commando-negers’ te leveren om z.g. ‘boschtochten’ te organiseren (op jacht naar marrons). Bosschart geeft veel informatie over de beloning van militairen en de rantsoenen. Voor een z.g. ‘timmer-neger’ (slaaf die als timmerman werkte) gold het volgende wekelijkse rantsoen: 2 pond vlees, 4 pond beschuit, 1 stoop gort. Dat werd nog aangevuld met twee zoopjes dram (slechte rum).

troepenmacht Suriname parbode

Koloniale Guides van Suriname.  Uit: Beschrijving hoedanig de Koninklijke Nederlandsche Troepen en alle in militaire betrekking staande personen gekleed, geëquipeerd en gewapend zijn … J.F. TEUPKEN. ‘s-Gravenhage en Amsterdam, Gebr. Van Cleef, 1823-26. 

Het ’s Lands Vrijkorps bestond uit kleurlingen (Creolen) en vrije of gemanimuteerde slaven. Iedereen tussen de 14 en 60 jaar was verplicht, indien opgeroepen, om dienst te doen. Per dag kregen ze 2 schilling soldij, provisie en kost. In geval van invaliditeit als gevolg van de dienst zou de Kolonie hen blijven verzorgen. De grootte van dit korps varieerde tussen de 125 en 150 personen. Gaandeweg werden er ook slaven gekocht voor dit korps. Bosschart geeft een schat aan informatie over de patrouilles die de verschillende troepen uitvoeren in de bossen, op jacht naar weggelopen slaven. Uit verschillende journalen blijkt hoe gruwelijk deze tochten waren. Zo ontdekte sergeant Ajax die met vier man op verkenning werd gestuurd in de bossen twee ‘negers’ die bezig waren een boom te vellen. Ajax, die al snel het nabijgelegen ‘weglopersdorp’ gevonden had, waarschuwde zijn detachement. Het dorp, bestaande uit negen huizen, werd omsingeld en aangevallen. Twee marrons werden gedood en één werd gevangen genomen; het dorp werd platgebrand. Twee handen van de gedode marrons werden als bewijs naar Paramaribo gestuurd in ruil voor het z.g. vanggeld.

troepenmacht

Titelblad De Troepenmacht in Suriname (1900)

We vinden in Nederlandse bibliotheken slechts zes exemplaren van dit uiterst zeldzame boek. De Buku Bibliotheca Surinamica collectie heeft een aantal jaar geleden een exemplaar op een veiling kunnen bemachtigen voor ca. €250,– (incl. opgeld). In 2008 verzorgde Batavia Publishing een herdruk van dit interessante boek.

Carl Haarnack