Tags

Het 50-jarig jubilé der boeren in Suriname (1845-1895). Julius E. Muller en C. Hoekstra. Paramaribo: B. Heijde, 1895.

De meeste mensen kennen Julius Muller (1846-1902) van de prachtige foto’s die hij in de tweede helft van de 19e eeuw maakte. In 1997 verscheen een boek met zijn foto’s:  Suriname door het oog van Julius Muller : fotografie 1882-1902. Muller werd opgeleid tot landmeter maar toen er in Suriname goud gevonden werd richtte hij zich op de goudwinning. In 1888 werd hij gekozen in de Koloniale Staten in Suriname. Dit boekje, dat Muller maakte ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de ‘boeren’ in Suriname, is de enige publicatie in boekvorm van zijn hand die we kennen. Hij schreef het samen met C. Hoekstra (1852-1911), geboren in Friesland en tussen 1892 en 1907 predikant van de Evangelisch Lutherse Gemeente in Paramaribo. Hoekstra schreef in 1893 de twee coupletten in het Nederlands van het Surinaamse volkslied (Suriname’s trotse stromen).

familie Loor 1893

Familie Loor (collectie Tropenmuseum, 1893)

Het boekje is bescheiden van omvang (het telt slechts 14 pagina’s) maar is wel één van de weinige 19e eeuwse publicaties over de Nederlandse boerenfamilies die zich vanaf 1845 aan de Saramaccarivier, tegenover Groningen, vestigden. Twee schepen, de Susanna Maria en de Noord-Holland, vervoerden 200 passagiers die tezamen 50 families vormden. De auteurs schrijven dat de ‘boerenkolonisten’ zoveel heerlijks was voorgespiegeld: het Gouvernement zou hun nieuwe woongebied in gereedheid hebben gebracht; goede landbouwgrond, eenvoudige maar nette landhuizen, luchtig gebouwde stallen en ook was er de toezegging dat er gereedschap en vee zou zijn. Vier jaar lang hadden Van den Brandhof , Betting en Copijn aan het kolonisatieplan gewerkt. De naam van de nieuwe woonplek van de boerenfamilies, Voorzorg, leek zeer toepasselijk voor dit omvangrijke project.

IMG_6448

Maar toen de boeren van boord gingen was er geen uitbundige ontvangst: er waren slechts 17 hutten waarvan er negen enigzins bewoonbaar waren; de moerasgrond was niet klaargemaakt voor bebouwing én er waren alleen levensmiddelen die door een boot waren aangevoerd, tarweblom, gezouten spek, rijst en zout. Het was, zo schrijven Muller en Hoekstra, dan ook niet verwonderlijk dat binnen veertien dagen ziektes de kop op staken. Behalve de medicijnkist van de scheepsheelmeester van de Noord-Holland waren er geen medische voorzieningen. En er waren nog meer kolonisten uit Nederland onderweg. In korte tijd waren er 189 van de 384 immigranten overleden en bleven er slechts 11 enigszins gezond. Velen keerden gedesillusioneerd terug naar Nederland. Degenen die bleven probeerden zich door alle tegenslagen heen te ploeteren. Van de toegezegde gereedschappen, vee en pluimvee was nauwelijks sprake. Daarboven op trad in het najaar van 1845 een langdurige droogte in waardoor de aanplant van bananen en andere vruchten verloren ging. Toen in 1846 de oogst overvloedig was bleek dat het transport van de producten naar Paramaribo te tijdrovend en te kostbaar was. Verschillende boerenfamilies verlieten Voorzorg en vestigden zich in de buurt van Paramaribo. Gijsbertus Overeem, aangekomen in 1845, verloor in korte tijd zijn beide ouders. Hij trouwde met Hendrika Snippenberg. Zij konden zich na een kort verblijf aan de Boven-Suriname rivier te Rama een boerenbedrijf beginnen aan de Wanicaweg en de Dominékreek. Deze grond, 280 hectaren groot en l’Hermitage genaamd, bevond zich op een uur afstand van de stad. Zij kregen zes kinderen.

Gijsbertus_Overeem en vrouw

Gijsbertus Overeem (collectie Tropenmuseum)

In 1853 werd de kolonie te Voorzorg opgeheven. Het project was natuurlijk een grote mislukking. Toch roepen de auteurs op tot het vieren van de boerenkolonisatie en om een ‘eeresaluut’ te brengen aan ‘het vijftigjarig werken der wakkeren boeren, die zich door eigen kracht zoo ferm hebben staande gehouden’.  Het kleine papieren boekje is een collector’s item. Slechts een paar bibliotheken in Nederland, waaronder de Koninklijke Bibliotheek en de Buku-collectie, beschikken over een exemplaar.

In 2016 publiceerde Karin Sitalsing Boeroes, een familiegeschiedenis van witte Surinamers. Een zeer leesbaar en informatief boek over de geschiedenis van de boerenkolonisten die in 1845 te Voorzorg aankwamen.

Carl Haarnack

 

verder lezen

  • André Loor vertelt, Suriname 1850-1950. Paramaribo: VACO, 2013
  • Boeroes: een familiegeschiedenis van witte Surinamers. Karin Sitalsing. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2016.
  • De mogelijkheid van landbouw-kolonisatie voor blanken in Suriname.
    Eline Françoise Verkade-Cartier van Dissel (1906-1990). Amsterdam: 1937.

 

sitalsing