Door Kevin Headley  (De Ware Tijd, 21 maart 2020)

Publicist, curator en oprichter van Buku Bibliotheca Surinama, Carl Haarnack,  is van mening dat het belangrijk is om boeken, oude documenten en geschriften te verzamelen en goed te bewaren omdat die ons kunnen helpen onze geschiedenis beter te begrijpen. Dat is een reden waarom hij al op jonge leeftijd besloot werken over verleden van ons land op sporen en te verzamelen. Vandaag de dag heeft hij een collectie opgebouwd van, zoals hij het zelf zegt onschatbare historische waarde, die regelmatig wordt ingezet bij exposities en evenementen zoals de onlangs afgesloten Grote Surinametentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

 

Boekenplank

“Buku, boek in het Surinaams, is een naam die ik gaf aan mijn privécollectie van Surinamica, boeken, prenten, foto’s, brieven en ansichtkaarten, allemaal objecten die te maken hebben met de geschiedenis van Suriname. Buku leek mij toepasselijk omdat het ook een verwijzing is naar Fort Buku, de fortificatie die marrons in de 18e eeuw bouwden en waar John Gabriel Stedman over geschreven heeft. Het is een verzameling is van boeken en prenten die in de afgelopen dertig jaar tot stand gekomen is. Er zijn natuurlijk veel meer verzamelaars, in Suriname, maar ook in Nederland en België. Een hele grote en gepassioneerde verzamelaar, die helaas in 2018 overleed, was Henk Dijs (1961-2018). Hij heeft een omvangrijke Surinamica collectie opgebouwd. Er zijn ook stille verzamelaars die misschien niet zo op de voorgrond treden. Al die particuliere verzamelaars hebben bij ellkaar een aanzienlijke collectie boeken en museale stukken die ons iets overde geschiedenis van Suriname vertellen.”

Haarnack heeft veelal wat hij wilde weten over de geschiedenis van Suriname moeten halen uit boeken. Hij vindt het daarom belangrijk dat mensen zich verdiepen in wat er geschreven is over het land. “Buku is geen commercieel project, het is een historisch project voor mijzelf en hopelijk dat anderen er ook iets aan hebben. Ik werk regelmatig samen met bijvoorbeeld de Koninlijke Bibliotheek in Den Haag of de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, The Black Archives en met andere verzamelaars. Mijn missie is vooral om de variëteit te laten zien van wat er allemaal geschreven is over Suriname, niet allen in het Nederlands maar ook in het Engels, Frans of Duits. We moeten discussiëren over de geschiedenis, we kunnen meningsverschillen erover hebben, maar het begint bij kennis van de bronnen. Door artikelen te schrijven in wetenschappelijke uitgaven, op mijn website, in Parbode hoop ik te laten zien wat er allemaal is en hóe we deze bronnen moeten lezen. Het is ook belangrijk om bepaalde mythes weg te nemen uit de geschiedschrijving van Suriname. Veel mensen denken dat toen de slavernij in 1863 werd afgeschaft alle eigenaren van slaven en plantages Suriname verlieten en naar Nederland gingen. We gaan er gemakkelijk aan voorbij dat veel Surinamers nakomelingen zijn van slaven én van slaveneigenaren.

52-11 (2)

 

Budget om te kopen

De door vrienden betitelde levende encyclopedie Haarnack was voor enkele weken in Suriname op vakantie. De kans om hem te spreken over zijn bijzondere boekenverzameling liet ik niet zomaar voorbijgaan. Onder het genot van een kopje koffie praten over hoe zijn interesse in het lezen en het bewaren van boeken met Suriname als onderwerp begon. Haarnack is in Suriname geboren en verhuisde als jongen van drie jaar naar Nederland. Toen hij een jaar of vijftien was verscheen de Encyclopedie van Suriname uit bij Uitgeverij Elsevier (1977). Hij kreeg die cadeau van zijn oma Wies Blom-Abercrombie (1908-2003) en dat cadeau markeerde het begin van zijn boekverzameling.

“Ik wil niet zeggen dat vanaf dat moment ik een verwoed verzamelaar werd. Het begon heel langzaam. Ik ging weleens naar de bibliotheek en zocht wel eens wat over Suriname en het interessante was dat bibliothecaris van de Openbare Bibliotheek van Amsterdam mij als jongen vertelde dat boeken over Suriname niet bestonden. En nu bijkans veertig jaar later kan ik zeggen dat zij het fout gezien heeft. Boeken over Suriname bestaan wel degelijk maar ze zijn soms wel moeilijk te vinden. Als je goed zoekt en je hebt de middelen om ze te werven is er eigenlijk heel veel wat we te weten kunnen komen over de geschiedenis van Suriname. Verzamelen begint altijd met nieuwsgierigheid. Willen weten hoe het was vroeger. En ik vroeg wel dingen aan mijn moeder en overige familieden maar het blijkt ook dat mensen die lang gewoond hebben in Suriname niet altijd bekend zijn met de geschiedenis van het land.”

Haarnack begon tijdens zijn studietijd te snuffelen in antiquariaten in Amsterdam, waar oude boeken, kaarten en prenten worden verkocht. Voornamelijk om te kijken wat er beschikbaar was over Suriname. Natuurlijk kon hij al die boeken niet betalen omdat hij nog student was en van een kleine beurs leefde en de boeken toen ook al duur waren.

“Er was in die tijd een belangrijke Joodse antiquariaar, Simon Emmering (1914-1999) die veel Surinaamse boeken in handen heeft gehad. Ook heeft hij veel zeldzame Suriname boeken weer opnieuw uitgeven. Emmering liet mij af en toe boeken zien die ik toen beslist niet kon betalen. Later, toen ik ging werken, kon ik ze misschien wel betalen, maar ze waren er helaas niet meer. Het is altijd een innerlijk gevecht, wat vind je belangrijk en hoeveel ben je bereidt om neer te tellen voor een boek. Om een mooie verzameling aan te leggen moet je veel antiquariaten bezoeken en naar boekenbeurzen gaan. Het is ook belangrijk om naar veilingen te kijken, waar ook ter wereld. Boeken en objecten over koloniale geschiedenis en vooral slavernij zijn gewild, niet alleen door Suriname-verzamelaars.

Links op deze foto het antiquariaat van Simon Emmering

Weinig boeken over de Surinaamse geschiedenis in Suriname gemaakt

Haarnack legt uit dat boeken die gaan over de Surinaamse geschiedenis, van de 17e en 18e eeuw, niet in Suriname zijn gemaakt. Die boeken gaan over Suriname, maar zijn veelal geschreven door Europeanen, Nederlanders, Fransen, Duitsers en Engelsen. Die boeken zijn daarom in Europa verschenen. Als je die boeken in Suriname vindt is het een klein wonder. Maar er is, ook in Suriname, een groeiende groep verzamelaars.

“In de 17e, 18e eeuw waren boeken duur, ze waren niet voor de gewone man. Een Nederlandse arbeider kon zich geen boek veroorloven. Sterker nog veel arbeiders uit de 18e eeuw konden niet lezen, onder de slavenbevolking was lezen en schrijven natuurlijk helemaal taboe. Mijn idee is dat alle boeken tezamen, of zij nou in mijn collectie bevinden, bij een universiteitsbibliotheek, bij een andere particuliere verzamelaar, ons gezamenlijk erfgoed vormen. Natuurlijk zou het mooi zijn als er een fonds was in Suriname om dergelijke mooie dingen te kopen, maar dat is gegeven de omstandigheden wishful thinking. Voor het moment is het belangrijk dat er mensen zijn die verzamelen, die vastleggen en documenteren wat ze in hun verzameling hebben. Mogelijk dat we op enig moment in de toekomst deze collecties ergens centraal kunnen bewaren. Voor nu zijn in Suriname particuliere verzamelaars de beste bewaarders van ons erfgoed.”

Haarnack geeft toe dat het niet altijd financieel mogelijk voor hem is om bepaalde boeken te kopen. “Ik had onlangs een gesprek met Jane Smith, de onvolprezen directeur van de bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit. Zij weet als beste hoe moeilijk het is om een collectie bij elkaar te brengen, bij elkaar te houden, laat staan uit te breiden. Er zijn momenten dat je iets wil kopen, maar niet weet hoe je het precies moet financieren. Er zijn een aantal momenten in mijn leven geweest dat ik, met moeite, iets moois kon kopen maar al die keren was ik achteraf blij met mijn aankoop. En van al die keren dat ik het niet heb gedaan, heb ik nog steeds spijt.”

joanna

 

Collectie van onschatbare waarde

Haarnack heeft voor iedere periode uit de geschiedenis van Suriname een favoriet boek. Het belangrijkste boek uit de 18e vindt hij het boek van John Gabriël Stedman, die bijna vijf jaar hier heeft rondgelopen en opgeschreven wat hij zag. Stedman was de eerste auteur die de wreedheden van de slavernij in beeld heeft laten zien.

“Het is een heel belangrijk boek over de geschiedenis van Suriname en volgens mij ook een dat de meeste mensen kennen. Een ander bijzonder boek in mijn collectie is in 1826 verscheen anoniem in Londen en dat boek heet Outalissi A Tale of Dutch Guiana, geschreven door Christopher Edward Lefroy (1785-1856). Engeland dwong begin 19e eeuw Nederland om de Trans-Atlantische handel in slaven te verbieden. Toen de Engelsen Suriname teruggaven aan Nederland werd er een gerechtshof ingesteld dat toezicht moest houden op naleving van dat verbod op de slavenhandel. Het Gemengde Gerechtshof, bestaande uit een Engelse en Nederlandse rechter, begon in 1819 in Paramaribo. De Engelse rechter Lefroy was een zeer religieus man. In zijn rol als rechter zag hij dat Nederland het verbod op slavenhandel nietzo nauw nam. Hij heeft een roman gepubliceerd en aangeven dat iedere gelijkenis van figuren in zijn boek met levende personen geheel op toeval berust. Maar wie dit boek leest en de geschiedenis kent kan iedere persoon die hij beschrijft direct toespitsen op een bestaande persoon. Dit boek is de grootste 19e eeuwse aanklacht als het gaat om de behandeling, mishandeling van slaven.”

Volgens Haarnack is Lefroy vanwege het boek de kolonie Suriname uitgewerkt. Hij was een bijzonder felle tegenstander van de slavernij.

“Het duurde nog heel lang voor het gebeurde, maar hij was één van de grote anti-slavernij geesten die we in Suriname hebben gehad maar weinig mensen kennen hem. Daarom vind ik het belangrijk dat dit boek genoemd wordt. Het is één van de belangrijkste boeken uit mijn collectie. Er zijn weinig originele exemplaren van bewaard gebleven en het bijzondere van mijn exemplaar is dat er handgeschreven aantekeningen in staan over de ontvangst van het boek en aantekening voor een 2e gecorrigeerde druk. Alleen in de British Library in Londen en in de collectie van West-Indië-verzamelaar Kenneth Boumann vinden we zo’n exemplaar.”

Op de vraag of Haarnack of hij de waarde van zijn collectie kan inschatten zegt hij dat het niet in geld uitgedrukt kan worden.

“Collega verzamelaar Kenneth Bouman zegt dat mensen de prijs van alles weten, maar de waarde van niets. Wat wij en andere verzamelaars bij elkaar brengen , het culturele erfgoed, dat heeft een grote historisch-culturele waarde. En volgens mij is dat niet in geld uit te drukken. Wij doen het niet alleen voor onszelf, maar ook voor degenen die na ons komen. Natuurlijk, ik geniet er ook van, ik heb er plezier aan, maar ik kan het niet meenemen als ik doodga. Het is belangrijk dat er veel mensen hiervan kennis nemen en van kunnen genieten. Via mijn website www.buku.nl schrijf ik ook over mijn boeken en dat is mijn kleine bijdrage om in ieder geval aan het publiek te laten zien wat er is. Als je geïnteresseerd bent, zoek het op en ga het lezen. Veel boeken, ook Outalissi, zijn inmiddels gedigitaliseerd (www.dbnl.nl)’. Het is vooral belangrijk de generatie die na ons komt te stimuleren om zuinig met ons erfgoed en geschiedenis om te gaan en het vooral goed te bewaren.”

Kevin Headley

 

Dit artikel verscheen eerder in De Ware Tijd (21 maart 2020)