Tags

,

Nederduitsche Zamenspraken voor de Zendings-scholen in Suriname. Paramaribo, 1864.

Een jaar na afschaffing van de slavernij in 1863 verscheen dit taalboekje: Nederduitsche Zamenspraken voor de Zending-scholen in Suriname. Het werd in Paramaribo gedrukt en is alleen daarom al, vanwege de kleine oplage en de slechte klimatologische omstandigheden, zeldzaam. Er is geen auteursnaam bekend maar, zoals de titel al aangeeft, gemaakt voor het onderwijs op de zendingsscholen van de Evangelische Broedergemeente (Herrnhutters). Het exemplaar uit 1864 was de eerste druk van dit werk. Het bestaat uit slechts 53 pagina’s in klein octavo formaat.

cropped-paramaribo-postkantoor.jpg

In 1889, 1899, 1907 en 1918 verschenen er herdrukken die qua inhoud nauwelijks werden aangepast. De editie van 1899 kreeg een ietwat gewijzigde titel: Neger-Engelsch – Hollandsche samenspraken voor Suriname. In 1891 noemde Hermann Gustav Schneider (1842-1914) in zijn boek Ein Besuch in Paramaribo (uitgeverij R. Roth, Stuttgart 1891) de Nederduitsche Zamenspraken. Ook in de onvolprezen, en voor iedere Surinamica-verzamelaar onmisbare, Bibliographie du Négro-Anglais du Surinam van Jan Voorhoeve en Antoon Donicie (Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde/ ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1963) wordt het boek besproken. Veelzeggend is dat de auteurs aangeven dat zij de 1899 editie niet konden vergelijken met eerdere edities. Dit was waarschijnlijk omdat ze toen geen enkele eerdere editie konden vinden.
Het bijzonder vroege boekje voor het taalonderwijs bestaat uit zestig gesprekken in het Sranan Tongo en parallel daaraan de Nederlandse vertalingen. Het is bedoeld om aan Surinaamse kinderen de Nederlandse taal te leren. Maar wellicht ook om buitenlanders iets van het Surinaams bij te brengen. Het kan niet voldoende worden benadrukt hoe groot de rol is die het taalonderwijs heeft gespeeld in het emancipatieproces in Suriname. De Herrnhutters, al sinds 1735 aanwezig in Suriname, waren al in de tweede helft van de 18e eeuw begonnen om de bijbel te vertalen in het Sranan Tongo. In het tweede kwart van de 19e eeuw volgden taalboekjes, woordenboeken en kwam het onderwijs aan slavenkinderen opgang. Lange tijd was het onderwijs aan slaven verboden. Lezen en schrijven werden door het koloniaal bestuurd als mogelijk gevaar voor de stabiliteit van de slavenmaatschappij gezien. Daarom is de elfde les voor mij van groot symbolisch belang:

-San joe wani doe?  

-Mi wani skrifi 

-San joe wani skrifi? 

-Mi sa skrifi wan brifi gi mi papa.

De conversaties vertellen ons indirect ook iets over het leven rond 1864. Zinnen zoals:

– Joe deki tafra kaba? Njanjam klari? / Ja, Missi! Njanjam klari kaba.

De slavernij was weliswaar net afgeschaft maar armoede en de sociale verhoudingen veranderden natuurlijk niet van de ene op de andere dag.

-Na Masra mi kom. Mi wani begi Masra wansani. Mi kom vo begi Masra, tangi tangi, efi Masra no wani joeroe mi.

bediende_1912

Bediende in Paramaribo, ca. 1907

Zoals gezegd is dit kleine boekje bijzonder zeldzaam. We vinden slechts op een paar plekken ter wereld enkele exemplaren, in De bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, Yale University en in de Sächsische Landesbibliothek – Staats- und Universitätsbibliothek in Dresden. De Buku Bibliotheca Surinamica collectie is de gelukkige bezitter van een exemplaar uit 1864 en van latere drukken. Je zou verwachten dat er ergens in Suriname, in particuliere collecties of misschien in het Surinaams Museum, zich nog exemplaren bevinden. Wij horen graag van onze lezers zodat we deze exemplaren in kaart kunnen brengen. Opmerkelijk is het dat de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag geen exemplaar in haar collectie heeft. En als de KB het niet heeft dan weten we zeker dat het bijzonder zeldzaam is. Dat brengt maakt ook direct pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar het papieren culturele erfgoed van Suriname is. Veel is reeds verloren en wat er nog over is moeten we voor de generaties die na ons volgen zeer zorgvuldig bewaren.

Carl Haarnack

Zamenspraken titelpagina

Titelblad