Tags

, ,

Der glückliche Tuchmacher oder Von Döbeln bis nach Surinam. Theodor Drobisch. In: Ameisen-Kalender aus das Schaltjahr 1860. Nebst Deutschem Disteli-Kalender. Gotha: Verlag Comptoir (Storch & Klett), 1859.

Suriname komen we in de 18e – en 19e eeuw op de meest onverwachte plekken tegen. Enige tijd terug kocht ik in een antiquariaat in Duitsland een kalender uit 1860. Deze Ameisen-Kalender was nogal vlekkig en de rug was half vergaan. Ondanks de slechte staat waar in het verkeerde was het toch een object van grote waarde voor de Surinaamse bibliotheek. Ik vond in deze kalender namelijk een stuk over een belangrijke Surinaamse geschiedenis: Der glückliche Tuchmacher oder von Döbeln nach Surinam (De gelukkige textielfabrikant of van Döbeln naar Suriname).

Johann Gottfried Clemen (1727 Döbeln-1785 Paramaribo)

Johann Gottfried Clemen (1727 Döbeln-1785 Paramaribo).  Privé collectie (zie voor meer informatie onderstaand stuk van  Ralph Gundram in “Neues Archiv für sächsische Geschichte”).

Het verhaal is geschreven door Gustav Theodor Drobisch (1811-1882). Drobisch was een Duitse schrijver, journalist en toneelspeler in Dresden. Gedurende achtentwintig jaar schreef hij de Ameisenkalender vol met onderhoudende teksten en humoristische kwesties.

Het verhaal begint rond het jaar 1745 waarin een doekmaker (‘Tuchmacher’) genaamd Clemen zich het hoofd brak over de vraag hoe hij zijn gezin moest onderhouden. De zaken gingen slecht en er was een voortdurende dreiging van oorlog. Clemen had zeven kinderen. De oudste zoon was Johann Clemen die heel graag had willen doorleren maar, vanwege geldgebrek, zich in het vak van zijn vader en opa moest bekwamen: het maken van doek. Toch droomde hij er van de wijde wereld in te trekken en iets meer van zijn leven te maken. En toen Johann 19 was besloot hij op pad te gaan. Hij ging te voet eerst richting Leipzig maar besloot als gauw zijn geluk in Amsterdam te zoeken. Maar hij kon nergens werk vinden. In een café ontmoette hij mannen die op zoek waren naar rekruten. Johann was een makkelijke prooi: zijn tenen staken uit zijn kapotte schoeisel, hij had nauwelijks kleding om het lijf en hij had honger. Nu kreeg hij een soldatenuniform en een behoorlijke zak met handgeld. In 1749 brak er in Suriname een opstand uit onder de slavenbevolking. Er werd een expeditie op touw gezet en Johann Clemen meldde zich vrijwillig om naar Suriname te gaan. Na zijn dienstverband werd hij door een rijke planter als opzichter ingehuurd. Johann was sterk en kon ook nog lezen en schrijven. Hij was niet meedogenloos en onmenselijk als zijn voorgangers en had zodoende een ‘goede band’ met de slaven op de plantage, zo schrijft de auteur.

Kaart uf

“Caerte van de rivieren van Suriname en Commowine met derselver uytstroomende Creecken met alle de landen soo verre deselve bewoonde worden. Verschillende mijlschalen.” – ca. 1730.  Collectie Nationaal Archief.

Toen zijn ouders in Döbeln na al die jaren er eigenlijk van uit gingen dat Johann al was overleden, stuurde hij fl. 200,– naar zijn familie. Toen de rijke planter overleed trad Johann in het huwelijk met de weduwe. Zo werd hij eigenaar van vier plantages en ca. vierhonderd slaven. In 1771 bezocht Johann Clemen met zijn gevolg, waaronder één van zijn slaven, zijn ouderlijk huis in Döbeln. Zijn ouders waren allang de tachtig jaar gepasseerd. De hele stad was uitgelopen. In heel Saksen heerste hongersnood. Johann Clemen gaf veel geld uit om zijn familie, vrienden en oud-stadsgenoten te ondersteunen. Uiteindelijk keerde hij weer terug naar zijn nieuwe vaderland Suriname.

Anna Julien (5 april 1705 te Paramaribo gedoopt - overleden 9 oktober 1779 te Paramaribo

Anna Julien (5 april 1705 te Paramaribo gedoopt – overleden 9 oktober 1779 te Paramaribo). Privé collectie (zie voor meer informatie onderstaand stuk van  Ralph Gundram in “Neues Archiv für sächsische Geschichte”).

Clemen trouwde op 4 februari 1763 huwde met Anna Julien. Zij was een mulattin en dochter van de uit Italië afkomstige Bartholomeus Julien en de Surinaamse kleurlinge Elisabeth Dobinson. Het was haar derde huwelijk. Zij was meer dan 20 jaar ouder dan hij. Het verhaal over het leven van Johann Clemen (1727-1785) vinden we in een groot aantal boeken terug. Daar over een andere keer meer. Dit is het klassieke verhaal over de arme soldaat die met een paar stuivers in Suriname aankomt maar zich uiteindelijk een zeer aanzienlijke positie en grote rijkdommen verwierf.

Carl Haarnack

 

*) met dank aan Ralph Gundram en Bernd Katt

verder lezen:

Ralph Gundram Sächsische Kolonialherren in Übersee? Eine Spurensuche am Beispiel des Johann Gottfried Clemen aus Döbeln

Joachim Nettelbeck

Clemen Schokolade