Tags

,

De Vraagbaak. Almanak voor Suriname 1917. Paramaribo: H. van Ommeren, 1917.

Het jaar 1917 zal in de wereldgeschiedenis voor altijd verbonden blijven met de Russische revolutie. Maar wat gebeurde er in 1917 in Suriname? Wie trok daar in politiek opzicht aan de touwtjes, wie gaven er toen les op de Hendriksschool of wie was toen eigenaar van plantage Mary’s Hope in Coronie? De antwoorden op dit soort vragen, en nog veel meer, vinden de in De Vraagbaak, de Almanak voor Suriname van 1917. Almanakken werden als sinds het einde van de 18e eeuw uitgegeven. Bijna elk jaar verscheen er één.

Coronie_preview.jpeg

Coronie rond 1920

Harry Johan Van Ommeren (1876-1923) was opgeleid als landmeter maar voelde zich meer aangetrokken tot de journalistiek en het boekenvak. Zijn grootmoeder, Elisabeth Merselina Petronella van Ommeren, leefde in slavernij en werd in 1827 gemanimutteerd door Johannes Francois Arnoldus van Ommeren. Harry Johan van Ommeren was behalve eigenaar en hoofdredacteur van het Koloniaal Nieuws- en Advertentieblad ook lid van de Koloniale Staten. En hij was dus ook de uitgever van de Surinaamse Almanak.

Harry van Ommeren

De almanak begint met een uiteenzetting van de ligging, de grenzen en de geschiedenis van Suriname. De bevolking van Suriname is zeer schraal, zo lezen we. Het land telde slechts rond de 101.000 zielen. Interessant is dat vermeld wordt dat de bevolking sterk gemengd is en bestaat uit een klein aantal Europeanen en Creolen. Die laatste groep worden gevormd door afstammelingen van de joodse bevolking (Israelieten) en de afstammelingen ‘van de Europeanen en Israelieten in vereeniging met negers en indianen’. De overige bevolking bestaat uit Brits-Indiërs (22.000), Nederlands-Indiërs (Javanen) (8600), ‘negers’, ‘indianen’ en ‘boschnegers’. Dan volgt een opsomming over de economie, over de wetenschappelijk expedities in het binnenland en een uitgebreide verhandelingen over de districten. In het hoofdstuk over de stad Paramaribo wordt per wijk (A t/m F, en dan nog de twee buitenwijken). Iedere wijk heeft een aantal wijkmeesters. Zo is F.A.J. Spong, in Wijk B, wijkmeester van de Gravenstraat, Soldatenstraat, Klipsteenstraat en Heerenstraat. A.M. Samson (Wijk F) is dat o.a. voor de Zwartenhovenbrugstraat, Drambrandersgracht en Rust & Vredestraat.

Alle plantages die nog in bedrijf zijn worden opgesomd: de naam, de naam in het Sranan (‘Negernaam’), grootte, wat er werd verbouwd, hoeveel, de eigenaar, de beheerder, de beheerder en het aantal arbeiders. Hierdoor weten we dus dat D.N. Boldewijn en H.J. Feller toen eigenaar én beheerder waren van Mary’s Hope. De kans is groot dat als uw (over-) grootouders in 1917 in Paramaribo woonden u ze in deze almanak zult vinden. We vinden er namelijk een uitgebreide adreslijst van inwoners met vermelding van hun beroep en adres.

Groepsfoto Suriname 1909

Foto uit de collectie van het Rijksmuseum uit 1909 met opschrift:  ‘Pa in Suriname, Javanen’ (fotograaf anoniem)

Tevens is er een volledige lijst met alle politie-agenten gerangschikt naar hun nummers. Misschien is het laatste deel, bestaande uit advertenties gedrukt op gekleurd papier, het charmanst. Bij M.E.J. van Coblijn kan men terecht voor bouwmaterialen; Johns Simons levert het beste brood en een nieuwe fiets koopt men bij de 1e Hollandsche rijwielhandel van H. van der Voet in de Watermolenstraat.

Suriname leek in 1917, als we de almanak mogen geloven wel een klein paradijs. Zo weinig mensen in zo’n groot land. Maar een belangrijk deel van de mensen kende grote armoede en leefde onder zeer moeilijke omstandigheden. Met de Vraagbaak van 1917 in de handen krijgen we wel een soort dwarsdoorsnede van de samenleving toen. Daarom zijn deze naslagwerken van grote betekenis voor historici, genealogen en bibliofielen. De almanakken werden doorgaans in Suriname uitgegeven en waren vooral voor binnenlands gebruik. Dit betekende per definitie dat ze in kleine oplagen werden gemaakt. Ze zijn daarom bijzonder zeldzaam en, net als met andere oude boeken geldt, hoe ouder, hoe duurder.

Carl Haarnack

IMG_3934