Joanna & Stedman


Joanna; een liefde in slavernij

Eén van de belangrijkste chroniqueurs van de 18e eeuwse plantage-samenleving in Suriname was John Gabriël Stedman (1744-1797). Stedman was een zoon van een Schotse militair en een Nederlandse moeder. Hij nam dienst in het regiment van kolonel Fourgeoud dat door de Staten-Generaal naar Suriname werd gestuurd om de aanvallen van weggelopen slaven op de plantages, de kop in te drukken. Vijf jaren, van 1772 tot 1777, verbleef Stedman in de Nederlandse kolonie. Gedurende zijn verblijf hield hij nauwkeurig een dagboek bij. Dit dagboek vormt de basis van zijn in 1796 verschenen boek: “Narrative of a five years’ expedition against the revolted negroes of Surinam, in Guiana, on the wild coast of South America; from the year 1772, to 1777: elucidating the history of that country, and describing its productions”[….] London: J. Johnson & J. Edwards, 1796.

Dankzij zijn dagboek weten wij veel over het alledaagse leven in 18e eeuws Suriname. Zonder twijfel is ‘de Narrative’ het belangrijkste verslag van de plantagesamenleving in de nieuwe wereld. We leren over de manier waarop de kolonisten met elkaar omgingen en hoe slaven behandeld werden. Dit boek heeft samen met o.a. Candide van Voltaire er voor gezorgd dat het idee ontstond dat de behandeling van slaven in Suriname onmenselijker was dan die in omringende landen. In Stedman lezen we en zien voor het eerst hoe gruwelijk de straffen waren die slaven soms ten deel vielen.
Het boek sloeg in Europa in als een bom. Niet eerder werd door een ooggetuige op zo’n levendige en soms schokkende wijze het leven in Suriname beschreven. Het boek bevatte ook 80 prenten (o.a. door de beroemde William Blake). Er verschenen vertalingen in het Frans, Duits, Nederlands, Italiaans, Zweeds. Het boek werd vele malen herdrukt en bewerkt tot toneelstuk of roman. Stedmans ooggetuigenverslag is vooral een succes geworden door zijn relatie met de slavin Joanna. Joanna is de dochter van ‘één der fatsoenlijkste Colonisten’ genaamd Kruythof en ‘eene Negerin’ Cery. Cery en haar kinderen waren slaven en behoorden toe aan de eigenaar van de plantage Fauquemberg, gelegen aan de Commewijne. Dat witte kolonisten kinderen verwekten bij zwarte slavinnen was in Suriname geen uitzondering.
Joanna was, zo schrijft Stedman, een ‘schoon meisjen, eene Mulattin’ (nakomeling van een zwarte en een witte ouder- ch) en ‘ten hoogsten vyftien jaaren oud’: “Haare groote oogen, zoo zwart als ebbenhout, en vol van nadruk, kondigden de goedheid van haar hart aan: onaangezien de donkerheid der kleur van haar aangezicht bedekte een lieffelyk rood haare wangen [….] Haar hair, van een byna zwart bruine kleur, vormde een eindeloos getal van natuurlyke krullen, met goude spelden en bloemen verciert.” Bij Stedman zien we eigenlijk voor het eerst slaven als ‘mens’. Tot dan toe werden slaven vooral als objecten opgevoerd, als ‘negers’, zonder naam of karaktereigenschappen. Stedman wil Joanna vrijkopen maar Joanna weigert. Stedman: “Zy wierp my tegen, dat, indien ik wel dra in ‘t geval zyn zoude, om naar Europa te rug te keeren, zy zig voor altoos van my zoude moeten afscheiden, of my volgen in een werelddeel, alwaar de laagheid van haaren staat haar zoo wel, als haaren weldoener, aan groote onaangenaamheden zoude blootstellen”.
Hij doet haar later opnieuw een voorstel om haar vrij te kopen en om haar mee te nemen naar Europa. Joanna weigert opnieuw en zegt: “Ik ben geschikt om in de slavernye te leven. Indien gy van my te veel werk maakt, zult gy de achting uwer vrienden zien verflaauwen. Aan den anderen kant, zal het verkrygen van myne vryheid u kostbaar, moeielyk, en misschien ondoenlyk wezen…
Ik schaame my dus niet om u te erkennen, dat ik een waar gevoel van teederheid in my ontdekke voor u, die my boven alle anderen van mynen treurigen staat met zoo veel onderscheiding behandeld hebt.”
Joanna geeft blijk van een enorme persoonlijkheid. Ze is loyaal, innemend, intelligent en bijzonder vastberaden.
Stedman en Joanna kregen samen een kind. Uiteindelijk slaagt Stedman er in Joanna en hun zoon vrij te kopen. In het jaar 1777 verlaat Stedman de kolonie Suriname samen met zijn ‘huisslaaf’ Quaco. Zijn geliefde Joanna en zoon zijn in Suriname achtergebleven. Stedman trouwt na terugkeer in Europa met een Nederlandse vrouw. In 1782 sterft Joanna door vergiftiging. Hun zoon verlaat dan ook de kolonie en voegt zich bij zijn vader die inmiddels met zijn vrouw en kinderen in Engeland is gaan wonen. Hij treedt in dienst bij de Britse marine.

zie ook:

https://bukubooks.wordpress.com/2012/02/11/joanna2/

https://bukubooks.wordpress.com/2009/10/03/stedman/

https://bukubooks.wordpress.com/2012/06/07/curious/